Jaren geleden, toen ik zelfs nog een broekje was, las ik eens beschouwelijke mijmeringen van ene Bomans, voornaam: Godfried, onder de titel: “Gedachten achter een bord Spaghetti”. Bomans ging er daarbij van uit dat er een schalkse dissonantie zit tussen zoiets diepgravends als (levens-)beschouwelijke overwegingen én zoiets profaans, materiééls, als bijvoorbeeld een bord Spaghetti.Godfried had ’t wat dit betreft bij het verkeerde eind – zo bemerk ik gaandeweg meer:Waarlijk ‘beschouwen’, dat is: in je om laten gaan zonder enig vooropgezet oordeel lijkt me BIJ VOORKEUR juist verbonden met zeer aardse zaken en handelingen als bijvoorbeeld uitpuffen op een bankje, flegmatiek in de file staan, of –zoals ondergetekende beoefend- urenlang minimaal bewegen achter het stuurwiel ener vaartuig: de wereld beweegt en ik zit stil als in een glazen cocon. Maximale handeling gedurende die uren: per minuut één hand zo’n twee keer vijf tot tien centimeter naar links of rechts bewegen.Een ongezocht effect dáárvan is met regelmaat een bijna volkomen verstilling van alle interne activiteit, ook van de actieve gedachte. Aldus ontstaat ruimte voor beschouwing: men neemt waar – en wat zich vervolgens hooguit in gang zet zijn reactieve gedachten, reflecties. Hoofdingrediënt: verwondering (ook dominant aanwezig in het werk van voornoemde Bomans trouwens).In schema – Start: onbevangen waarneming; Reflex: opkomende verwondering; Reactie: vrij spel van los associatieve overwegingen. Gedachten als vlinders. Die soms onverwacht en ongestuurd toch blijke samen te klonten tot een vers gezichtspunt.Als voorbeeld moge het volgende dienen; waarneming even voorbij Liëge: er hangen een aantal wat schreeuwerig uitgedoste lieden tegen een traag in mijn blikveld schuivende vlakke rotsplaat en even verderop staat een bordje als ter toelichting “Commando training Belgische staat”.Een vorige Joop had hier ‘du moment’ een ongetwijfeld pittige mening aan ontleend bijvoorbeeld betreffende wenselijkheid en ‘interne’ effecten van het opvoeren van het geweldsmonopolie, het idee van ‘baas boven baas’, van moeten ‘winnen’ om überhaupt baas te kunnen zijn (dat is overigens slechts ‘baas spelen’), het steevast uitbesteden van gevaarlijke klussen door de bezittende 50+ers aan zo jong mogelijke lui (die men dan ook nog ‘gemakkelijke misbaar’ durft te vinden), enzovoorts, enzovoorts.Deze Joop onder Luik echter ervoer: allereerst de kleurrijke dissonantie in vorm en aankleding tussen mens en achtergrond. Aanleiding tot verdere mijmeringen over de breedte van deze kloof tussen enerzijds de rots, de begroeiing daar rond, de langstrekkende zwaan en de voedende rivier en anderzijds die paar figuren die daar als volstrekte Aliëns (Buitenaardsen) niet hingen te horen. Vol eigen doelstellingen ongetwijfeld maar hoeveel daarvan gelieerd aan deze scheppingstoonkamer – toch (ooit) ook hun enige bestaansgrond.Ook deze gedachten leidden niet tot ingrediënten voor het vlammende betoog mij meer vertrouwd, maar werkten slechts door als achtergrondkleur voor nieuwe gedachtenvlinders in de trage uren vol wonderlijke schoonheid in licht, kleur en geur die volgden: de aarde kwam eindeloos langs mijn zeteltje, de schepping toonde zich als de bijzondere collectie schoonheid en samenhang die ze is: God stelt zich voor.Ik raakte geheel opnieuw ingenomen met zijn verzameling en nam mij voor een vriend te zijn. Dus niet alleen meer zelf gewoon een onderdeel, maar donateur in eigen huis. Na verloop van tijd verstilden mijn gedachten zich tot ondermeer geconcentreerde aandacht op details als de lichtbreking op de golfjes.Uiteindelijk kwamen vragen op zoals deze: als je probeert de werkelijke mate van subtiliteit, de oneindigheid van de nuance in deze schepping ook maar te benaderen, moet je dan niet concluderen dat de mens er niet meer in thuis hoort; echt Aliën is.Wat heeft ‘daadkracht’, hét uit de kroegen geleende adagio van deze tijd bij mensen -in godsnaam dus- nog te maken met de oneindigheid in schakering en tijd waaruit die mens voortkomt en waarbinnen hij (steeds meer ongeweten) vertoefd? Te betwijfelen valt of er überhaupt voldoende zintuigelijke (dus extern verifieerbare) informatie kan worden opgedaan om als draagvlak te dienen voor houdbare beoordelingen die gaan over decennia tot eeuwen want dán pas mogelijk relevant. Als ik vervolgens de meest oprecht en corrigerend of richtinggevend bedoelde oordelen in mijn leven op hun relevant tracht te beoordelen gehouden tegen de grote cyclus van verleden, heden en toekomst van al het bestaande – dan houd ik weinig relevantie over. En keer zo terug in de werkelijkheid van deze kleine, heerlijke zetel temidden van geur, kleur en oneindigheid. Keer terug naar mijn begin: een bord Spaghetti (of een stuurwiel) en dan maar waarnemen, zich verbazen en om laten vlinderen.Vraag mij niets: ik weet niets.Ik oefen in vlinderrijke gedachten.U mag ze houden: er komen altijd weer nieuwe.Ze vliegen in en uit, maar slechts zolang er “open huis” is in mijn hoofd.Ik oefen in niets – en vindt volheid en leegte. Tegelijk, zodat ik me afvraag of dit wel twee begrippen zijn of gewoon twee kanten van één…