de Slakkengang als Inspiratiebron

Eén van de vele dingen die we in deze “snelle” tijden massaal kwijtraken is de ervaren traagheid. Tussen slapen (met wekker), eten (incl. snelle hap voor de t.v.), sms-en, mailen, chatten en eventueel ook nog MSM-en door, springen we af en toe in een vliegtuig (900 km/u) en praktisch dagelijks in een auto (liefst 125 km/u); hoewel een enkele ‘loser’ ook nog wel eens een trein (110) of zelfs bus(80) schijnt te nemen.Onze spieren, hart, bloedvaten en ’t reken-deel van onze hersenen zijn er maar druk mee. Onze zintuigen echter doen niets: wat valt er ook te doorvoelen, -ruiken, -ervaren en zelfs maar zien en horen vanachter beslagen ruitjes, via digi-bliepjes of door l.c.d.schermen heen … 

Reizend van Noord naar Zuid met een topsnelheid van ca. 9 km/u en een echt gemiddelde, verwaaid tussen de vele sluizen, van misschien zo’n 4 km. ervaren wij iets wat je wellicht ‘zintuigelijk herstel’ zou kunnen noemen; de zintuigen nemen zo zachtjes aan de plaats weer in die hen van nature lijkt toe te komen.Ook lopend, gedurende meerdere dagen over lange afstand wandelpaden, bemerkten we al eens dat de verwerkingscapaciteit van onze zintuigen pas bij zo’n voortgang ten volle wordt benut. Sneller kán wel, maar kost (veel) vermogen, kost “volheid”: alles wordt dan direct oppervlakkiger ‘geconstateerd’ (vooral ook detailloos), eenzijdig ‘geïnterpreteerd’ (bijv. uitsluitend op direct nadelige consequenties in eigen veiligheid en daarop te baseren directe vervolgacties) en tenslotte zo snel mogelijk afgedaan (als niet meer relevant per direct). Nu we lang langzaam (onderweg) zijn, scheppen we daarmee kennelijk ook gelegenheid ons een staat van “gedetailleerder waarnemen, meerzijdige benadering en bewuster opslag” eigen te maken. Na verloop van tijd ervaar je e.e.a. bovendien ook als een aanmerkelijk ‘natuurlijker’ staat van zijn: meer eenheid tussen ervaren, doen en denken geeft ook meer ‘zijn’; of zelfs ‘zen’, want het is ook automatisch meer een ‘zijn temidden van“.  IK word er meer ‘ook ik’ van. Je zou ook kunnen zeggen: “Hoofdzaken” worden minder gezocht via ‘t dénken als een (dus: vermoedde-) ‘kern’’. Hoofdzaken laten zich nu meer kennen als de som van waargenomen details, meer een uitkomst dus dan een (op eerdere ervaringen gegokt en voorlopig) ‘besluit’.  

Ik vraag me inmiddels ook af of het begrip intuïtie (een door mij immer hoog geroemd element) niet hoofdzakelijk bestaat uit een vergelijkbaar proces op onbewust niveau: gewoon ‘deja-vu’-achtige impulsen op basis van genegeerde zintuiglijke (eerder-)ervaringen…. 

Geweldig is het feit dat ik nu bijvoorbeeld een touw door mijn hand kan zien glijden, voelen glijden en daarbij de nog bestaande souplesse, de pluizige effecten van de slijtage, vochtigheidsgraad, kleurverschillen en dergelijke soms in één keer waarneem, zonder vooropgezet doel (zoals veiligheid, betrouwbaarheid). Even geweldig is het: ongezien staan tegen een boom in het vallen van de avond, na terugkeer vanuit een inmiddels heiig half verdwenen dorpje achter me, en Hanneke geconcentreerd zien zoeken naar ‘wilde’ walnoten onder een door de herfst aangetaste, maar nog trotse notenboom langs de vaart waar we blijmoedig zijn gestrand omdat de sluizentijd voor vandaag ‘op’ is. Het was een gedachteloze waarneming: als kijken in een levend schilderij waar je niets anders van vindt dan dat het ’t kijken waard is…  Ook ‘bijdragend’ aan de herdefiniëring van wat van belang is is de sterke variatie in ‘elementaire’ zaken als: stroom (ja/nee), water (hoeveel nog/wanneer aan te vullen) en algemene energie via de brandstof ‘Diesel’. Het helpt ons te denken in ‘gewoon Zijn’ en dat op afroep te kunnen indelen in: wat vinden we nu even echt belangrijk. Voor de duidelijkheid: het ontbreekt ons nooit aan iets: warmte is er altijd onbeperkt en op afroep, water (500 ltr.) reikt ergens tussen vier dagen (bij gebruik als op de Tsjerkewei) tot een maand (bij uiterst bedachtzaam gebruik –nog nooit nodig geweest, overigens). Stroom reikt bij zuinig gebruik eeuwig – als je minimaal per drie dagen een dag vaart, maar kan bij een walaansluiting veel ‘uitbundiger’ worden benut, zoals: zowel stofzuigen als een wasje draaien en dan ook nog t.v. kijken, enz.Interessant is ook dat we nu van deze ‘primaire’ elementen genieten als de luxe gegevens die ze feitelijk  ook zijn. Grappig is dat ze, doordat we ons daarvan nu bewust zijn, plots toevoegen aan ons welbehagen, waar we e.e.a. eerder for granted namen: wat dus begon als een vorm van beheersing/zuinigheid verkeerde in bewustzijn/comfortbeleving.

Dit meer zintuiglijk dan gedacht ‘opnieuw leren ademen’ wordt natuurlijk ook op deze kleine schaal nog geremd, of minstens in omvang beperkt door de graad van comfort die de techniek die we bij ons hebben biedt, zodat we nooit echt de klamme vochtigheid van de herfst hoeven ‘uit te zitten’ zonder tegenmaatregelen te kunnen nemen, zoals de dakloze of derdewereldlander soms moet, terwijl we bovendien via internet en gsm relaties ver weg kunnen onderhouden, kunnen bankieren, enz. Het totaal overziende echter ben ik al zeer verguld met deze nieuwe volheid – alsof ik een adolescent ben in een groter concept dan ik eerder bij machte was te beseffen. Het maakt overigens naast absoluut autonomer ook gewoon kleiner: minder “Joop neemt waar”, meer: “waar bevindt Joop zich nu weer (in)”. Om me heen kijkend levert dat wel onmiddellijk de keiharde conclusie op dat wij (=mensen) in elk geval in aantal al tot zo’n 10% terug zullen moeten, willen we dit -in mijn ogen reële- bewustzijn van aanwezigheid weer meer algemeen mogelijk maken binnen onze soort. Want wij (=J&h) halen dit, in mijn ogen absoluter bewustzijn, natuurlijk alleen maar uit de marge: door voldoende ver en lang naast de “standaard” te gaan staan – een op zich relatief al ‘luxe’ te noemen positie. [Hoewel ieder die dit wil het ook kan, omdat het  persé niet materieel bepaald wordt: met ons reist bijvoorbeeld ene Dieter. Dieter is 63 jaar en absoluut niet rijk. Hij kocht op z’n 60ste -in Nederland- een oude zeilboot, sloopte die leeg, knapte ‘m wat op naar eigen smaak en reist nu, “tot ik hulpbehoevend wordt, dan strijk ik wel neer in een nabijgelegen toevallig dorp”, zoals hij zelf zegt, heel Europa door in z’n eentje. Hij heeft een diepvrieskist in z’n boot gemonteerd en daarvoor een kleine (benzine-) generator bij zich en zijn piepkleine bootje wordt door een 8 pk. Dieseltje voortge-poet-e-poet-erd… ] Intuïtief verwacht ik overigens niet dat het er iets toe doet of  wij (=mensen) bewust leren kiezen voor een dergelijke ‘teruggang’ naar de werkelijke staat van zijn, namelijk: gewoon een omhoog gevallen (of alleen maar: -gedacht) onderdeel van een het door ons nog niet geheel omvatte ‘concept Aarde’. We overschatten naar mijn oordeel in een dergelijke gedachte volstrekt de dominantie of zelfs maar invloed van onze ‘soort’. Hoewel dat op termijnen van 10 tot enkele honderden jaren waar lijkt, betekent het op échte termijnen niets: ik zie ook temidden van wegen, waterwegen, constructies als viaducten, sluizen e.d. dagelijks dat we de natuur helemaal niet hebben ‘overgenomen’ of ‘ondergeschikt gemaakt’. Dit geldt alleen voor grove waarneming op korte termijn. Dat is te zien aan elk gebruik van elke langer bestaande constructie door mossen en anderszins; voor een grootschaliger voorbeeld denk je maar eens aan de moeite die we hebben om werkelijk enorme “Inca’-bouwwerken zelfs maar terúg te vinden – dan besef je dat wij niet de langste adem zullen hebben; en zo hóórt dat ook voor slechts één van de . (tigtig). soorten. Niet onwaarschijnlijk lijkt me ook dat heel wat religie juist drijft op het  (dus slechts voor dombo’s geruststellende) concept dat “de mens” ook “de meester” zou zijn. Zo gezien verliest de mens altijd zijn nu gebruikelijke ‘onnatuurlijke’ staat. De vraag is slechts of hij wel of niet als soort overleefd. Zonder ‘herintegratie’ is dat naar mijn vaste overtuiging gewoon: nee. Meer kans voor insecten wat dat betreft, maar ik vind ’t verder best. Ik denk dat we(=mensdom) vanzelf overgaan als we onze plaats niet herontdekken en beweer hierbij slechts dat het érg aangenaam is iets van die échte plaats al hier en nu te herontdekken, in dit leven. 

Overigens heeft dit besef weinig of geen relatie met de uitvoering van ons huidige leven: dat is puur voor de lol en leidt –naast soms de eerdere, wijdsere gedachten- gewoon per dag ook weer naar méér ‘lol’. Want wat blijkt: Hoe meer Zijn hoe meer Vreugd. Grappig ook: Afzien blijkt de kortste weg naar Krijgen. Dat is dus één (voorlopige) uitkomst van ons kleine gedreutel: we zijn érg aanwezig in eigen bestaan…  Liefhebbers van reïncarnatie kunnen dus gerust door-robotten, gezien hun verwachting ooit toch ook degelijke ervaringen nog wel eens tegen ‘t (dan geldende-) lijf te zullen lopen. Alle anderen raad ik aan: houdt óók gewoon op met waar je mee bezig bent- en bij voorkeur zonder te veel vervolg-ideeën. 

En kijk eens aan: ik roep hierboven zomaar ineens precies hetzelfde als ook Jezus eerder deed… Is dát niet wonderbaar,voor een zich geheel-onthouder..?  

Groet aan allen!    Joop

Plaats een reactie