Een jaar na het somtijds heftig pijnlijke, maar toch vooral ook opgetogen loslaten van oude patronen en rituelen (natuurlijk temidden van échte bindingen en gehechtheden – vandaar het zéér..) is alweer verstreken.
Een jaar dat werd gekenmerkt door het legen van ongemerkt opgebouwde (over)last en -lastjes.
Een jaar waarin wat mijn ziel genoemd mag worden flink ‘ontvlekt’ is en zich nu aan me aandient als een weer veel bruikbaarder geworden vloeiblad.
Naïef beschikbaar, bereid tot opname van al wat langskomt en wellicht maar beter geassimileerd kan worden.
Een jaar waarin ook stiltes –en verwondering!- in mijn geest weer de omvang mochten verkrijgen, vergelijkbaar met adolescentie en wellicht nog daar vóór…
Een jaar nomadendom dus óók als gereedschap voor het herformatteren van de harde schijf die verborgen gaat in de grijze massa ‘on top’.
Dát jaar is voorbij:
– het drijfhuis geborgd onder een vast dak in het Noorden en
– zélf gestrand op de lage helling van een zeldzame heuvel in onze platte natte delta;
En dáár ontplooit zich, temidden van het geklus dat ‘settelen’ heet, nu gestaag een nieuwe stilte.
Een stilte waarin juist bewegingloosheid een rol speelt.
Temidden van de statige stammen die langer geleefd hebben en meer hebben gezien.
Waar eekhoorn, roodborst, bosmerel en gaai zich aandienden als hoofdbewoners.
Waar de herfst zich, na een eikelregen als vooraankondiging, nu steeds kleurrijker aandient.
Waar ik niet meer zozeer de -al met ironie geladen- “hoofdrol” van ‘clochard in eigen leven’ ervaar maar wellicht genoegen zal leren nemen met een bijrol als gast.
Of zelfs een non-rol: als doorgaans genegeerd toeschouwer.
Ik denk al jaren wel iets te hebben begrepen van het feit dat zij, die bomen en alle andere voornoemden, voluit ‘van mijn vlees’ zijn.
Nu begin ik te vermoeden dat het mogelijk is dit niet alleen te dénken maar ook te ervaren.
Sterker: te weten als feit.
Zo gezien is ‘kennis’ hoogmoed: immers de conclusie van een beschouwende.
Kennen komt hiervoor in de plaats: ontwijfelbaar weet hebben van het feitelijke.
Merkwaardigerwijs en tóch vol logica is bescheidenheid daarvan een product.
Heelheid eveneens.
Van beiden maar een klein béétje natuurlijk.
Wegens een klein denkraam.
Doch zoals Pé Pastinakel *) al wist: juist déze dingen zijn noodzakelijke ingrediënten voor het (h)erkennen van een Héér.
Een steeds Héérlijker zijnswijze wacht derhalve naar vermoed mag worden.
Een Heerlijke toekomst lijkt (alweer!) begonnen.
Heel toepasselijk voor deze fase bevindt onze “Villa Plop” zich dan ook duidelijk tussen Paddestoel en Bommelstein.
Nauwelijks van Stand derhalve, maar al oh zo ‘Heerlijk.
Binnen in’: Een nieuwe Stilte.
(Nog bedankt Pé, voor je vroeger maar halfbegrepen doch oh zo duidelijke aanwijzingen)
27.09.2007Wouter Wâldsang(The ‘artist’ formerly known as Joop)
*) De chronisch slechtgeletterde (her)leze Toonders’ onvolprezen kosmische proza.