Parijs
is niet zozeer Avenues of Boulevards
maar meer de daklijnen met de platte schoorstenen, 10 geglazuurde uiteinden op rij, elke vijftig meter weer
Parijs
is niet zozeer Louvre, Seine of een toren als die van Eiffel
maar meer de zwoele lucht die uit de metroholen tegemoet stroomt, zwanger van lichaamsgeuren en knoflook
Parijs
is niet zozeer SacreCoeur, NotreDame of Place de vul-maar-in
maar meer al die auto’s in wisselende rijpatronen, vaag geordend, achteloos weggezet, elke tweede gedeukt
Parijs
is niet zozeer Muziekmakers in de metro of de kladschilder buiten
maar meer de stoepenspuiters en perrondweilers, altijd NoordAfrikaan – een doos waarin je een man vermoed
Parijs
Als je je toewendt -zie je massa, voel je getal, ruik je hoeveelheid
Parijs
is ook -de bundeling van allen, ordening, levende verpakking
Parijs
Een zweem van historie, het vermoeden van vrijheid, een waan van grootsheid – geeft haar een naam
Parijs:
Wij doken er zes dagen in onder (Rue de Malthe 11bis et 13 -le Marais- Paris, 09.03.94 Joop)