Op vrijdagavond 25 april hadden mijn gade en ik een zwager de ‘VUT’ ingewuifd.
En op zaterdag 26 april daaraanvolgend reden wij over de Duitse autobahn naar Luxemburg, alwaar met ons wandelgroepje verder gelopen zou worden richting het Zuiden(LAW GR5: Rotterdam – Nice). Voortstuivend in het vroege voorjaar met zo’n 160 km/uur langs berg en dal in de Eifel, vol van donkere stammen, ingebed in de vederlichte zilvergroene blaadjes van ontluikende beuken, leidde het ook voor mij wenkend perspectief van zo’n ‘VUT’ tot een bijna surrealistische ervaring: Zó voort te zweven over de aardbol, tijdloos, ongebonden behalve in het zelf, per definitie eindeloos –wat een fantástisch vergezicht!
Het herproeven van alle door de jaren heen opgelopen treurnis en 't doormijmeren van de teloorgang die ook bij een dergelijke loslating kan behoren (want we blijven kuddedier); die beide dan weer bestrijden met het eindeloos volgooien van de zintuigen tot hun verwerkingscapaciteit is overschreden: is dat niet een onvoorwaardelijke keuze waard? Een daad van afstand stellen? Een volledig commitment met mijzelf?
Zou een gerijpt bestaan eigenlijk niet vanzelfsprekend moeten leiden tot de keuze die mij nu nog zo gedurfd lijkt: namelijk de maximale confronterende expertise met de existentie zélf – door zo volledig mogelijk te breken met tot nu toe aangeleerde gewoonten als de ‘agenda van elke dag, week, enz.” en ankerplaatsen zoals de geijkte zelfopgelegde (deel)doelen in het leven?
In deze vorm van ijl zwevende voort- en gedachtegang is zowel een begin van de alomvattende vrees (voor het onbekende) als een glimp van de gloed door bevrijding (via het lóslaten van het bekende) tegelijk voor mij tastbaar. De vraag ligt voor of ook door mij niet veel te vaak gekozen is en voor veiligheid, zekerheden en vertrouwdheid (resultaat: het bekende) en veel te weinig voor de káns op explosieve groei die is inbegrepen in niet weten hoe ’t verder gaat…
Het eigenaardige is natuurlijk dat we nooit iets weten over de toekomst en tóch almaar proberen iets van ‘greep’ daarop te krijgen en te behouden. Wie bewust leeft en ouder is dan veertig, wéét dat dit een illusie is – maar niettemin klampen we ons aan die illusie vast…
Feitelijk maken we zo ons bestaan perspectiefloos: we spiegelen de perspectieven binnen ons bestaan als het ware tegen de binnenkant van een kerstbal: niets van de mogelijkheden daarbuiten bereikt ons op die manier.
Waarom zou ik niet de onzekerheid als kans aannemen, waarom niet het ontwortelen als potentie ervaren – waarom dus de vrees als hek in plaats van de hoop als kader?
Waarom ultimo dus niet het geloven, de verwachting als uitgangspunt gekozen?!
Natuurlijk ken ik de bezwaren, die leven ook in mij: ze zijn evenwel net zo makkelijk te beschouwen als de verpakking van de vrees in deugden en logica. Daar zijn moeiteloos enige tientallen Marlûds (dit verhaal maakt deel uit van een maandelijkse 'collum' in de Dorpskrant. Red.) mee te vullen, herkenbare teksten voor medekuddedieren en alle zéér verstandig en dór…
Maar een bestaan vanuit het werkelijk bewustzijn toch meer bij planten, seizoenen en wind te horen dan bij planning -met andere woorden: meer deel van de schepping te zijn dan van de schepper!- zou dat niet tegen alles tot nu toe kunnen opwegen?
Een volwassenwording in zichzelf zijn?
Niet zozeer redenerend, maar meer op een intuïtief niveau van begrijpen of wat daar dicht bij komt, lijkt me hier veel vóór te zeggen. Er wórdt ook veel over gezegd. In mystiek en religie(s) bijvoorbeeld.
Kernopmerkingen daarbij zijn velen van u, hoewel vaak veel te abstract blijvend, wel bekend – zoals dat alleen wie zichzelf durft verliezen werkelijk gaat bestáán en dat het ‘sterven’ van de ’oude’ mens nodig is voor het herrijzen van een ‘nieuwe’, en dergelijke.
Eenvoudiger gesteld komt het erop neer dat wat je tegenhoudt om werkelijk nieuwe acties te ondernemen, om zo in het diepe te springen, vrees is; angst voor het onbekende.
Echter: zelfs in onze spreekwoorden is angst gekend als een sléchte raadgever…
Sinds een jaar of anderhalf leeft gedachte aan het loslaten van zoveel mogelijk opgebouwde routines dan ook sterk in mij. Teloorgang of ‘wedergeboorte’ lijken me niet zozeer twee kansen voor de afloop, maar meer een voorwaardelijke volgorde: Zonder kwijtraken geen ruimte voor het nieuwe. Ook het goede durven investeren voor het betere. Zonder risico geen winst.
(Is het niet wonderlijk dat, nu ik allang niet meer in hem geloof als 'bovengestelde Leidsman', de veel misbruikte Jezus van Nazareth pas een echte leraar wordt? Zijn gelijk over een geheel eigen weg die, als enige, werkelijk begaanbaar is tot ménswording, staat voor mij steeds meer vast. Evenals het inherent en noodzakelijk gebrek aan garanties betreffende de uitkomst er deel van moet zijn. Paradox: voor het zich eigen maken van effektieve 'geloofs'waarheden dient men vooral niet te behoren tot 'de Gelovigen'. Dan pas worden de verborgen waarden en hun kwaliteit ontdekt. Zoals die ik u al vaker meldde is èèn kern daarbij: blijf nóóit een goeroe volgen, maar wordt zélf een mens! )
Ik beweer niet dat ik de moed heb erg te ver te gaan in dat “loslaten”, het ontmantelen van alle opgebouwde “zekerheden” dus. Ik beweer wél dat ik oprecht geloof in de heilzaamheid daarvan.
[Gelukkig voor mij deelt mijn onvolprezen gade deze gedachte !]
Het zal –hoe rigoureus onze plannen ook door ‘de buitenwacht’ wel worden ervaren- naar te vrezen valt dus wel schipperen worden:
zoveel mogelijk loslaten,
tot de rand van mijn (kleine) moed schepen achter me verbranden,
het rekening houden met van alles tot kader van onze eigen
beperkingen verheffen,
risicobeperkingen tot ‘wijsheid’ verheffen, en ga zo maar door.
Kortom, voor het echt rigoureuze werk zijn we te onzent nog te klein voor tafellaken, maar toch wat voorbij het servet geraakt.
Niettemin, wat we wél durven, hopen we in de komende jaren ook te doén.
We spreken elkaar nog wel (op 'e Buorren ofsa) …
augustus 2003