Loslaten, óvergeven: ene Loes B. (lief tot op het bot, dogmatisch protestants opgevoed, midden vijftig en óóít gelukkig mijn achterbuurvrouw) heeft er altijd nog meer mee dan ik. Dit laatste misschien vooral omdat ik zelf dacht al aardig geoefend te hebben tot op heden. Dat blijkt evenwel maar relatief: er is altijd een volgende fase, een vergrotende of zelfs overtreffende trap. Wat is ’t geval: ik zit bij een olielamp (om accustroom te sparen want de Fransen kunnen zich pleziervaart om deze tijd -ook ambtelijk- niet meer voorstellen) wat te lezen in een eigen ambiance van hooguit 30 m2 en ik weet niet of we ‘ongeschonden’ beneden komen, dat wil zeggen in Zuid, want ach: bewégend op techniek kan er meer misgaan dan stilzittend binnen in een bak stenen…
Wat de onzekerheid in dezen ernstig vergroot, dat is dat een vakman voor je karretje spannen in Frankrijk ongeveer zo moeilijk is als te voet op bedevaart naar Baskenland. Tel daarbij op dat de volgende 150 km. er naar volstrekte willekeur vooral géén sprake zal zijn van de mogelijkheid water, stroom of boodschappen in te nemen en u begrijpt dat een regelneef (=manager) als ondergetekende op voorhand in stadia dient te verkeren tussen ‘plus de peu nerveux’ en ‘stapeldol’. Is dit dan ook het geval? NEEN HET!
Eigenlijk integendeel: de ervaring af te zien van het tot nog toe primaire, van hetgeen vanzelfsprekend was verworden, blijkt niet te leiden tot lijden – maar tot genieten. Een walstroom aansluiting die nog blijkt te leveren ervaren wij als een onverwachte luxe. Evenzo is dat het geval voor een plotselinge mogelijkheid tot wateraanvulling. ‘Afzien’ is gewoon geworden – we redden ons ook tamelijk moeiteloos met hetgeen wél ter beschikking blijkt – en sedertdien is er sprake van tot op heden ongekende geschenken, meevallers en extra riante omstandigheden. Is dat niet een merkwaardig fenomeen? Nu zijn er ongetwijfeld sceptici die morren: leuk geprobeerd maar het lijden tijdens tekort heb je gewoon verdrongen in het kader van je huidige belang en doelstellingen. Ik kén die geluiden want ik ben een heel doelmatig scepticus in eigen leven…Toch is het onzin: geen walstroom? Oplossing: gebruik weinig, want elke vaardag heb je weer 10 á 15% accustroom terug. (bijv.: t.v –alleen journaal, werken/koken bij lampen, lezen bij olielicht, beperking internettijd en in het allerergste geval –bijvoorbeeld vier/vijf dagen stilliggen de spullen uit de koelkast, incl. witte wijn, op het vlak leggen en de koelkast uitzetten…). Warm water, warme lucht, een goed boek, radio en lekker eten en drinken blijven gewoon oeverloos beschikbaar. Dus èrg? Ben je gek!
Het loslaten van vanzelfsprekendheden, met name ‘dagelijkse’ levert bij mij dus na korte tijd dit meerwaarde beeld op: meer te kiezen, meer te genieten, meer in de dag én daarbij ook dichter op de eigen huid leven.In een weidser ‘leerperspectief’ oefen ik zo ook me tevoren aanmerkelijk minder schrap te zetten tegen wat zou kunnen misgaan: minder te willen voorzien dus en meer op reactief (’t moet eerst maar eens zover zijn) in te zetten. Dit is een pittige voor mij: als vanzelf (gedachten-)voorbereidingen treffen ‘voor ’t geval dát’ is een aangeleerd onderdeel van mijn levenshouding. Dat leek zo nuttig: totdat je een serieuze weging probeert te maken tussen totaal-inspanning continu en rendement per feit.. Langzaam gaat het leven van “groots en meeslepend” (in eigen perceptie) naar “tussen de schuifdeuren”. Lekker hoor: laat ons maar schuiven!Natuurlijk genieten alle denkbare problemen nog steeds mijn erkenning: ziekte, motoruitval, elkaar de boot uit vechten… Zij genieten echter niet meer erkenning dan binnen de rubrieken “zou kunnen ja” onder het hoofdstuk “dat zien we dán wel weer”. Verrukkelijk leven is dit dus: klein, vooral zintuiglijk gestuurd en uiterst nabij in omringing en tijd. Loslaten, (er van)áfzien, óvergeven, weglaten en verkleinen: het zijn prima wegen tot groei, tot versterkt zelfbestuur, tot vermeerderd zelfvertrouwen, tot een veel forsere vergroting van de keuzevrijheid dan bijvoorbeeld aan bezit wordt toegedicht.
Naar mijn huidige ervaring verruim je dus doorgaans je perspectief aanmerkelijk zinniger door ergens mee op te houden dan door welk nieuw initiatief dan ook.
Gauthama Boeddha riep dat eerder.
De Nazarener ook.
Ze hebben gewoon gelijk.
Gezien wat ik nog wél heb (zie hierboven ook) zie ik e.e.a. natuurlijk nog steeds door het oog van de naald. Geen nood: élke opening laat dóórkijken toe.