In de Wereld gebeurt praktisch Niets

Op 6 januari zat de bekende acteur Gijs Scholten-van Aschat in het programma “Pauw & Witteman”.
Hij was daar aan tafel genood omdat ‘ie zijn loopbaan had onderbroken voor een fietstocht van enkele maanden naar Spanje. Gevraagd naar zijn bevindingen vanuit dit ‘afstand nemen’ bracht hij ondermeer het volgende naar voren:
“Wat zich opvallend aan me opdrong was dat er in de wereld praktisch niets gebeurt. De media blijken overtuigend instaat om met de 0,00001% wél opvallende gebeurtenissen de indruk te wekken dat er heel wat aan de hand is.  Als je echter life rondkijkt in de werkelijkheid, in mijn geval op de fiets en zonder mediagebruik, dan besef je dat die andere 99,99999 % er uit bestaat dat: de bakker ’s morgens open gaat en ’s avonds weer sluit en dat daarbij de zon opkwam en weer onderging. Net als morgen overigens.”

Dat lijkt mij een uitstekende samenvatting van de werkelijkheid zoals ik die in de afgelopen vijf jaar beter heb leren kennen.  Met name sinds ik dus min of meer ‘observeer vanaf de zijlijn’.  Het grove gebrek aan evenwicht dat alleen al ontstaat doordat per definitie ‘nieuws’ gelijk wordt geacht aan ‘buitengewoon’ én wordt versterkt via een carrière systeem dat voor journalisten steevast inhoudt dat ‘scoops’ buitengewoon lonend zijn.  Naast de selectie van onderwerpen op sensatie werkt dit het vervolgens verder ‘opblazen’ van al het gemelde in de hand.  (Iedereen heeft dan ook wel eens de teleurstelling bij de journalist waargenomen wanneer een geïnterviewde de zaken weer in proportie tracht te brengen en dus ‘kleiner’ lijkt te maken.)  Dit cumulatief nadrukkelijke systeem van sensatiegerichte nieuwsgaring leidt volautomatisch tot hijgerigheid en daar zelfs nog ruim aan voorbij. De impact die dit op ons allemaal heeft wordt nog mateloos versterkt door de grenzeloze hoeveelheid informatie die via t.v., radio, internet en op krantenpapier eindeloos en praktisch onontkoombaar wordt aangeleverd; ook ronduit opgedrongen.

Om het hoofd hierin boven water en liefst zelfs koel te houden nijgen wij ‘nieuwsconsumenten’ er naar alleen op hoofdlijnen geïnformeerd te willen worden; want bij zoveel onstuimig gebrachte informatie is het schier onmogelijk je in de breedte te oriënteren, laat staan je ook nog actief van wat achtergronden te voorzien. Met als gevolg dat de informatiestroom zoals we die persoonlijk ‘tot ons nemen’ zich nóg veel adequater laat omschrijven als ‘infobombardement’ dan als -‘voorziening’. Het wankele evenwicht per individu bestaat zodoende doorgaans slechts uit een permanente poging tot schaalverkleining en selectie door je simpelweg steeds minder breed te oriënteren en je vervolgens ook niet al te zeer verder te verdiepen in de aangedragen zaken, laat staan te doordenken in termen van betekenisgeving, niet meegekregen langere termijn effecten of de relatie met andere/eerdere informatie. En, hé wacht even: daar komt alweer een nieuwe lading informatie op 80 decibel niveau binnen.

Zijsprong: Regelmatig wordt de journalistiek voorgehouden dat zij onderdeel zijn van de ‘omvang’ van de impact die weergegeven gebeurtenissen blijken aan te nemen.  Helaas volgt dan doorgaans een Paflov-reactie:  men houdt de steller dezes op hoge -en op verwijtende- toon voor slechts “de boodschapper” te zijn en niet (mede)de dader. Ik beweer dat deze reactie voort moet komen uit beroepsblindheid, vast mede ingegeven door kennis van het mediamieke carrière systeem: gebouwd op vliegen af vangen en ‘over de ander heen’ gaan.  [Vroeger was dit laatste vooral voorbehouden aan kleuteromroepen als RTL en SBS, maar het nu lijkt het gemeengoed, ook in de van oorsprong ‘publieke’ sector.] Buiten de journalistiek dient het zwakzinnige verweer ‘slechts en uitsluitend boodschapper te zijn’, waar dit gespeend is van elke zelfreflectie, dan ook volstrekt overruled te worden:
media zijn (mede)dader.
Er wordt door de media, in hun huidige opzet en inbedding in ons maatschappelijk systeem, naar mijn inzicht onverantwoord sterk bijgedragen aan bijvoorbeeld:
-de omvang, intensiteit en duur van bijv. de ‘creditcrisis’ (incl. het woord ‘crisis’ zelf )
-de gevoelens van onbehagen die o.m. leiden tot grote aanhang voor mensen zónder duurzame inzichten maar mét ‘oneliners’
-de afbraak van ‘het maatschappelijk midden’ door de overdreven nadruk op het “ik” en een gebrek aan aandacht voor het “wij”.
[Dat laatste wordt door een zelfbenoemde ‘elite’ ook nog gretig extra aangevoerd van over de oceaan en aanbeden als ‘modern’, lees: minder achterlijk (dan ons oorspronkelijke besef naar een zorgvol gemeenschap?).  Het staat mijns inziens vooral voor de primitief kortzichtige en egoïstische denkwijze die altijd ontspoort in het tekort doen aan iedereen die niet bereid (of in staat) is rücksichtslos en onnadenkend en zonder omzien vóór de middenmoot uit te blijven draven en richt zich per definitie op de (te) korte termijn. Bottomline: het ‘recht’ van de sterkste op ongestoord effect bij z’n ellebogenwerk. Deze uit de hand gelopen egotrip die zichzelf als ideologie presenteert moet daarom zelf als ‘achterlijk’ en vooral ook als achterhaald worden afgeschreven. Zeker in tijden waarin inzichten betreffende duurzaamheid en een wereldwijd streven naar evenwicht en verevening allang gemeen goed hadden moeten zijn – of zulks zal t.g.t. alsnog via forse en vermoedelijk zeer gewelddadige conflicten worden afgedwongen.]

Wat wij ‘de kredietcrisis’ zijn gaan noemen omvat natuurlijk een enorm omvangrijk gebied binnen wat ons ‘economisch stelsel’ heet. Laat ik er een detail uitnemen en kort weergeven hoe dat ons (en mij speciaal) zou kunnen raken, dan wel daadwerkelijk raakt: Het begrip Beursnoteringen.  Hoewel het hier niet over échte materie gaat, maar meer over ‘monopoly’geld (daarover later meer), kúnnen er niettemin hele concerns en zelfs kleine landen zo blijkt, mee op de fles gaan. Maar hoe pakt dat nu uit in jouw en mijn feitelijke werkelijkheid van alle dag? Hierbij slordigweg wat waarnemingen. 1. Op korte termijn:
Je loon stijgt minder – maar dat doet de inflatie ook, netto betekenis: gering..  Je huis zakt in waarde of stijgt niet meer – het werd eerst véél meer waard, kon je ook niks aan doen en je woont nog steeds..  Als je wordt ontslagen duurt het langer voor je weer een baan hebt – maar wel ‘leefgeld’ intussen dankzij de voornoemde ‘ouderwetse’ zorgzaamheid (trouwens: hoeveel ontslagenen kén je? en: waren er binnenkort niet véél mensen te kort i.v.m. de ‘vergrijzing’ –ook al zo’n “rampbericht”…?!)
2. Op langere termijn:
Je wordt minder snel nóg welvarender of zelfs iets minder welvarend. Maar iedereen in je omgeving ook en in ongeveer dezelfde mate – feit: je merkt het niet. [Ook zonder ‘crisis’ is dit slechts een veronderstelling zonder feitelijk ervaren vergelijkbaarheid]
‘Bottomline’ is dat de kredietcrisis zich in hoge mate afspeelt in de papieren economie en daar zit ook een hele hoop flauwekul in,  ‘monopoly-waarden’; luchtbellen dus.  [Voor de geheide tobbers onder ons een bemoedigende opmerking: er zullen daarvan vast nog meer aan ’t licht komen, maak voor de toekomst de borst dus maar vast nat..]

De échte economie bestaat op basaal niveau al sinds mensenheugenis echter gewoon uit ruilhandel: de bakker wil vlees en de boer brood. Dus ze ruilen.  Je baas wil je diensten om z’n bedrijf in stand te houden – en liefst daar voorbij, jij wil de sores van ondernemen liever niet en een vast inkomen wel, dus je dealt. Het resultaat van deze ruil heet dan ‘arbeidscontract’
Waar we nu het over hebben bij ‘de kredietcrisis’ gaat slechts over een deel van de flauwekul in onze ‘verpakking’ van dit ruilbeginsel in een ingewikkeld stelsel van gebruiken, papieren en jargon. En dat lijkt weinig meer met het tamelijk directe uitruilen van diensten en materie te maken te hebben. Het systeem is nauwelijks meer bruikbaar voor de beschrijving van de échte economie: het systeem is een parasitair gedrocht op zichzelf geworden.
Het feit dat banken door ons officieel gelegitimeerd zijn ruim 10x zoveel geld “in omloop” te hebben dan zij (wij dus) bezitten, spreekt qua flauwekul en zeepbellen al boekdelen, nietwaar?
Omdat de échte economie echter gewoon uit ‘gelijk oversteken’ blijft bestaan is het aardig te beseffen dat je slechts iets te ruilen hoeft te hebben om voorzien te blijven van wat je werekelijk nodig hebt: voedsel, onderdak en kleding (in die volgorde).
Daar wringt natuurlijk wel mijn persoonlijke schoen: ik leef nu van de overwaarde tijdens voormalig ruilen, gestold in ‘monopoly-achtige’ waardebewijzen die wij ‘bankafschriften’ en ‘pensioenaanspraken’ noemen.
‘Prestatie-overschotten’ dus uit het verleden die nu niet meer zijn dan ‘afspraken binnen een stelsel dat we met z’n allen eigenlijk niet wezenlijk meer begrijpen’: want zelfs ‘economen’ leggen ons dit stelsel zeer verschillend uit.
Een heel wat wankeler basis dus dan degenen die ook in het heden nog iets te ruilen hebben.
Geruststellende Notitie aan de Lezer: Vooral dankzij onze in wezen verwachtingsvolle en blijmoedige aard leidt bovenvermeld inzicht te onzent in het geheel niet tot enige depressiviteit, dank u.

In het algemeen geldt natuurlijk dat tobben vooral iets is voor zekerheidszoekers.
Tobben lukt hen altijd – omdat zekerheid een fictie is, tegengesteld aan het concept van leven zelf…
[Dit wordt ook heel aardig samengevat in de term: “bij leven en welzijn”.]
Voor meer optimistisch ingestelde mensen, die ook even wat verder durvan denken, kan ‘zekerheid’ net zo makkelijk een bedenkelijk begrip zijn, omdat het ook zeer wel in de weg kan staan.
Dwars voor mooie noties als ‘creativiteit’, ‘nieuw inzicht’ en ‘vooruitgang’ bijvoorbeeld.

De meesten van ons leren nu eenmaal beter zwemmen na een sprong in het diepe.

Terug naar de kern:
Probeer vooral regelmatig je actief te ontworstelen aan ‘de gekte van buitenaf’.
Blijf op die manier kans zien van tijd tot tijd ‘opnieuw, onbelast en onbevangen’ zelf rond te kijken.
In eigen leven. In eigen straat, buurt, wijk. In eigen vrienden-, kennissen- en familiekring.
In een naburig dorp of een naburige stad, bijvoorbeeld van achter een bak cappuccino.
Of geheel elders vanuit je hotel of een campingplaats.
Doe dit vooral elk jaar meerdere keren.
En een leven lang.
Dan constateer je ook zelf wat we voortaan “Het gelijk van Gijs” zullen noemen:
Er gebeurt praktisch Niets. Bijna alles gaat heel gewoon door.
Zoals gisteren.  En morgen wéér.

Natuurlijk: al die andere zaken, die 0,00001%, zijn er óók.
Mogen óók worden bezien, worden overdacht, worden gebruikt voor het bijstellen van doelen, opvattingen, gedrag.
Zeker als ze aanleiding zijn tot een aandeel nemen in ideële clubs. (Lang leve aandacht voor de langere termijn immers !)
Maar wel alles in proportie.
In de omvang van het door jouw zelf getaxeerde belang dus.
Dat wil vooral zeggen: niet in het door anderen in je zintuigen geperste belang.

Daarom hebben we regelmatig zo’n bewuste informatie time-out nodig.
Om je bij je persoonlijke ‘hertaxatie van belangrijkheid’ vast enigszins behulpzaam te zijn het volgende:

In 2065 zal ‘Geert Wilders’ net zo relevant blijken als ‘Boer Koekoek’ nu.

Joop, 8 januari 2010

Plaats een reactie