In de loop van het leven – en in een leven van lopen – kom ik mensen tegen die óók erg houden van het formuleren van zaken; mentaal en mét taal.
Eén daarvan stuurde me onlangs enkele van zijn overpeinsels toe rond het begrip “Tijd”. Hij leverde daarbij onder meer de prachtige zin aan: “Het is waar: soms staat de Tijd even stil – dan dringt de eeuwigheid door in ons leven“. Bedankt Bert! Het hieronder volgende rijmwerkje is de kern van mijn reactie daarop.
Bert loopt nogal eens rond,
-zoals ook weer vandaag-
Maar, en dat is heel gezond,
ook stilstaan doet hij graag!
Toch, bij ‘de Tijd’ stilstaan
‘k weet niet: is dat wel wijs?
Zijn wíj het niet die gaan?
‘de Tijd’ is niet op reis (…)
Want: hàkken wij ’t
‘Zijn’ zo niet bloksgewijs kapot?
Is ‘Tijd’ gewoon ‘Eeuwigheid’
en ons greepzoeken dus Zot?
Dit euvel zit wel ín de Mens:
accepteert z’n onbegrip niet vlot
Herschept z’n onmacht tot z’n wens:
en noemt die (on)macht “God” …