Eens kijken, hoe dwarrelden we deze weken door? Niet dat het te onzent zo bijster interessant toegaat dat het Den Gansen Aardkloot moet worden kond gedaan, maar een “waar-hangen-ze-nu-weer-uit” vólgBlogje voor familie en vrienden, wat deze site toch is, moet er telkens wel enige aandacht aan besteden. Anders maakt ’t zijn (of is een Blogje vrouwelijk?) funktie niet waar, nietwaar?! Vooruit dus maar: na een paar prettige vaardagen met Z&Z -waarbij we vooral ook hele doosjes vol lucifershoutjes heen en weer Zwikten– toeven we alweer tegen de Berg aan sinds woensdag j.l. En dan gaat de ‘stortvloed’ van onbetekenende dingen die we ’t gewone leven noemen weer in: Denne-appels en idem -naalden vegen. De auto naar beurt en APK. Zelf ook: naar de tandarts voor de (half- of..) jaarlijkse controle. Boodschappen. Ik naar de huidarts wegens een raar plekje. Weer Naalden vegen. Weer Boodschappen. Joop in de weer met z’n nieuwe vrijwilligersklusje: [Nóg-]Oudere mensen heen en weer brengen naar de Universiteit van Wageningen (die nemen deel aan een onderzoek waar we ’t nog wel eens over zullen hebben). Hanneke duikt intussen -sinds gisteren- weer een weekje de bossen in met “onze oude doelgroep”; háár vrijwilligerswerk dus. Ik ben gisteren na H’s vertrek nog naar de Brandsmawerf in Sneek geweest, kon vandaag mijn in Portugal wonende vriend Thijs (en zijn Portugese geliefd Bli) van het vliegveld in Eindhoven ophalen en tik tenslotte dit bericht in. Alles gaat daarmee “z’n gangetje” zoals wijlen mijn schoonvader gezegd zou hebben. En dat is zo.
Toch ervaar ik ’t helemaal niet als saai, merk ik. Want Thijs vroeg vandaag: hoe gaat ’t met je? En daar moest ik even over nadenken. M’n conclusie mag zijn dat het al zó gewoon is dat ik ’t leven gewoon fijn vind, dat ik er even over moet nadenken alvorens te weten dat ik het nu ook al weer een zeer aangename zomer vind; het varen heerlijk; de bossen en m’n geliefde prachtig; conditie, plannenmakerij en animo in ’t algemeen ronduit smakelijk… Kortom het leven is gewoon steeds vurrukkulluk. Gewoon steeds vurrukkulluk is natuurlijk niet natuurlijk over een mensenleven gerekend, dat lees ik ten minste in de bladen of ik verneem het van Wilderianen of van andere kroeg- en wachtkamerpraat. Toch ervaart schrijver dezes het leven eigenlijk praktisch altijd al zonder meer als mooi, zó lang ik me kan herinneren. Een Zondagskind dus? Qua feiten vaak, maar niet altijd. Qua mentaliteit niet altijd, maar wel váák. ’s Kijken of dat stand houdt door de jaren heen. Kijken of ’t stand houdt ook bij het fysiek ouder worden met z’n te verwachten hebbelijkheden bijvoorbeeld. Ik denk ’t wel, maar weet ’t niet. Ruim vijftig jaar al het glas vól achten – zou dat nog af te leren zijn? ‘k Ben benieuwd!
Allemaal vól houden ook maar die glazen (desnóóds alleen maar die hele kleine die in je hand passen...) !