Niets had mij voorbereid op déze tijd de Zegentijd
*
niet het vooruitzicht… van volle vrijheid
niet de verwachting… van alle tijd
niet de hoop… op nóg meer eigenheid
niet de nieuwe ruimte… voor hernieuwde creativiteit
niet de vooringeschatte inkeer… bij zoveel minder bezigheid
niet de voorkennis van het goud… dat vaak volgt op inertheid !
En toch nu –
zoveel meer dan de stoutste verwachting op zegen bij de oneindigheid in Tijd…
*
Nee,
niets had mij voorbereid op déze tijd de Zegentijd