Misstand in Lommerland

Zoals mediagetrouwe lezers zullen weten wordt allerwegen in ons oud-Calvinistische landje volop aandacht gegeven aan een verstandige omgang met de ons omringende ecologie en grondstoffen.

Een spaarzaam gedrag wordt dan ook aanbevolen en normaal geacht, terwijl wij onze laatste muntstukjes inzetten voor duurzame en de bevolking krachtdadig ondersteunende zaken als versterking der dijken, een verdere modernisering van stormvloedkeringen, het bijvoederen van  teloorgaanden en dergelijke. Een saaie doch wezenlijk fraaie synthese van prettig vooruitziende en oerdegelijke bestuurders en hun noestbetrouwbare achterban die wij gemakshalve nogal eens ’t Volk noemen.

Natuurlijk zijn er zo nu en dan wel eens onverdroten storende, doorgaans wat uit de rails gelopen individuen, bijvoorbeeld getooid met voornamen als Rita of met een onwaarschijnlijk gebleekt toefje bovenop het baby-face, die qua vooruitzien niet verder zijn gekomen dan het doorpapagaaien van hetgeen zij eerder in morsige etablissementen bij monde van teveel drinkende achterstandskneusjes eigenlijk per ongeluk aan ‘meningen’ gewaar werden…, maar als wij –wél tamelijk gezonden- dan weer zijn uitgelachen na hen een wijle geamuseerd te hebben aangehoord, keert rust, luister en lommer doorgaans in het gelijknamige landje terug. Wij keren ons aangezicht wanneer mogelijk weer naar de zon en/of onze geliefde en nemen ons werk en de rest van ons leven, als vanouds tevreden, weer op. Het is traag-lustig en gedegen leven dus in ons Lommerland beschermd door beproefde motto’s als “doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg” en “zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen!”

Wars van verspilling en overdaad verzoolt men dus tenminste drie keer de oude schoenen, gaan zomer- en winterjassen al gauw vijf jaar of langer mee en wordt een lekkende emmer nog vele jaren dapper als decoratief, groendragend element in eigen voorhof tentoongesteld. Tot zover de minstens levenslang vol te houden rijkdom aan soberheid die het échte genieten, zónder afbraak dus, pas goed mogelijk maakt – voorál bij wie dit reeds langer doorzag.

 

Toevend in één der lommerrijkste gewesten van ons Lommerlandje moet mij, juist ter wille van het behoud van onze bovenbeschreven gezamenlijke hoogidyllische leefwijze, één -want daarmee zeer vloekende- misstand aan de kaak gesteld of voor uw voetlicht gebracht:

Achter uitbundig én krachtig met hekwerken afgebakend struweel blijkt zich hier in de nabijheid een groep randsociale beroepsverspillers te verschuilen. Men produceert –buiten lawaai en onbenullig taalgebruik- in ’t geheel niets, doch vernield slechts; en dat nog achteloos, alsof met vergunning…  Men woont enkele sterk verwaarloosde, reeds lang maatschappelijk nutteloze, panden verder uit en eet zonder enige gêne louter op basis van handreikingen uit de pot die met recht ooit de eretitel “onze algemene middelen” meekreeg. Nu kan ik het, als iedere oprechte landgenoot, vanzelfsprekend billijken wanneer nooddruftige laaggeschoolden die, hopelijk tijdelijk, even niet mee kunnen komen worden bijgevoerderd, maar déze groep presteert het óók nog vanuit diezelfde middelen uiterst onnutte ijzerwaren aan te schaffen of te doen aanschaffen en die vervolgens ter verroesting buiten te zetten, door het zand te slepen en/of systematisch en grootschalig weg te werpen!

Met name dat laatste mag toch ronduit destructief gedrag worden genoemd: men werpt urenlang grote hoeveelheden klein verdeelde metaalwaren rond, vergezeld gaande van zeer natuuronvriendelijk geknal en forse rookwolken. Dankzij toegevoegd vuurwerk, de zogenaamde “lichtspoor munitie”, ziet men bovendien kans dit gearrangeerd verspillen van materiaal en de kwaliteit van leven in wijde omtrek, tot diep in de nacht voort te zetten.

Terwijl de rest van de natie dus nadenkt over pensioenperspectieven en andere cruciale voorzieningen, zoals bijvoorbeeld het handhaven van droge voeten “after Al Gore”, jagen zíj ongeremd onze grondstoffen er vast even doorheen. Dit kan natuurlijk zo niet doorgaan!

Hier lijkt mij dus een mooie taak weggelegd voor onze tot nu toe wellicht nog wat weinig daadkrachtige gekozenen: stóp de verspilling, vergroot de vrije natuur aanzienlijk, houd pecunia over voor échte, tevens duurzame, doelen én ontspan de krappe arbeidsmarkt met nieuw aanbod van deze tot nog toe slechts potverterende uit-het-zicht-blijvers door het nemen van slechts één eenvoudige en voor de hand liggende maatregel.

Die maatregel luidt: hef deze vereniging van vrij rondschietende eeuwige adolescenten óp.

 

Die enkele Rus die hier mocht komen vangen wij wel gewoon op bij het VVV.

Dat doen we tenslotte met de Duitsers ook al weer ruim 60 jaar – en héél succesvol!

Plaats een reactie