Eenmaal met Pensioen … heb je lekker geen donder meer te doen. Dat dacht ik, nu ongeveer 17 jaar geleden. Daar blijkt niks van te kloppen, want een mens heeft het ongeveer zo druk als hij/zij zich maakt (..!) Een voorbeeldje: déze week…
-‘k Heb gisteren terloops een kapotte teen opgelopen, dus ik ‘hompel’ plots(gewoon stom)
-Hanneke ‘vrijwilligde’ vandaag weer in het winkeltje van ‘Mooi’, kwam lekker natgeregend thuis
-morgen, op dinsdag dus, krijgt de auto z’n APK en jaarlijkse beurtje in Lunteren
-en gaan wij daarom de Amersfoorters (én Z&Z Riet/Bert) belagen …
-woensdag krijgt Hanneke nieuwe ondertandjes en
-heb ík een “foto-shoot” voor de ‘Relevant'(!) – een tijdschrift waarvoor ik geïnterviewd ben
-intussen klus ik in de “Thor”, want een nieuw bootje vráágt om aanpassingen
(in de ‘hangkast’ kunnen nu bakken gestapeld, onze slaapplaatsen zijn nu met dekbedden, er zitten uittrekladen in de diepste kasten, enz.)
-donderdag worden we weer verwacht bij de fietsclub ‘Castellum’
-vrijdag vieren we ons 50-jarig huwelijksfeest – ‘Corona proof’ met wat familieleden en
-zondag doen we dat met onze zonen nog ‘ns even dunnetjes over (grotere plannen schuiven wij i.v.m. Corona naar het voorjaar door)
-en de tuin heeft intussen hard ‘onderhoud’ nodig (snoeien vooral: wist je dat wij een BramenBoom hebben?!)
Kortom, de échte vraag luidt: waar haalden we vroeger eigenlijk de tijd vandaan om ook nog te wérken?!