Er was eens… een echt paar.
Ze hadden juist een sprookjesachtige tijd achter de rug. Maar nu liep dat sprookje ten einde.
We schrijven dan het jaar onzes heren 1995: hun koters trokken inmiddels als échte mensen de wereld in en dus ’s echtpaars huisje uit…
Daarom keek het paar elkaar eens in de ogen en ze zeiden: “Het is tijd voor een heel nieuw sprookje – hoe zullen we het noemen?” En ze noemden het: ‘Laten we eens gaan kijken hoe mooi het ook élders weer is’. Al kijkend viel hun oog op (en vóór) een lief pastorietje in een lief dorpje gelegen in een liefelijke landstreek tussen bos en water.
Er leunde een kerk(je) tegenaan en er was een school/dorpshuis nabij en ze werden door de Eldersen, die zichzelf ‘Elahuizers’ bleken te noemen, heel vriendelijk welkom geheten.
En als de HIJ van het paar even niet te druk was met velen te voorzien van stimulans, goede raad en verdergaande opdrachten –een hobby die wel met ‘werken’ wordt aangeduid- dan kluste hij wat bij rond ’t kerkje, in de dorps-krant, of aan de pastorie natuurlijk.
En als de ZIJ eens even niet te druk was met iedereen die dat zelf wat minder kon te voorzien van stimulans, goede raad en goede zorg –óók zo’n hobby als bovenvermeld- dan kluste ze wat af in dorpsbelang, het huishouden of ze legde nog meer tuin aan.
En samen wandelden ze veel over dijken, berm en veld en, met anderen, ook nog richting Zuid.
En samen fietsten ze veel, hier door bos en beemd en een enkele keer ook heel ver weg -daar waar de wereld warmer is.
En samen gingen ze onder zeil op ’t wad en andere wateren en kampeerden ze tussen allerlei toppen op de plaatsen waar de wereld hoger is.
Zo trokken zij vrolijk door de jaren heen en de jaren deden dat ook door hen …
Ze werden dus wat grijzer en soms, bij ’t opstaan vooral, wat stijver en –geheel ongewild!- ook nog wat voller.
Maar nog vrij recent – het was toen alweer tien jaar verder – kwamen er nieuwe en toch óók weer oude vertrouwde gedachten in hen op. Gedachten als: we zouden wel heel wat méér willen Zwerven waar de Zon gaat, Wandelen met de Wind mee & Varen met het Tij.
Veel vaker én veel langer.
Niet alleen in onze vrijetijd maar in onze altijd.
En zo kwamen ze tot de logische conclusie: die hobby “werken” is heel mooi, maar het kost ons veel te veel vrije tijd! Dus daar hielden ze toen maar mee op.
Daarop keek het paar elkaar eens in de ogen en ze zeiden: “Het is tijd voor een heel nieuw sprookje – hoe zullen we het noemen?” En ze noemden het: ‘Laten we eens gaan kijken hoe mooi ook élders het weer is’. Al kijkend viel hun oog op (en vóór) een lief scheepje bestemd voor een mooie trektocht door landen waar de zon hoger staat en de zonnebloemen onafzienbaar zijn en het gegiste druivensap verrukkelijk schijnt te zijn.
Dat is het nieuwe sprookje dat ongeveer nu voor hen begint, want verhalen volgen elkaar op en gaan dóór als het leven zelf – zó worden het dan ook levensverhalen.
Het sprookje in Elahuizen is daarmee echter uit – niet voor jullie natuurlijk, alléén maar voor dit paar.
Doch treur niet: wuif ze gewoon uit !
Ze kozen het immers zelf.
En mettertijd maken ze ook van elders voor hen weer ‘hier’
Zoals jullie allemaal, ieder op eigen wijze, varen we gewoon verder het leven in
… al nemen wij dat na september even wat meer letterlijk.
Vanaf een echt dék geldt déze wens wel heel speciaal: Vaart (ook) u allen wél !