De afgelopen week hebben we in ruim 1200 kilometers doorgaans kronkelige wegen Portugal Midden en -Zuid uitbundig besnuffeld. Zo bezochten we onder meer stadjes aan de grensrivier Guadiana gelegen (Mértola en het smokkelaarsnest Alcoutim), aan de kusten gelegen (zoals het prachtige, hooggelegen vissersstadje Nazaré) en natuurlijk een heleboel markante plekken in het binnenland. Daarbij hoorden zeker ook de vele nog ommuurde heuvelstadjes. Obidas is daarvan het prachtigste voorbeeld: je kunt er (hoewel nogal gevaarlijk) nog geheel rond óver de muur, zodat je naar binnen op de authentieke daken enin de smalle straatjes kijkt en naar buiten de weidse omgeving ziet – intussen overigens onverhoeds steeds weer praktisch van de muur afwaaiend.. Op soortgelijke wijze liepen we meerdere muren af, bijvoorbeeld die rond een deel van een tempelierscomples uit 1300 op een heuvel bij Tómar. slaapverwekkend kitcherig en namaak-groots bleek daarentegen het bekende bedevaartsoord Fatima, met z’n Pietersplein-imitatie. (Wij voelden ons tenminste allerminst gezegend met de overnachting dáár..)
Voorts twee overnachtingen te Lissabon – we hadden dus de gelegenheid die stad een avond én een hele dag eens “goed te beplúzjen”, zoals de Fries zegt. Dat kwam ons op tussen de vijftien en de twintig warme, beheuvelde kilometers in onze sandalen te staan. Inmiddels zijn we weer terug op ons privé terrasje op de Koningsrots (=” Pedras d’el Rei”) en komen we weer geheel bij middels koffiebezoeken aan Thijs, strandwandelingen, etentjes bij ons favoriete zigeunerachtige aangeschroeide-visjes-restaurant [dat wij “Oma Roma” noemen. (Mag ook “Sonja Sinti” zijn natuurlijk] en dat soort ontspannende zaken. Alle opgedane indrukken ‘dalen zo lekker in’, terwijl ons velletje nog wat doorcaramelliseert (ondanks dat we meestal de schaduw zoeken), want het is nog altijd: élke dag zon en zo tussen 20 en 25 graden in de middag.
Nog één weekje en dan gaan we weer eens in Lunteren kijken of het groen er al wat wil uitbotten. We nemen de Lente méé voor jullie!