Aan een paaltje van het naamloze eilandje ten NO van de “Krúspôle” ligt deint zacht een schip
Mijn schip
Aan boord: ik met een dik boek -dicht een fles wijn -bijna leeg Achter me: de zon nu tussen Hindelopen en Workum vlak boven de einder Dichter bij: riet onderaan vers groen bovenaan bleekgoud verjaard Voor me: mijn dorp vlak onder die einder opblinkend in het late licht verzonken in z’n stilte verguld in z’n schoonheid ingekeerd in zichzelf…
Het is 21.30 uur zomertijd steeds later licht ik kijk zie het goud ontvang de stilte adem de rossige wolken naderbij
Mijn gemoed schiet vol samengebalde emotie teveel om bínnen te houden: ik laaf me ben zo verschrikkelijk aanwezig geluk/ziel/zijn/kompleet
Onverstoorbaar bleek en zilver gloeit langzaam de maan op …
en straks zie ik jou terug !