Tussen Kerst en Jaarwisseling brak onze jongste zoon in Tilburg zijn onderbeen op twee plaatsen. Even voor Oudejaarsdag haalden wij hem daar uit het Ziekenhuis op en namen we hem mee naar ons recreatiehuisje in Lunteren. De bedoeling was om hem daar de eerste veertien dagen van de hem voorgeschreven hersteltijd te laten “in krukken”. Alvorens uit Tilburg weg te rijden gingen we nog even, hij dus al krukkend, bij zijn huisje langs om enige kleding e.d. mee te nemen. [Dát hadden we achteraf wellicht beter niet kunnen doen zoals uit het vervolg kán blijken…]
Na genoemde veertien dagen togen we ter controle van het in zijn been gezette ijzerwerk en het verwijderen van hechtingen wederom naar de artsenij te Tilburg. Toen wij bij zijn huisje arriveerden bleek de sleutel niet op de deur te passen. Na inspectie van de achterzijde werd duidelijk dat er eerder een inbraak moest zijn geplaagd – die ook al ontdekt was, want voor het ingeslagen raam was inmiddels een forse plaat hout gemonteerd. Via de woningverhuurder vernamen wij dat zij op de hoogte waren en dat er ‘voorlopig vast’ een andere cilinder in het slot was gezet, waarvan één sleutel in de brievenbus zat en de andere bij de buurman konden worden afgehaald. Binnen troffen we een chaos aan: letterlijk elk kastje en doosje was geopend en de inhoud ervan rond gesmeten; kennelijk in een zoektocht naar pecunia en of siervoorwerpen (welke beide niet of nauwelijks aanwezig waren). Voorts miste mijn zoon alle te verwachte dingen als computer, randapparatuur, fototoestel, DVDspeler, enzovoorts.
De buurman bleek een keurig briefje te hebben gedeponeerd met een korte beschrijving van zijn ontdekking van de inbraak, tijdstip en datum en de meldingen die hij op grond daarvan had gedaan. (Hij beschikte niet over een telefoonnummer van mijn zoon.) Ook troffen wij een visitekaartje aan van de Politie met daarop de handgeschreven mededeling dat men op grond van een Braakmelding op Nieuwjaarsdag was langs geweest, voorts werd gemeld dat wij aangifte konden doen via het landelijke nummer: 0900 8844.
Toen wij dit nummer dan ook rond het middaguur belden ontrolde zich de volgende conversatie:
P:“Politie”
“Goede middag, u spreekt met … . Wij komen zojuist vanuit het ziekenhuis met onze zoon in zijn huis in Tilburg aan en daar blijkt te zijn ingebroken.”
P:”Op welk adres is dat?”
“Op …. te Tilburg.”
P:“En wanneer is er ongeveer ingebroken?”
“Volgens de buurman, wij hebben hierover een schriftelijke verklaring van hem, moet dit zo ongeveer tijdens de jaarwisseling zijn gebeurd”
P:“Dat is alweer even geleden dus..”
“Ja, mijn zoon is deze periode niet thuis geweest; hij lag tussen Kerst en Oud&nieuw eerst een paar dagen hier in Tilburg in het ziekenhuis, na een operatie in verband met een gecompliceerde onderbeenbreuk en heeft daarna voor herstel veertien dagen gelogeerd bij zijn ouders in het midden des Lands – wij zijn hier zojuist weer gearriveerd. De politie was overigens al wel op de hoogte: wij haalden uw telefoonnummer van het kaartje dat zij hier achterlieten!”
P:”Wacht even… Oh, ik zie het al: er is inderdaad een melding van braak op dat adres”.
“Wij begrijpen nu dat we via u aangifte moeten doen”
P:”Ja, wij zijn een landelijk nummer maar wij regelen alle afspraken voor aangifte. De feitelijke aangifte doet u op een politiepost in een redelijke nabijheid; in uw geval …. “
“Mooi, dan willen wij graag nu een afspraak. Mijn zoon kan voorlopig zijn huis niet meer uit als wij weer weg zijn. En we zijn er nu nog, mét onze auto, dus graag vanmiddag nog.”
P:”Nee, dat kan niet: alles is vol. Over twee dagen, rond elf uur kan wel..”
“Sorry, dát kan dus niet: voor ons is het meer dan 200 km. rijden en onze zoon kan zich niet zelfstandig verplaatsen, wacht even, hij kan wellicht wel een vriend vinden die hem helpt verplaatsen..? Ja, dat zal wel lukken, als het maar buiten werktijd is”
P:(met een zucht)”Nou het kan eventueel wel donderdag – tot 17.00 uur”
“Tja, dat gáát dus niet, kan het niet ’s avonds, zaterdags – of misschien iemands hierheen?”
P:”Tja, dan is het natuurlijk úw probleem – Ú wilt aangifte doen… Dan is het dus verder niet ónze zaak..!” [Noot: Feitelijk tekst vanaf het ‘algemene Politienummer 0900 8844 op 13.01.09 om 12.55 uur]
Ondergetekende is, zoals mijn directe omgeving gretig zal beamen, niet direct onmondig. Toch sloeg deze tekst zelfs mij (even) met stomheid. Ik hoop u als lezer ook. Hopelijk is dit zélfs met name het geval als u bij de Politie werkt(!)
Ik zal volstaan met enkele opmerkingen die de kern van mijn verbijstering woorden geven:
*is het niet zo dat sedert jaar en dag Politiek & Politie roepen dat het aangiftepercentage én de aangiftebereidheid omhoog moeten?!
*ik meen bovendien dat elk misdrijf automatisch ‘een zaak van de Politie’ is en dient te zijn, ik ben geneigd hieraan toe te voegen: ongeacht of sprake is van aangifte of niet!
*voortbordurend op de voorgaande opmerking: waarom is er eigenlijk slechts ‘geregistreerd’ op 1 januari?
Men moet op grond van het toen geconstateerde in feite allang rechercheren, en ons dus in ideaal geval al kunnen mededelen tot hoever men, deze zaak onderzoekende, inmiddels gekomen is. [Dit temeer daar er twee jaar geleden óók sprake was van inbraak op hetzelfde adres – waarbij men zich langs dezelfde weg toegang verschafte – ‘geregistreerd’ en ‘aangegeven’] Het zou derhalve veel meer voor de hand hebben gelegen dat aan de andere zijde van de lijn nu een zucht van opluchting had weerklonken: “Ha daar hebben we u! Kunt u misschien even rondzien wat er zoal wég is, eventuele veranderde details in u opnemen en daarna snel ter bureau verschijnen? Dan komen we wellicht een forse stap verder in ons onderzoek en vergroten we de kans op oplossing mogelijk weer wat…”
Een wel héél eenvoudige vraag -die klaarblijkelijk óók niet in het systeem van deze dienaren des Volks voorkomt- is: waarom zoekt men eigenlijk niet actief contact met het slachtoffer van een misdrijf? Dat ligt toch volstrekt voor de hand?!
Naast het feit dat zulks m.i. een volstrekt logisch voortvloeisel is uit de algemene positionering en taakstelling van de Politie namens ons allen, is het uit de volgende beiderlei oogmerken van goed functioneren ook logisch:
-de Politie dient zich uit hoofde oplossingsgerichtheid vanuit de getroffene te richten en
-de Politie heeft elke burger nódig voor allerlei informatie die bij kan dragen aan de oplossing.
Wij hebben, zo lezen we her en der helaas ook nogal eens in de bladen, ten volke niet altijd een te hoge pet op van de Hermandad. Helaas doet men er, blijkens dit luttele voorbeeld ook weer, soms het nodige aan een dergelijk oordeel te (her)bevestigen. En dat mag ondergetekende -met een understatement- toch minstens wel “in-treurig” noemen. Het lijkt me bovendien extra fnuikend in een tijd dat het algemene verlangen juist naar méér ‘orde en veiligheid’ uit gaat. Dit gaat nu eens helemaal niet over hoeveelheid middelen en mensen, beste Hermandad. Het gaat wél over kwaliteit, zowel in middeleninzet als in de mensen. En dáár valt in dit simpele voorbeeld véél op af te dingen.
Té veel. (Joop, 14 januari 2009)
Hoewel het allemaal klopt voeg ik er wel even aan toe dat het uiteindelijk netjes is opgelost, inclusief een bezoekje van een agent toen ik weer thuis was.