Verantwoording: aan dyslectici, moeizaamfabeten en gewoon leesluien…
( Geplaatst als 65ste [!] maandelijkse stukje in de dorpskrant van Elahuizen)
Mij bereiken wel eens opmerkingen als hieronder:
Veel te moeilijke stukjes, Joop.
Al die komma’s en die bijzinnen.
Daar moet ik echt voor gaan zitten.
En dat komt er vaak niet zo van.
Dus dan kun je net zo goed niét schrijven.
Weinig mensen lezen het volgens mij.
Deze geluiden zijn natuurlijk zeer wáár:
* de stukjes zijn veelal slechts leesbaar voor taalvaardige doorbijters
* naast een algemeen natuurminnende inslag verondersteld de schrijver:
– vaak enige hartelijke ironische resonantie in uw karakter
– vergezeld van verwondering als krachtige ‘trigger’ voor het denken
– en belangstelling voor bijna alles
( dus als dat allemaal niet of veel te weinig in u zit … )
* de schrijver kan weliswaar oeverloos leuteren, echter niet schrijven
* de stukjes hebben zelden met Elahuizen te maken, dus waarom lezen?
* … … …( hier schrijve u geheel onbevangen uw eigen waarheid nog even bij )
Tegelijkertijd is voornoemd terecht commentaar echter grote onzin, want er wordt uitgegaan van geheel verkeerde veronderstellingen.
De belangrijkste daarvan is deze: dat schrijver dezes schrijver zou willen zijn, te beginnen in onze dorpskrant. Dat hij dus veelvuldig urenlang zou gaan zitten werken aan wat vernuftige tekst om deze via veel inkorten (want schrijven is schrappen, zoals bekend), herformuleren, opnieuw indelen, enzovoorts, aan u op te dienen als sterk staaltje van overdracht op papier. Het resultaat van deze zowel artistieke als ambachtelijke worsteling als eerste stap daartoe voldaan toevertrouwend aan de redactie van ons onvolprezen Dorpsblad.
Van voornoemde veronderstelling klopt niets. Wat is er werkelijk aan de hand?
De vraag van voornoemde redactie luidde eertijds als volgt: “Goh, jullie lopen het Pieterpad, hé? En jij vertelt wel makkelijk. Zou je, ook om te voorkomen dat onze Marlûd zich wat teveel beperkt tot louter aankondigingen en mededelingen, niet regelmatig eens wat over dat lopen willen vertellen?”
Het antwoord van Ondergetekende: “O.K., dat wil ik wel, maar dan komt ’t wel net zo naar je toe als dat ik ’t door de telefoon zou vertellen, want: ik ben geen schrijver en ik heb ook geen tijd om elke maand een doorwrocht stukje te maken.
”Redactie: “Oh, dat geeft niks. Het zou al heel fijn zijn als we eens wat meer verhalende tekst hebben”. Tot zover een deal die inmiddels heeft geleid tot 130 bladzijden in 65 dorpskranten gedurende 7 jaar. (Wat dus niets zegt over de kwaliteiten van noch de redactie, noch uw leuteraar. Het zegt slechts iets over de trouwhartige en hardnekkige inborst bij beiden: als we iets afspreken, nou dan doen we ook wat we zeggen – tot we er bij neervallen…)
Elk stukje komt nog altijd simpelweg tot stand door: kort voor de deadline zonder enige voorbereiding achter de tekstverwerker te springen, in één keer een tekst in te ratelen en deze vervolgens diezelfde avond nog bij een redactielid in de bus te deponeren. Er is dus geen schrijver: u neemt slechts bruut opgetekende gedachten waar.
Wat betekent nu dit alles ?!
Wel, om te beginnen dat van niemand kan en zal worden gevergd ook maar enig gezwam van ondergetekende tot zich te nemen. (Om u het overslaan gemakkelijk te maken heeft de redactie e.e.a dan ook steevast op dezelfde bladzijden geplaatst: men negére gewoon blz. 2 en 3 of plakke deze zelfs consequent aanéén direct bij binnenkomst van dit voortreffelijke blad. Op deze laatste wijze voorkomt men, desgewenst, tevens onver-hoopte bezoedeling van eventuele tere zielen bij andere huisgenoten)
Voorts kunt u uiterst gemakkelijk vrijwel gehéél afkomen van de producten van ondergetekende, daartoe zijn twee methoden doeltreffend naar ik aanneem:
1. Men melde de redactie van dit blad dat men voortaan graag zélf deze bladen zou willen vullen, dan wel er dwingend op toe zal zien dát anderen dat doen; óf
2. De redactie wordt op zo’n ondubbelzinnige wijze kond’ gedaan van het opgestapelde ongenoegen, dat zij van kleur verschiet en ad-hoc besluit van élke verdere plaatsing af te zien.
In het eerste geval kiest de redactie terecht voor afwisseling en verbreding van haar aanbod, in het tweede geval kiest zij slechts eieren voor haar geld.
Laat u echter niet, dan wel te weinig systematisch van u horen, dán blijft u dus gewoon maandelijks opgescheept zitten met het nu toch welbekend te achten geklets van ondergetekende (tot ik verkies om ermee op te houden – ulevert zich dan dus gewoon uit..); kompleet met een woud aan terloopsheden, veelal verpakt in bijzinnen, gescheiden en/of bekrachtigd door alle mogelijke leestekens. (Dit soort zinnen dus!)
En is dit nu érg ? Ik vind van niet en wel om verschillende redenen:
a) Beter ruime keus in wat u desnoods ook over kan slaan dan niets te kiezen…
b) Lees de éérste zeven wel makkelijk leesbare zinnen – geen barst aan toch?
c) Als u niet bij de in de aanhef genoemde drie categorieën wilt (blijven) horen, dan kunt u deze maandelijkse oefeningen op bladzijde 2 en 3 gewoon goed gebruiken!
d) Uw abonnementsgeld is al jaren veel te laag om iets te klagen te hebben…
e) U hebt zélf hiermee een geweldige kans: als u regelmatig een leesbaar en zelfs maar matig boeiend stukje instuurt erkend men u te Elahuizen en omstreken direct als begenadigd schrijver (nu men deze stukjes kent…)
en
f) U hebt dit stukje nu al weer uit:
er stond overigens weer niets ín
… dus hebt u ook niet echt geléden.