Aarding

Varende naar het Zuiden kwamen wij intussen heel wat mensen tegen die hun eerdere hebben en houden óók hadden ingeruild voor dit vrij varend bestaan. Het bleek zich daarmee ook heel wat vaker voor te doen dan wij hadden kunnen denken: we kwamen zowel Nederlanders als Duitsers, Engelsen, Belgen en zelfs een Fransman in deze categorie tegen. Alleengaanden (allen mannen, maar dit zal vooral met de keuze van een schip als woonmiddel te maken hebben) én ook echtparen. Vanuit deze ontmoetingen, hoewel soms heel vluchtig, meen ik een tamelijk rigoureuze tweedeling te hebben ontwaard tussen deze ‘vrij zwervenden’. Nu is het altijd gevaarlijk een stevige mening of stevig verwoorde ‘observatie’ neer te zetten over mensen: men doet de ander er wellicht krachtig mee te kort. Wanneer de lezer echter krachtig in z’n gedachten houdt dat schrijver dezes: 1.er (hoewel serieus) slechts een slag naar slaat; 2.onmogelijk wijzer kan observeren en concluderen dan hijzelf is; 3.de neiging heeft zaken uit te vergroten teneinde ze beter te kunnen proeven en/of over ’t voetlicht te krijgen, dan kan ’t toch wel worden gewaagd…

Welnu, ik meen een tweetal zeer gescheiden groepen in deze zwervenden te ontwaren. Allen lijken vrij (en op ’t oog ook ‘onverveerd’). Toch zijn er naar mijn inzicht ‘Vrijen’ en ‘Vluchtenden’ te onderscheiden – wel degelijk twee kanten van een spectrum. Merkwaardig is dat wie ik waarlijk Vrij ervaar tussen de zwervenden dat juist steeds is in gebondenheid: men hecht aan vele soorten kontakten, houdt lijntjes aan met ‘thuisfront’achtige mensen, vertelt enthousiast over eerdere levensfasen én over recente ontmoetingen, weet veelal niet hoe de nabije toekomst er qua vormgeving uitziet maar gaat ervan uit opnieuw keuzen te maken en vindt ‘zich te gelegener tijd opnieuw “settelen” gewoon een optie, in elk geval geen taboe. Ook blijkt men bijzonder te genieten van het ‘tijdloze’ karakter van het zwerven-an-sich: de nieuwe agendaloosheid wordt een verademing gevonden. Neemt u dat woord letterlijk: men ademt vrij – en laad zo op. Andere eveneens ‘vrij’ zwervenden daarentegen vertonen herhaald een volgende patroon: men is blij dat men nu eindelijk vrij is om te doen en te laten wat men wil, doet je desgevraagd ook meteen weten waar ze blij zijn ér nu vanaf te zijn, willen ‘nooit meer’ iets anders dan ‘ongebonden’ zijn, reppen niet over andere mensen -vroeger en nu- en vooral: naast verwachting ontbreekt ook elk spoortje humor of zelf-relativering opvallend. Ik noem hen niet Vrij maar Vluchtend en ervaar hen in toenemende zin als treurig: altijd ergens vandaan gaand, nooit meer ergens naartoe. De tegenstelling komt nog scherper naar voren als je aan deze categorieën in mijn ogen bijpassende woorden en hun tegengestelde koppelt, zoals: geworteld – ontworteld; gebonden – ontbonden (of zelfs: binding versus ontbinding) En wat dacht u van geaard en ontaard. Dit laatste heb ik gelukkig niet mogen bemerken. Een basaal onderliggende wrokkigheid die alle beleving en waarneming kleurt echter wel degelijk. Er zwerft kortom een categorie zichzelf vanuit teleurstelling ontheemd hebbenden door Europa. Een treurig stemmend feit. Wel varend maar geen welvaart…

Het is déze treurigheid, die hen -vaak geheel tegen de trotse en licht betweterige woordkeus in- omringde waaraan ik nog meer bemerkte hoezeer wij, en gelukkig ook andere ‘zwervenden’ die we ontmoetten, wel degelijk gebónden zijn – aan zoveel dat ons lief is: mensen, dingen én plaatsen. Voor zover dat het tegengestelde is van ontheemd, zijn wij zeer geheemd gebleven. Op een minder bewust niveau wisten we hier ook al iets van, want ik herinner me hoe een enkeling voor ons vertrek de stellige overtuiging uitsprak “dat je, als je eenmaal onderweg gaat vast helemaal niet meer de behoefte hebt om terug te komen, in elk geval in jaren niet”. Mijn Gade en ik keken elkaar dan aan met een blik van “wat een onzin, we gaan er lekker tussenuit, maar we hoeven niet zo nodig weg..!” Kortom: we schonen op, luchten door, verfrissen ons doen en denken door zoveel mogelijk af te koppelen; het is een (prachtig!) middel, maar geen doel. Doel blijft gewoon: de voortgang van het leven zelf, weer nieuwe vormkeuzen gericht op de oude verlangens. Inclusief behoeften als ‘houvast’, ‘omgeving’, ‘nestbeleving’, ‘tot je recht komen’, ‘waardering ondervinden’, en wat niet al – en mens is er immer druk mee.

Wij ook.

Ik noem het Aarding. En dat is zowel heel grondig als erg aardig vermag ik u te verzekeren.  

Joop, Colombiers (Frankrijk) 31.12.2006

Plaats een reactie