Basaal Verhaal

Een oude Cherokee kijkt met zijn kleinzoon naar de Zonsondergang.

‘Opa, waarom vechten mensen eigenlijk?’ De oude man, die keek naar de dag die de strijd met de nacht aan het verliezen was, antwoordde hem met kalme stem:  ‘Ieder mens krijgt er vroeg of laat mee te maken. Ieder mens wacht een gevecht dat gestreden moet worden en dat gewonnen of verloren wordt. Want de felste strijd is die tussen de twee wolven.’  ‘Welke wolven, opa?’  ‘De wolven die we in ons dragen.’  Het kind begreep het niet.  Het wachtte zijn opa het moment van stilte doorbrak dat hij tussen hen had laten vallen, misschien om zijn nieuwsgierigheid nog aan te wakkeren.  Ten slotte ging de oude man, met de wijsheid der jaren die hij in zich droeg, weer verder op dezelfde kalme toon:  ‘In ieder van ons bevinden zich twee wolven. De ene is slecht en leeft van haat, jaloezie, wrok, opgeklopte trots, leugens en egoïsme.’  Hij zweeg opnieuw, om te laten bezinken wat hij zojuist had gezegd.  ‘En de andere?’  ‘De andere is de goede wolf. Hij leeft van vrede, liefde, hoop, vrijgevigheid, mededogen, nederigheid en geloof.’  Het kind dacht even na over wat zijn opa hem had verteld.  Vervolgens bracht hij zijn nieuwsgierigheid en gedachten onder woorden met opnieuw een vraag. ‘En welke wolf wint?’  De oude Cherokee draaide zich langzaam naar hem toe, ving zijn ogen en zei met heldere blik:  ‘Degene die je het meest te eten geeft.’

Een oud Indiaans Sprookje.

Plaats een reactie