Het Wonder van Bestaan …

Het  wonder  van  het  bestaan 

door het bestaan van Zintuigen      ( – in de Herfst fietsen naar Breda)

 

24 September, 7.35 uur: het daglicht is er al, maar de kim licht al heller op dan dat: de zon bereid zich voor. Buiten is het nu 13 graden Celsius, droog, wolkeloos en het waait nog nauwelijks. Toch is er een windkracht 5 Beaufort voorspeld: oost-noord-oost. Een prachtige fietsdag dus, vooral in de richting west-zuid-west. Wind in de rug: geen E-bike maar een B-bike (=Beaufort)! Ik besloot daarom (gisteren) om (vandaag) naar wzw te fietsen – dat is van hieruit grofweg de richting Breda. Langs fietsknooppunten, dus auto-luw en met pontjes, is dat zo’n 96 km, goed te doen op een fraaie fietsdag. Als ik rond 8 uur werkelijk wegfiets kleuren de boomkruinen al oker-goud op en een kilometer of wat verder staat de bok met de Z-vormige hoorns me, al tot de hoeven in nog bedauwd, maar al goudgeel oplichtend gras, na te kijken. Zijn vijf dames grazen intussen onverstoorbaar door.

Het smalle fietspad dat zich over de heuvelrug naar Amerongen sliert produceert trosjes scholieren. Steeds is het de kunst m’n stuurspiegeltje links nét naast hen even naar rechts te slingeren. Amerongen ligt er nog dromerig bij. Het kolossale kasteel rijst even later zwaar en streng op uit een dampende slotgracht, waarna de oranje-gele pont over de Nederrijn fleurig blijkt te liggen blikkeren aan de overkant van de Neder-Rijn.

Aan de opgang naar de dijk aan de Betuwse kant blijkt de politie een bordje te hebben geplaatst met een opgeheven hand en de tekst: “Dieven: Oppassen!” (Mij dunkt dat dit Gilde zulks altíjd al doet, ze houden er immers niet van om betrapt te worden..?!?) Vanaf de Rijnbandijk bij Maurik vergaap ik mij aan de brede, natte uiterwaarden aldaar: een uitbundige lappendeken van water en groen, in blauw, groen en goud. Eenmaal over de keersluizen van het A’dam-Rijnkanaal, ten zuiden van Wijk bij Duurstede, daal ik verder de Betuwe in: fruitbomen rondom. De pruimen zijn zo te zien alle al geoogst, maar van de appels en peren hangt nog een procent of tien in het struweel. Vooral de hoogstambomen zijn nog niet helemaal geplukt.

Dan wordt er ineens gebeden, in de open lucht, zo vroeg op deze woensdagmorgen. Wel bóven mij, maar niet vóór mij, zo valt te vrezen: de valk laat me stil onder zich door fietsen… Hier in de Betuwe is ons landje nog láng niet vol: tussen Maurik en Buren, zo’n drie kwartier fietsen, kom ik twéé auto’s en één andere fiets tegen! Een koffie-stopje in Geldermalsen: net als ik aankom om 9.58 uur opent het eerste dorpsplein terrasje. Hier blijkt de Linge, waar ik een eindje langs fiets, nog bevaarbaar. De klimaat verandering in een notendop: ik zie twee mannen een uit de kluiten gewassen palmboom bijsnoeien… Verderop de brug over een breed glinsterende Waal overgestoken en door het altijd fraaie Zaltbommel verdergegaan. (Druk bevaren trouwens die Waal: ik zag minstens tien vrachtvaarders en nog twee plezierbootjes vanaf de brug.)

Het is nu rond 11 uur en de temperatuur wordt steeds vriendelijker, een graad of 16 inmiddels, schat ik. De wind trekt wel door en is bepaald een vriend in de rug. Een paar kleine dorpen, twee molens en heel wat sloten later (om over de fauna maar niet te reppen) stuit ik bij Nederhemert op een “dode” Maas-arm: tussen twee zware en brede ponthellingen bevindt zich een petieterig uitziend fiets/wandel/kabelpontje met daarop een jongedame met hond. Ze verteld hoe men achter deze Maasbocht vorige eeuw de Maas heeft ‘rechtgetrokken’, ter wille van de scheepvaart en om het water sneller af te kunnen voeren naar zee. (Dit laatste zouden we heden ten dage juist niét meer doen…) Desgevraagd krijg ik ook te horen dat zij, met haar hond, wel zo’n drie fietsers per uur overzet(!). Bij de andere oever aangekomen blijkt er zowaar alweer een klant te staan, die zij direct overzet … met achterlaten van de hond. Het dier kijkt haar na en gaat dan afwachtend bij mijn voeten liggen, me bruinogig buitengewoon trouwhartig aankijkend – met lichte kwispel aan de staartzijde. Ik heb dus het hart niet om weg te fietsen voor het pontje met baasje weer terug is…

Na een fors stuk ‘Bergsemaas’dijk in Westelijke richting steek ik , nu rond het middag uur, via het ‘Drongelseveer’ Brabant in. Ik vraag me af of men in deze landstreek de lantarenpalen wellicht uitsluitend plaatst tijdens Karnaval … zó velen staan er scheef! Bij SprangCapelle komt mij een forse tros scholieren tegemoet, allen met oranje hes en zo te zien begeleid, dan wel in toom gehouden, door twee leerkrachten. Een kakofonie van puberaal geschreeuw vloeit mijn gehoorapparaten -die dus aan staan- binnen. Het eveneens puberaal te duiden achteloze geslinger blijkt ineens funest: twee sturen haken in elkaar en vijf fietsers buitelen over elkaar en over hun tweewielers heen. Ondanks het krachtige gekerm van één meisje blijken er, na het eerste ontwarren, geen érnstige verwondingen te zijn en kan ik dus -te voet slalommend door de wanordelijke bende heen- mijn weg vervolgen.

Van daar af kijk ik rond naar een herberg-achtig pandje teneinde iets van een lunch te kunnen bemachtigen. Alle dorpjes daarna hébben wel zo’n pandje – maar die blijken echter ook allen geslóten (op deze woensdag in de herfst zo tussen 12.30 en 13.30 uur.?) In Dongen, zo rond 13.40 uur, tref ik echter niet alleen en flinke Supermarkt, maar ook prettig straatmeubilair aan; zodat het soldaat maken van enkele Zoute Harinkjes, vloeibaar begeleid door een lichtzure smootie vol fruit, aan elke ‘Roppigheid’ (zie ’t Frysk woordenboek) een eind maakt.

Nu volgen nog wat bospaden, een stukje Oosterhout en weer wat bospaden – en dan rijdt ik Breda binnen. Rond 14.50 uur stuit ik daar op het Station, ruim op tijd dus om nog binnen de ‘daluren’ (die lopen tot 16.00 uur) in te stappen en richting Utrecht – Veenendaal te reizen…

Dácht ik ! Want wat blijkt: 1. Vanuit Breda kun je alleen over Rotterdam CS naar Utrecht en verder, en 2. er was een trein uitgevallen, dus werd alles later.. Nu mag je als reiziger tot 16.00 uur instappen – en dan zo lang als je wilt nog doorreizen op je daluren korting, maar voor een fiets geld dat niet. Tussen 16.00 uur en 18.30 uur mag er zich domweg geen fiets in de trein bevinden. (Gezien de spitsdrukte niet onbegrijpelijk – maar wel reuze onhandig.) Wat te doen? Ik trok maar weer eens een oude truc uit de kast: “licht bejaarde man zet een uiterst vriendelijk gezicht op en is zich nergens van bewust”

Het hielp: in ons Sprintertje naar Veenendaal werd ik, rond 16.50 uur, mét fiets betrapt door de conducteur. Deze man checkte mijn instap van deze reis (die stond op 15.12 in Breda), zag dat ik keurig een fietskaartje op m’n vervoersbewijs had gezet, keek in mijn –uiterst onschuldige– ogen, zuchtte licht en legde het toen nog maar eens kort en goed uit…  Hierna keek ‘ie even rond in de trein en sprak de verlossende woorden: “Ach, het is ook niet té druk meer, neem ‘m maar gewoon mee naar Veenendaal West” (Dat het niet meer zo druk in de trein was, dat kwam omdat we toen al voorbij Driebergen-Zeist waren…)

Onschuldig kijken, ik kan het jullie aanraden!

Onschuldig zijn is heel wat moeilijker…

Plaats een reactie