
Nadat we ons een weg banen door watergevulde Platanen-lanen arriveren we precies op aanvang Winter te Colombiers… Dat zit zo: 1.Al zolang we van de Rhône af zijn mompelt een iegelijk “die ’t weten kan” in onze tolerante oorschelpjes dat er nérgens plek is, dat alles werkelijk bomvol ligt, dat het er daarom ook zo verloederd dat het niet leuk meer is en dat zoveel gestolen wordt, dat er weinig plekken zijn met water en dat elektriciteit al helemaal een probleem is, en … 2.In en na Sète werden we ook nog nader geïnformeerd over enkele nog wél begaanbare overwinteringsplekken, die daarom nu ook concentratieplekken zijn geworden van hele troepen van met name Nederlanders en Engelsen. Om elektriciteit zou er, wegens schaarste, zwaar worden gemanipuleerd, ja zelfs gevochten. (Nu hebben wij de schaarste aan water- en elektra aansluitingen inderdaad al vanaf de NoordFranse grens kunnen constateren, zij vindt haar oorsprong in het ontbreken van particulier initiatief: alles ligt geheel in de zeer bureaucratische handen der Gemeenten; die hier even klantgericht en anticiperend werken als in ons eigen Platte Landje gebruikelijk is..) 3.Wegens allerhande onderhoudssluitingen van grote kanaalvakken lijkt de kernperiode van onze overwintering het best gesitueerd te kunnen worden op het Canal du Midi ten westen van Béziers. Dat betekent wel: waar die koloniën en samenhangende problemen zich bevinden. Bovendien – áls we daar eenmaal zijn kunnen we tussen 30 dec.’06 en 19 febr.’07 niet meer weg..
Nu houden wij niet zo van massaal samentroepende allochtonen zoals Nederlanders en Engelsen hier om ons heen (een énkele tegelijk vinden we wél leuk!). Voorts willen we graag én rustig, landelijk, zonovergoten e.d. liggen én tegelijk in directe nabijheid kunnen profiteren van faciliteiten zoals elektra, water, leuk oer-Frans dorpje, bakker, super, restaurants/terrasjes, enz. Tenslotte mag het dan ook nog niet te druk zijn in het schattige haventje, laten we zeggen: zo’n tien overwinteraars (divers) en een aardig aantal ‘dooie’ boten daartussen als volumineuze afstand bewaarders en rust stimulatoren. Eén en ander lijkt op ’t eerste gezicht wat lastig te rijmen met de berichtgeving uit 1, 2 en 3.
Wat dus te doen?? Wij papten aan met een clochardachtige Fransoos die ons opliep bij de eerste sluis vanaf de Middellandse Zee. De man, die wij onmiddellijk tot AMI Francais no. 1 verklaarden en enig noodzakelijk gereedschap leenden om zijn brik drijvende te houden, meldde ons onderweg te zijn naar Colombiers, waar hij jaarlijks overwinterde en welbekend was. Zijn beschrijving van dorp, havenkom en verder klonk in het licht van bovenstaand wensenlijstje uiterst aantrekkelijk. “Vol?”, vroegen wij. Volgens hem was dat een rekkelijk begrip, het hing natúúrlijk ook gewoon van ‘contacten’ af – en hij verklaarde zich ogenblikkelijk bereid zijn gewicht per GSM in de strijd te werpen bij ‘le Capitainerie’ waarmee hij uitstekend op zei te kunnen schieten…
Eh Voila: nous sommes arrivé ! Wij kunnen umededelen dat Colombiers de natte droom is van elke schizofrene overwinteraar die én op fraai vormgegeven rust uit is én op totaal comfort. We blijven hier dus wel zo tot en mét februari. Moraal: luister niet te zeer naar “wie het weten kan” – maar trek uw eigen plan ! De zeer nabij gelegen woonark van de ‘Capitain du Port Colombiers’ brengt ons met zijn lichtelijk overdadige, doch fleurige verlichting al direct geheel in Kerststemming. Uit de (uitstekend) ontvangen Nederlandse t.v.zenders vingen wij op dat Maarten Biesheuvel zijns ondanks alsnog een grote literaire prijs krijgt: op de foto heb ik daarom maar weer eens een boek van hem ter hand genomen… ( men lette echter óók op de ándere hand ).
Allen: fijne dagen! (Hier is het al 14 dagen: +2 tot -4 ’s nachts [ín de boot +4 tot we de verwarming aanzetten natuurlijk] en overdag strakblauw en uit de zon + 12 en in de zon + 160 C)
Joop & Hanneke, ik wens jullie fijne kerstdagen toe, met alles erop en eraan, vast en vloeibaar.
KUS