Voor Pampus

Dat kan ook:  zonder boot toch voor Pampus liggen.  Hanneke en ik beoefenen het dezer dagen.  Hanneke vanaf gisteravond en ik vanaf donderdagmiddag al.  Als je mijn casus als voorbeeld neemt gaat het als volgt:  Een vrij plotselinge onbestendigheid in maag en darmen dringt zich op.  Enige draaierigheid en een wee gevoel onder in de slokdarm, vaak ook een paar meter darmen die aanzienlijk lager zijn gelegen.  Twee uur later ben je geheel misselijk en slik je kleine porties gal nog nét weg, maar zelfs een slokje water wekt woedende afkeer.  Nog een uurtje en er wordt -ook tégen je zin- op geestdriftige wijze vochtige prut geloosd; in mijn geval aan beide uiteinden van voornoemde kanalenreeks.  (Hanneke houdt ’t op de bovenaansluiting,  dat scheelt wellicht …)  Naar bed gaan helpt slechts zeer ten dele, want de eerste nacht wordt voor minstens één derde wakend doorgebracht  wegens slaap overheersende beroerdheid.  Dag twee blijft men de gehele dag beroerd.  Zelfs slokjes lauwe thee, water of blanke vla laten zich lange tijd slechts kennen als evenzovele spreekwoordelijke stenen in de maag.  Een doffe hoofdpijn completeert nu het hele proces van “nog net niet overleden, maar ook niet echt zin in doorleven”:  er lijkt zich plots een ferme plaat cement voor-onder het schedeldak te bevinden die, drijvend, druk uitoefent op de grijze massa én weigert mee te draaien als je je hoofd wendt…  Je bewegingsenergie en omgevingsinteresse varieert inmiddels tussen de nul en min één.  Die dag wordt er dan ook te pas en te onpas gepit, op de bank of hangend in een stoel.  De tweede nacht wordt er echter ondanks de vele vooroefeningen overdag toch wél weer geslapen en wellicht mede daarom ziet dag drie er dan alweer een ietsje beter uit (tenminste bij mij):  de energie is nog steeds hooguit 10% van “normaal” (welks absolute je je bij vroeg-gepensioneerden ook af kunt vragen natuurlijk), maar enige lichte activiteiten en nóg lichter eten- en drinken doen de fleur in het bestaan al enigszins herleven.  De dag daarna ben je nog wel behoorlijk gammel, maar lokt de buitenwereld toch alweer voldoende om er even de neus in te steken …  om aansluitend als een vroeg-negentiger in de stoel te zakken met een boek of puzzeltje.

Ik denk er morgen (mijn dag 5) wel weer aardig ’te zijn’.  Hanneke is nog niet zover: zij begint dan aan haar dag drie.  Haar (ons dus)  even opzoeken is natuurlijk niet verkeerd: mits je tegen lodderige blikken en trage humor kunt – én een griepprik hebt gehad (..?) als je tot “de risico groep” behoort.  [Geldt alleen voor 100+ lijkt me]

Die griepprik hebben wij niet gehad.  Is ook niet meer zo zinvol hier, lijkt me.

Plaats een reactie