Dezer dagen werden we weer eens geconfronteerd met de enorme onderscheidenheid in mensen.
Hoe en door Wie daar gaat het nu niet om. Deze gedachten notitie heeft niet als doel keuzen te maken tegen mensen. Laat staan mensen ‘af te serveren’. Zo zijn we niet gebakken.
Wel zijn we gebakken met een ongeneeslijk optimisme. Of misschien is dit niet meer dan simpelweg ingebakken ‘hoop’. Wat ons betreft dus van de soort ‘die leven doet’. Letterlijk élke keer dat we zélf, bij of met iemand, stilstaan bij gebeurtenissen van betekenis blijkt hoezeer de startpositie, de attitude, bepalend is voor het verdere verloop. Zelfs dus voor de ‘levensloop’. Het bekende verhaal van het halfvolle, dan wel halflége, glas is van zéér bepalende invloed. Er is binnen zoveel ethische systemen (waaronder wij zowel religies als filosofisch/ humanistische stromingen rekenen) zóveel al over gezegd, dat we niet de illusie koesteren hier op diepgravend niveau nog iets aan toe te kunnen voegen. Wellicht kunnen we dat wel op een veel profaner niveau (waarin ik bovendien bovengemiddeld vertrouwd ben..): het uitdrukkingsniveau, hoe één en ander samenhangend in taal kan worden weergegeven – of samengevat.
Een poging daartoe:
Hoe vol het glas voelt komt grosso modo neer op hoe wij ‘verwerken’. De ervaringen ‘een plek geven’ wordt vaak gezegd als einddoel daarbij. Er zijn natuurlijk wel enkele ‘systeem-eisen’ bij betrokken zoals elke goede om zich heen kijker kan constateren:
*Om zich niet bij voorbaat zelf tot slachtoffer te verklaren is de acceptatie dát enige emotionele tikken tijdens een heel leven je deel zullen zijn toch wel het minste dat we mogen vóóronderstellen. (En dan hebben we ’t hier te Lande altijd nog over verdriet temidden van alle goeds..)
*Voorts is ‘verwerken’ natuurlijk al een werkwoord in het kwadraat: een werkwoord op zich dat ook nog werken als kern heeft. (Dus niet wachten op god of goeroe in plaats van te ondernemen)
Het komt mij gaandeweg mijn bestaan, zowel waarnemend als ervarend, voor dat juist het verwerken van zaken zélf weer aan de basis ligt van veel goeds – van nieuw vermogen. En juist déze schijnbare contradictio –beschadiging als nieuwe grond ander de hoeven- laat zich heel wel in scheepsbegrippen beschrijven:
-Alles wat ons hard raakt wordt als last ervaren (en staat dan centraal).
-Daarna wordt het als ballast ‘meegedragen’ (want het leven gaat tóch door).
-Na de nodige verwerkingstijd echter versmelt ook dit blokje ballast met wat je je heel goed kunt voorstellen als je totale kielgewicht.
-Het vermeerdert daarmee diepgang en stabiliteit.
-En vergroot dus je zelfoprichtend vermogen aanzienlijk.
Kortom: goed verwérkte ervaring vergroot onze diepgang en stabiliteit.
(Geen wonder dat sommige ‘oude pijn’ eigenlijk niet meer gemist kan worden..)
Het is mogelijk dat zulks u als lezer gekunsteld voorkomt, een woordenspel. Ik zie het echter juist als een heel directe en kernachtige weergave van een waarheid die mijn feitelijke levenservaring me gaandeweg heeft voorgeschoteld. Ik ken nog enkele mensen die hierin nog wel een slag kunnen maken (om in scheepstermen te blijven). Hiertoe roept dus de titel op wanneer die meldt:
Laat u in de boot nemen – ga gerust het schip in !
Schier/Earnewâld, 12/14 april 2008