Trouwe omgevingsgenoten én diegenen die zich graag begeven in het “heb je ’t al gehoord?”circuit (de roemruchte Elahuizer geruchtenmachine dus), wisten al geruime tijd dat ondergetekende overwoog het werkende leven op, zelfs in ons land.., vrij ‘jeugdige’ leeftijd al vaarwel te zeggen.
Werken dan natuurlijk in de definitie van ‘betáálde arbeid op contract’, want er wordt daarnaast vanzelfsprekend heel wat werk verzet in een mensenleven, als ik alleen al denk aan het opvoeden van enige koters… (!)
Welnu: sedert 1 juli mag ik mij rekenen tot het rijke gilde van de ‘gepensioneerden’ al hoort daar bij mij, gezien de nu 55-jarige leeftijd, nog geruime tijd het woordje “pré” voor te worden gevoegd.
(Overigens moet dat ‘rijke’ in immateriële zin worden verstaan; materieel wordt je van al zó vroeg er tussen uit knijpen natuurlijk aanzienlijk armer…)
Uitlatingen van onze huidige landelijke bestuurders dat er, eventueel gedwongen, weer steeds dichter naar de dood toe moet worden doorgewerkt, hebben op deze beslissing ook nog grote invloed uitgeoefend.
Ten faveure ervan natuurlijk, want
-als je bij schrijver dezes aankomt met dwang dan werpt hij per definitie de kont tegen de krib, een kwestie van karakterdeformatie
-bovendien ben ik nog van een meer ‘inhoudelijke’ generatie, die meent dat de economie slechts voertuig is voor het menselijk welbevinden en dus niet andersom.
Bij een afweging tussen de mate van ritmische bijvulling van de portemonnee en de mate van keuzevrijheid en bandbreedte in het eigen bestaan is de keuze dan dus snel gemaakt: het was móói – maar nu wegwezen !
De rest is slechts een kwestie van consequentieaanvaarding.
Volwassen en dus verantwoordelijke mensen zouden met dat laatste echter geen moeite behoren te hebben wegens voldoende oefening… Tóch kom ik ook hierbij te veel angsthazerij en ‘rampspoedbeveiligheidskramp-in-centen’ tegen. Back to basics, goed prioriteren en enige flair terugkrijgen (!) zou ik daartegen willen adviseren: put nog eens uit je adolescentiejaren – het leven wordt dan meteen de mooie kringloop die het hoort te zijn.
(Tip voor de gretig oordelenden onder ons: consequenties nemen = óók een leuke liniaal om mensen eens langs te leggen !)
Omringende bekenden beginnen echter nu reeds vragen te stellen als: “Hoe bevalt het?”, “Al een beetje gewend?” en “Wat doe je nou al zo door de weeks?”
Iets te vroeg, mijne broeders en zusters…
Als je net begonnen bent met niet meer volgens contract hoofdzakelijk afwezig te zijn, betekent dat nog niet dat er plots een nieuwe ‘agenda’ ligt. Sterker nog: het niet weten hoe ’t uit zal pakken is voor mij juist één van de belangrijke ingrediënten.
Als een verrassingspakket voor jezelf: want wát blijkt uiteindelijk zoal de vrijgekomen ruimte voor nieuwe belangstelling en enthousiasme te gaan innemen..? Oude hobby’s in nieuwe jasjes? Ongekende gebieden die tot op heden geheel aan mijn (immers al in beslag genomen) aandacht waren ontsnapt? Hoe zit ’t eigenlijk nog met m’n vermogen tot introspectie? Zal rust en ruimte tussen de oren nog meer gedetailleerd waarnemen, nadrukkelijker beschouwen, gerijpter oordelen ook kunnen bevorderen?
Dingen als de bovenstaande ontdekken -en dus vooral niet vooraf al programmeren of via ‘wishful thinking’ stiekem versneld tot nieuwe invulling verheffen, ten koste van wellicht dieper liggende verlangens en ambities- vergt gewoon tijd nemen.
Aangezien niet direct ergens bovenop springen met mijn karaktertje wat slechter spoort dan zulks wél te doen heb ik mij dus voorgenomen eerst maar eens één á twee volle jaren tijd te rekken. De handrem flink omhoog getrokken dus.
Mocht u mij derhalve almaar bleker en trager zien worden: m’n eigen schuld.
Meer direct geldt natuurlijk al wel:
-hoe snel zal mijn beminde gek worden van mijn nog nadrukkelijker alom aanwezigheid?
-en van de ongetwijfeld opkomende talloze plotselinge plannetjes die
daaruit ook voortkomen?
Zij leeft en werkt (in elk geval nog een paar jaar) gewoon door zoals vanouds.
(Logisch: iemand moet ervoor opdraaien tenslotte… Of, zoals ik graag mag roepen omdat men dat in de tijd van mijn ouders precies andersom deed: “Ik hoef niet te werken – mijn vrouw werkt al !”)
De ureninvulling per dag, voor de vuist weg, blijkt in de startfase niet bepaald moeilijk: zoals bij ieder denk ik, zijn er klussen zat rondom-, aan- en ín ons historische en dus ook stokoude, pandje. Dat blijkt ook hard nodig, want er is op punten zeker 8 jaar verwaarlozing in te halen…
Voorts vind ik het lekker om zo nu en dan, op impuls, eens mensen en plekken op te zoeken die achter de waan van alle dag leken te zijn verdwenen en nu plots weer in de aandacht opdoemen.
Verder weet u al dat wandelen en fietsen graag wordt gebezigd en deze activiteiten zijn, naast gezond, ook bij uitstek geschikt voor het nodige zelfonderzoek en het rijpen van nieuwe afwegingen.
Kortom: voorlopige invulling genoeg.
Voor alle dag ligt ook de nodige verschuiving van huishoudelijke werk-zaamheden van mijn gade naar mij natuurlijk voor de hand:
Jopie meer als Huisman dus ook.
Welke omvang dit gaat krijgen en in hoeverre animo en vaardigheden hieraan al doende ook nog nader kleur en fleur gaan geven valt niet vooraf te zeggen.
Vandaar het vraagteken in de titel van dit stukje.
Jopie Huisman (?)
Vooralsnog i.o.
Hooguit.
P.S.: Een extra hartelijke groet dit keer voor al diegenen die mij één dezer weken volstrekt onverantwoord rond zien lummelen terwijl hij of zij wél weer aan ’t werk moet …