
Vanmorgen waren we maar nét op tijd weg uit Epinal: de avond voor ons vertrek werden naast ons schip door een massa nadrukkelijk overjarige pubers ruim een gros ‘rally-cars’ gedumpt. [zie foto]
Hinderlijk schreeuwerig beplakte, betoeterde en vooral bekachelpijpte autowrakken (met ingebouwde rolbeugel) dus – waarmee men dit weekend een geheel eigen bijdrage aan de afbraak van de ozonlaag denkt te gaan plegen. Wij zijn gelukkig prettig daarvóór én aanzienlijk geruislozer weggeprutteld en inmiddels aangeland (een binnen onze dobberende leefstijl zeer letterlijk te nemen woord..) in Charmes. Degenen die ons ‘strak’ volgen én degenen die hebben opgelet bij ‘hogere topografie’ weten dat het Canal de l’Est, de Moezel namelijk volgend, daarlangs moet komen. Geschiedkundige kennis maakt duidelijk dat Charmes, liggend aan de westkant van de Vogezen, een bewogen historie achter de rug heeft: ‘grensplaats’ en ‘dus’ vaak platgebrand – tussen 1634 en 1944 vijf keer geheel in de Hens gestoken om precies te zijn. (Na 1870 – de ‘Frans/Duitse oorlog’- waren de Vogezen Duits, na ‘14/’18 weer Frans en daarvóór gingen ze ook eeuwenlang weinig vrolijk van hand tot hand tussen Bourgondiërs, Karel de Kale en zo meer…). Hoewel wij dus kunnen vaststellen dat Charmes door de eeuwen heen een aantal kloek herbouwende en van geen ophouden wetende inwoners heeft gekend ben ik van het voorlopig eindresultaat anno 2007 niet echt onder de indruk. Persoonlijk ben ik zeer deskundig op ’t gebied van Charmes, mijn vriendin bezit er vele!, vanuit díe deskundigheid zeg ik: “Charmes? Neuh…”Wat wél deugt is de boten en camper- accommodatie, dus gebruik Charmes gerust als onderweg-stopje. Méér is ’t niet.