“Nee, niet met bus of trein maar met de Caravan. Zo hebben we feitelijk een hele courgette voor onszelf. Want ook ‘vieille amants’ hebben nog van die avonden dat de nabijheid van anderen een ietsje te sensibel zou komen te ‘liggen’ nietwaar! Cent rancunes, maar toch. Premierre nog even een tussenstopje bij Frank en Wil op Aire Naturellement ‘le Bonhomme’ nabij la Châtre, maar anvin staan we dan vice en vice voor de Médiratennee. Bij Fréjus ga je d’r af. Of even daarvoor dan, in Fréjus d’Orange. Daar krijg je die hele scherpe vitrage naar links en dan ontplooit zich about pour temps dat hele panoramopticum. Chat qu’un a son coup, maar dat is zoiets ravitaillants. En meteen daarna krijg je dat bord met directoire Nice. Bij de oude abeille. Wat er allemaal bloeit nu! Hybriscussen, gerianums, rotondendrons… en natuurlijk die paarse, hoe heet dat. De lavabo. Die héérlijke lucht!
Maar we plukken ze nooit, want we zijn allegories voor lavabo. En we moeten als bons-vivants ook op ons quivitre zijn dat ál het water portable is. En modesse met kaas natuurlijk. Carambole, rochefort, grillage, rebouton; sterke kaas geeft geen problemen. Au confrère! Maar juist, betonné de se trouver en sable, de záchtere kazen zoals pélérine, siècle, gabardine, mousseline en stimorol en zo. Dat is qua smaak maar een nuance verschil maar dan zit ondergetekende de hele nacht op de retirade… Soie. Ach, het is gewoon een questie van savoir-ivre, als bohémione. Gelukkig is Hanneke solitair met me. En toepasse, dat weet ik ook wel, maar als een gérant dan ’s avonds op het net ontdekte terrasse mijn tournesol staat te flaneren of een prachtige steak au pouvoir en als ik dan na het eten met mijn Corbusier-cognacje al dat platte werkvolk op vakantie langs zie flamberen dan voel ik mijn als Schot in Frankrijk, cela va sentir.
Nou werkt daar natuurlijk óók aan mee dat Frans na alle er doorgebrachte tijd in feite mijn tweede moedertaal is geworden. Carton! – L’addiction s’ilvoupel!”
(Vrij naar Kees van Kooten uit 2003)