Hiking the Hardanger

( Noot:  foto’s aanklikken = vergroten …)

Op dinsdag 9 augustus vertrekken we om 8.06 uur van station Lunteren (waar de auto best 9 dagen kan blijven staan…). We hebben hiervandaan een prima verbinding met Schiphol: alleen overstappen in Ede-Wageningen en dán uitstappen op de luchthaven. De vliegtickets zitten in onze ‘handleiding’: de boekvormige tochtbeschrijving die we eerder deze maand kado kregen. Alles verloopt voorspoedig en zo staan we rond 13.00 uur op Noorse grond en kuieren -na een korte busreis- rond 14.30 uur al het door onze zonen vooraf gereserveerde hotel binnen. Eerst zetten we onze gemakkelijk draagbare bagage (alles in een rugzak; respectievelijk rond de 6 en de 8 kilo) in de hotelkamer en daarna besnuffelen we Oslo natuurlijk. Daarbij komen we nog heel wat blijken tegen van de ontreddering in reactie op de aanslag van de blonde rechts-radicale idioot een week of wat geleden. [Het voedt onze zorgelijke gedachten over de Nederlandse trends in dezelfde richting; haat is ernstig destructief]  Een heel kerkplein is met bloemen, linten, briefjes, kaarsen en knuffels bedekt.  Op het volgende moment klinken er opnieuw harde slagen, maar gelukkig van veel natuurlijker aard: een hevig onweer barst los en zet de straten in een oogwenk blank. Na nog even te hebben gekeken hoe we ’t busstation de volgende ochtend vlot kunnen betippelen duiken we met wat hap- en drankwerk onze comfortabele hotelkamer weer in.
De volgende dag (10 augustus; onze jongste werd vandaag 34 – dus daar gaat eerst een SMSje heen) zitten we achtereenvolgens 4 uur in een bus (dat buskaartje zat al in de ‘handleiding’ die we van onze knaapjes kregen), kunnen dan een half uurtje ‘luchten’ en zitten vervolgens nog een uur in een bus. Daarmee staan we op een kale parkeerplek aan de oever van een groot stuwmeer dat op 900 meter hoogte ligt. Hoewel er geen steiger te bekennen is moet over 3,5 uur hier de boot aankomen die ons vlakbij de eerste hut op de Hardanger Vidda moet brengen. Het is er winderig en leeg en het lijkt in ’the middle of nowhere’ , maar we weten dat 50 meter hoger een vissershotel moet liggen en klimmen daar dus heen. Men blijkt er wel gewend aan ‘wachtenden’ en zo kijken we zo’n 3 uur lang heel comfortabel gezeten over het meer uit, koffiedrinkend of bijtend in een broodje garnaal. De boot blijkt een snel varende catamaran die ons na 2 uur te water al rond 19.30 uur zo’n  30 km. verder afzet, waarna we in een half uurtje naar ‘Mogen’, zoals de eerste Vidda-hut heet, lopen. Mogen is een ‘bemande’ hut, eigenlijk een eenvoudig hotel dus. Er wordt warm eten opgediend en we hebben er een -wederom per mail al door de boys gereserveerde- kamer. Wel met stapelbedden en dat blijft de hele reis het geval. (Zeker ter gelegenheid van een 40-jarig huwelijk een wel een wat platonische insteek …)  De volgende ochtend, donderdag 11 aug., staan we om 7.30 uur naast onze ‘britsen’. Houten bedden natuurlijk, alles hierboven is van hout. Met goede matrassen en prima dekbedden en kussens, dat wel, je hoeft zelf alleen maar de -verplichte- lakenzak mee te nemen. Even voor negenen zijn we onderweg en klimmen eerst via een ’trage’ helling door een woud van knoestige en mossige lage berken en over vele waterloopjes zo’n 300 meter omhoog. Dan strekt ze zich voor ons uit: de Hardanger Vidda. Noot: klik op een foto om ‘m goed te bekijken! (en zoek Hanneke …)Een op het oog eindeloze, boomloze, stenige en waterrijke hoogvlakte. Was het in Oslo nog zo’n graad of 18, hier op de -hooggelegen- Vidda is dit hooguit 12 graden. Toch voelt het -met een wazig zonnetje dat hier nu van ’s morgens 4.30 uur tot ’s avonds 22.10 uur(!) schijnt- niet echt koud. We hebben twee laagjes t-shirt aan en een zomer(regen)jasje en zweten nog heel behoorlijk bij ’t voortgaan. Ook door de rugzakken natuurlijk, want we zijn ervaren lopers, maar niet met zo’n gewicht op de rug. Toen kwamen de muggen opzetten! Zodra het windstil wordt zijn er daar veel van, waarschuwde men ons al tevoren, dus onze Deet deed direct goede diensten.  De vele stenen en het zoeken naar oversteekbare plaatsen bij waterloopjes blijken behalve extra aandacht en energie ook flink extra looptijd te vergen: wij doen over deze tocht ruim 7 uur, terwijl er qua afstand 5 á 6 uur voor staat. Rond 16.00 uur echter komen we bij de hut ‘Lågaros’ aan. In principe zou dit een onbemande hut zijn, maar er is toch een ‘beheerder’ aanwezig. Hij legt uit dat dit vaak in de piek van het loopseizoen (tussen begin juli en de derde week van augustus) zo is en maakt ons wegwijs: waar het (stook)hout ligt, waar de WC-hut is, waar je schoon water haalt en waar je vuil water kunt storten. In/bij dit soort hutten ligt voor een heel jaar (!) proviand (in blik- en als droogvoer), stookhout en gasflessen (voor keukengebruik) opgeslagen, dat wordt ’s winters met sneeuwscooters gebracht. Elektra is er niet, maar kaarsen zijn er te over – en het wordt pas na 10.30 uur donker. Alles werkt op basis van zelfwerkzaamheid en eerlijkheid. Zo liggen er bijvoorbeeld gebruikslijsten: je vult in wat je hebt gepakt, zet de aangegeven prijs erachter, telt de zaak op, vult je creditcard nummer in, zet je handtekening eronder en schuift het formulier dan door een gleuf in een kluisje. Je gaat je eigen gang dus. (Ook bij zaken als: schoon achterlaten, kachels bijhouden, dekbedden opschudden, enz. Als je weggaat dient de hut er uit te zien zoals je ‘m aantrof). Een prima systeem: er zijn meer dan 30 onbemande hutten, waardoor iedereen rond kan zwerven over de Hardanger op eigen keuze. Wij waren meestal met een stel of drie, kookten en stookten om de beurt en converseerden soms wat. (Vaak redelijk moeizaam, want er zijn bijna uitsluitend Noorse lopers en lang niet iedereen spreekt Engels o.i.d.)  ’s Morgens veeg je de boel een keer, sopt de keukenbakken en gastoestellen na, vult alvast een paar emmer water voor de volgende gebruikers, dweilt eventueel nog even – en je gaat weer op pad .
Op vrijdag 12 augustus vertrokken we vroeg omdat het een wat langere route zou zijn. (Voor deze 21 km. stond een looptijd van ruim 6 uur vermeld) Nou: dat was beslist reëel. Wij deden er ruim 9 uur over (!). Dat bleek overigens achteraf vooral te wijten aan de extra natte juli maand hier: de zompige water-oversteken in het pad (er liggen daar vaak stenen in om overheen te gaan) waren nu te diep om te kunnen gebruiken. En er was soms sprake van moerassige velden van vele honderden vierkante meters die ook niet meer te doorwaden bleken. In beide gevallen betekent dat zijdelings op zoek gaan naar alsnog beloopbare plekken. Wij kwamen zodoende pas even na 18.00 aan in ‘Sandhaug’, een heel bekende en bemenste -dus hotelachtige- ‘hut’.  Sandhaug ligt min of meer op ’t midden van de Hardanger, op een kruispunt van wel vijf richtingen. Daar bleek het goed toeven: er waren zo’n 15 mensen en we konden rond 19.00 zo aan tafel voor een menu met verse -net gevangen- zalmachtige vis. En er was elektra, dus we konden alles nog even bijladen(fototoestel, e-books en gsm -voor foto’s of muziek dan wel, want bereik is hier niet) We waren bék-af en vroegen ons ook af of we deze wandelreis niet onderschat hadden, want er kwamen nog enkele minstens even lange tochten.  Onze e-books bleken voor rugzakkers een enorme aanwinst: we hadden gewoon heel veel boeken in 0nze rugtas – die met elkaar nauwelijks 200 gram wogen.
De volgende dag bleek dat we ons te zeer zorgen hadden gemaakt over de zwaarte van het lopen: de tocht op deze dag was nog een kilometertje langer, maar hij verliep uiterst soepel. Een goed herkenbaar, merendeels zanderig pad met weinig hellingen en heel begaanbare water oversteken. Behalve van het weer hangt alles gewoon af van de ondergrond: de Vidda blijkt aan de oostzijde (de ‘Oslo’kant) een vrij vlakke hoogvlakte te zijn. Helemaal vol meren (op één dag zie je meer dan 10 meren van behoorlijk omvang) met vele verbindende waterlopen en soms moerassige velden en dan weer zeer stenige vlakten. Het is er weids en enorm: rondom 20 km. zicht en geen leven te bekennen, op ’t eerste oog. Fauna ontbreekt dan ook praktisch: op één hele wandeldag van 7 uur zie je bijvoorbeeld: zes vogels, tien insekten en drie lemmingen. En wellicht halverwege de dag nog zegge en schrijve twee tegenvoeters. That’s all. (Lemmingen zijn overigens erg leuke diertjes: ze lijken qua motoriek en beharing heel sterk op een marmot, maar dan ter grootte van een dikke huismuis.) Het is er vooral Groot en Groots dus. Je bent alleen met het niets. Een hele dag. Dagen achtereen. Dat maakt een soort pelgrim van je: teruggeworpen op je zelf. Trage eindeloze voortgang, slechts gebaseerd op voornemens en wilskracht. Men heeft je hier volstrekt niet nodig. Je bent een verkenner, misschien zelfs een inbreker; een aliën (…)  De grote leegte met een stipje ergens in het midden. En jij bent dat stipje.
Tegelijkertijd is er véél kleins te ontdekken, zo merk je na verloop van tijd steeds duidelijker. Een enórm gevarieerd en alom aanwezig minileven: zodra je je focus van de verte haalt en naar je zeer nabije omgeving verplaatst wordt je ronduit overweldigd door al die details in vorm en kleur. Hier is de zomer hooguit drie maanden lang en dat maakt de hoogvlakte van de Hardanger tot een ‘arctisch’ gebied – een toendra dus. Alles wat er kan groeien spát heftig, fel zelfs, naar het licht. De begroeiing blijkt onstuimig, kleurrijk en veelvormig. Maar dat zie je eigenlijk pas goed als je er al je aandacht op richt. “Je ogen groeien naar beneden” Niets wordt er erg groot. De hoogste plantjes zijn heideachtig of grassig en tot zo’n 40 cm. hoog. Maar er zijn nog véél meer ‘mossige’ soorten. Waarvan bij beiden heel veel bloeiende.  En oneindig veel nóg kleiner leven, zoals de veelkleurige algachtige rotsbekleding. Kijk maar:Je komt ogen tekort -en valt beslist ook op je snuit- zodra je je werkelijk op al dat microleven richt. Misschien is het juist wel dat geweldige contrast tussen het Grootte Niets en de op micro niveau Volledige Vulling met klein leven die onze diep-beleefde conclusie draagt: de Hardanger Vidda is práchtig !
Met onze zintuigen tot overlopens toe gevuld kwamen we aldus rond 16.00 uur, dit keer ontspannen lopend, aan in de hut ‘Hådlaskard’.

Tot nog toe liepen we bij droog en vrij rustig weer, maar in Sandhaug was ons de dreiging van een weersomslag gemeld. En inderdaad: toen we wakker werden bleek er een windkracht tot 7 á 8 Bf. (!) uit ZO door te staan. Ook bleek er sprake van heel laag hangende bewolking. We besluiten daarom de tocht naar- en de beklimming van- de berg ‘Hårteigen’ over te slaan en van Hådlaskard rechtstreeks naar de daarna volgende hut door te steken: een tocht van zo’n 24 km. waar 7.30 uur looptijd voor staat. Dit blijkt deze zaterdag een gouden keuze: we lopen nu de West-Vidda (de ‘Bergen’ zijde dus) op en die is bergachtiger dan het oosten.  Zelfs de lage toppen zien we al spoedig niet meer – ze verdwijnen in de wolken. En de wind blaast ons bij vlagen zó krachtig tegen de rugzak dat we zijdeling moeten wegstappen om niet om te vallen. (Opzij stappen valt trouwens niet altijd mee: vaak is het ‘pad’ een uitgelopen sleuf van nauwelijks anderhalve schoen breed en een hele schoen diep. Zet dan maar eens vlot een voet opzij weg om een windvlaag te compenseren! Ik ben dit ‘mannequin-paden’ gaan noemen, omdat ik vermoed dat zij de enigen zijn die moeiteloos slechts één schoen breed kunnen voortgaan …) Hoewel we deze dag wel weer pittig vinden is hij op een geheel eigen wijze ook geweldig: meer rotsen en steeds grotere niveau verschillen. Het wordt ruiger. We komen meer dan 20 meren tegen die zich bevinden op hoogten tussen 1100 en 1280 meter. We lopen langs sneeuw, langs historische zomer(vee)hutten van gestapelde steen, langs verlaten vissershutten aan de oevers van grotere meren, langs een zomerboerderij met ruigharige schapen. En over meerdere ‘zomerbruggen’, dat zijn tijdelijke bruggen over niet doorwaadbare snelle stromen. (Die bestaan meestal uit een kabelconstructie die het hele jaar blijft zitten, waar dan gedurende de ‘zomer’tijd houten schotten in worden gehangen.) Ruim voor de avond al komen we, moe maar voldaan, aan in ‘Stavali’ onze laatste Vidda-hut, die overigens ook weer bemand is. Je kunt er zelfs een biertje kopen! Er is nog geen gsm-bereik -op de hele Hardanger niet- maar wel zijn er wat zonnepanelen, zodat de beheerder m’n telefoon wel weer wat wil bijladen. We eten en slapen hier heerlijk. Al blijkt het ’s nachts te regenen als we de 200 meter naar ’t toilet oversteken. (De toilethutten liggen niet voor niets altijd flink verderop; bij gebrek aan een vorm van riolering stinken ze onbeschrijfelijk !) Deze maandag zal de (laatste) etappe vooral in het teken van heftig afdalen staan: na vertrek uit Stavalli  (op ca. 1150 meter) moeten we eerst tot ruim 1300 meter klimmen om daarna af te dalen tot 0 meter. Naar fjordwater namelijk, dus naar zeeniveau. Daar zijn zo’n 16 kilometers mee gemoeid, voornamelijk over rotsen. Vooral bij regen wordt deze tocht in onze Noorse beschrijvingen ‘lastig’ tot ‘gevaarlijk’ genoemd – en de weervooruitzichten lijken slecht. Maar we hebben geen keus, de afdaling MOET nu eenmaal gemaakt worden. We vertrekken rond 8.30 uur nog bij droog weer en de eerste twee uur klimmen en dalen door de stenige heuvels gaat voorspoedig. Dan komen de wolken echter snel omlaag en na korte tijd sluiten ze ons helemaal in. Daarmee wordt het lastiger het ‘pad’ te volgen, want op stenige ondergronden kun je de route alleen volgen aan de hand van de bekende ‘steenmannetjes’ (Gestapelde stenen met een merkteken op één daarvan, in dit geval een rode T.) Net voordat we aan het steilere deel van de afdaling begonnen ( 1300 meter omlaag in ca. 9 km.) komt de regen los en een de uren daarna regent het flink hard en aan één stuk door. We merken nu aan den lijve waarom e.e.a. als ‘potentieel gevaarlijk’ wordt betiteld: we moeten vele grote vlakke rotsplaten over, vaak zonder enige begroeiing, terwijl die platen vaak meer dan 10 % helling vertonen. Over die platen stroomt inmiddels ook centimeters water, zodat ze geen enkel houvast meer bieden aan onze zoolprofielen. En helaas blijven de wolken zo laag dat ze ons in nevelen hullen, zodat we regelmatig ook de volgende richtingsaanwijzing niet kunnen zien tot we er bijna bovenop staan. Over meerdere plateaus zijn we op handen en knieën achteruit naar beneden geschoven of gegleden, soms zonder te weten wat er achter lag. Ook zijn we allebei onderuitgegaan en een paar slagen doorgerold voordat we weer controle hadden … Uiteraard waren alle rotstrappen en afdalingsgeulen inmiddels veranderd in waterlopen en watervallen, maar we moesten er toch door. Uiteindelijk kwamen we echter zonder grote ongelukken beneden, maar het hoeft geen betoog dat we écht uitgeput waren. Waarschijnlijk nog meer door een overmaat aan concentratie en controleverlies dan door de afstand en het hoogteverschil zelf, maar de vermoeidheid is daar niet minder om. We moesten toen nog een heel eind lopen, in ‘pinquinsuit’ (poncho) langs een sterk dalende landweg. Maar dat gaf ook wel weer gelegenheid om opnieuw in balans te komen en de spanning achter ons te laten. Wat dan overblijft is achtereenvolgens: 1. de opluchting dat alles wel goed is afgelopen,  2. trots en voldoening over de geleverde prestatie ( ruim 100 ‘eigen’ kms. dwars over de Hardanger Vidda ) en 3. een hernieuwd besef van geweldige rijkdom aan indrukken en waarnemingen.  In de namiddag bereikten we Kinsarvik; op zeeniveau aan de Hardangerfjord en streken we neer in een hotelletje.  Met elektra, een douche en een diner…
We laden er onze elektronische spulletjes op, hebben weer bereik dus doen wat SMSjes ‘de deur uit’ en vragen de balie naar de reistijden van de ferry en de bus naar Bergen. Dan wacht ons een kamer met bed. En nu géén stapelbed …
Op dinsdag de 16de klaart het weer snel op en kunnen we rond 10.00 uur alweer lekker buiten zitten op veerboot door de fjord. Ook de busreis bevalt ons prima: fraaie uitzichten op fjorden, landschap en dorpen in westelijk Noorwegen. En natuurlijk: een goede zetel onder de flink benutte en nu eindelijk in ruste verkerende spieren. Ook niet verkeerd. We komen rond 14.30 uur aan in het hotel in Bergen dat onze knaapjes al voor ons hadden gereserveerd. Dit gebouw blijkt in het centrum van de oude stad te liggen, dus na het droppen van onze rugzakken en het naar binnen slaan van een bekertje koffie negeren we onze na-vermoeienissen en dwalen door deze verrukkelijke stad. (We waren hier al eens eerder) Enkele uren en een terrasje met lekker eten later, trekken we ons met onze boekjes in de hotelkamer terug en maken er een nacht van met een hoge graad van bewusteloosheid.
We vliegen vanuit Bergen pas later in de middag, dus hebben we op woensdagmorgen nog tijd zat om onder meer uitgebreid door prachtige ‘antieke’ trapstraatjes te dwalen. Inpakken is natuurlijk daarna ook een makkie met slechts twee rugtassen bezit. We vlogen vervolgens soepel en geheel volgens schema in ruim een uur van Bergen naar Kopenhagen, aten daar wat en vertrokken toen naar Schiphol dat na weer een uur vliegen werd bereikt (blijft een erg vlotte manier van reizen -áls je eenmaal in je toestel zit dan natuurlijk…). Kort en goed: om 11.40 uur waren we weer in Lunteren en brachten we ons trouw wachtende autootje daar weer tot leven.

En voelden we ons opperbest. Ervaringen rijker. De zintuigen tot barsten toe gevuld.
Want louter ‘op je zelf gaan’ geeft ultieme voldoening. En de Hardanger is geweldig!

4 gedachten over “Hiking the Hardanger”

  1. Allereerst willen we Hanneke feliciteren met haar 60 ste verjaardag.
    Een prachtige foto op jullie weblog.
    En wat een geweldige prestatie deze tocht over de Hardanger Vidda.
    We hebben heel veel respect voor jullie allebei. Eveneens voor Kasper en Michiel
    die deze tocht zo perfect voorbereid hebben.
    Een schitterend verslag en mooie foto’s Joop, ik heb er van genoten.
    Allerbeste wensen, met hartelijke groeten van Fokke en Sietske.

    Beantwoorden
  2. Geweldig!
    Wij hebben wel eens een dagje wandelend op de Hardanger doorgebracht, maar deze tocht lijkt mij erg mooi.
    Groetjes uit De Ryp

    Beantwoorden
  3. Tja, een indrukwekkend verhaal. Niet mis. Je had al het een en ander tijdens onze wandeling van de Wandelpool verteld (de tijdelijke brug, die eindeloze afdaling naar 0) en nu heb ik de foto’s er bij gezien en inderaad het verhaal gelezen.

    Nog veel mooie wandelreizen toegewenst,

    Herman

    Beantwoorden

Laat een antwoord achter aan Sietske Valk Reactie annuleren