Bij “Moenen met den Enen Ooge”

Met Kea (oud-collega&wandelvriendin) als opstapper vanaf Wanssum bij Venray zijn we, na een overnachting op de stille Mookerplas –zie foto-, in Nijmegenaangekomen. De Waal bleek hierbij heel wat krachtiger (tegen-)te stromen dan de Rhône eerder deed…

Sedert ons vertrek uit Elahuizen op 3 sept. 2006 hebben we nu 3465 km. gevaren en daarbij 521 sluizen ‘gepakt’.

HOLLANDITIS (of: ter BosVoetenEnde weergekeerd)

We zijn weer terug In Den Lande: vanaf woensdag (13/6)zijn we nu in Maastricht en vanaf vrijdagmiddag zal ’t wel een paar dagen Roermond worden waar we ronddolen en ons hart ophalen aan de bijvoorbeeld de zozeer gekende taal – hoewel die hier soms zó sappig wordt uitgesproken dat het wat ons betreft evengoed Swahili had kunnen zijn…

Kijkend in het logboek kunnen we constateren dat we tot op heden: verdeeld over 265 dagen ruim 3300 kilometers te water hebben afgelegd en daarbij zo’n 515 sluizen zijn gepasseerd (algemeen gemiddelde dus: 1 sluis per 6,4 kilometer water..), dat alles bij in het totaal 470 uren draaiende motor. Hebben we er nu dus eindelijk genoeg van? Nou, bij de presentatie van het ‘leidinggevend’ landtrio dat in de titel van dit bericht ook al is verwerkt, juist vandaag dus, was onze eerste impuls eerder: “rechtsomkeert – er is vast nog véél meer onHollands water in de wereld dat kan worden verkend…” Nee, die lust tot varen en vooral dan óók het ‘wonen waar je bént’ is ons nog niet vergaan: al denken we daarbij vooreerst eerder aan zomertochten door Denemarken en NoordDuitsland bijvoorbeeld, dan meteen weer een heel jaar lang weg. Verder staan eerdere genoegens van varen in het diepere najaar of vroege voorjaar langs stille binnenwateren of uitgestorven Waddeneilanden ons ook nog helder voor de geest. Voorts vlakken we ook een sterk verlengde zomer met het sleephokje in de Algarve of Griekenland niet uit, evenmin als een nieuwe maandenlange fietstocht in Azië uit beeld is verdwenen. En daarbij is een echt vorstelijke Hollandse Winter ook niet steeds taboe voor ons. Mogelijkheden te over dus!

Vooreerst echter komt de nieuwe lol van het toeleven naar en inrichten van een boswoninkje nu gestager op ons netvlies. Vandaar dat we na de Maas koers zullen zetten naar wateren rond de Veluwe – om over ruim een maand of zo van daaruit voorbereidingen te treffen. We denken in grote lijnen aan deze volgorde:

1. voorlopige woonplek in een jachthaven daar ergens

2. autootje weer onder ’t gat

3. voorbereidingen treffen voor aanschaf en inrichting en velen van jullie daarbij al doende weer eens lastig te komen vallen!

Voor nogal wat lezertjes geldt daarom: nog zo’n zes weken rust – en maak dan de borst maar weer nat…

Voldragen !?

Onze bezoekers zijn uitgezwaaid, morgen door naar Luik en dan is het nog maar zo’n 25 km. te water naar Maastricht… Het ziet er dus naar uit dat we zo’n négen maanden na de grensoversteek richting Zuid weer in ons Vader-en Moederlandje terug zullen keren.  Ik denk dat we het alleen daarom nu al een voldragen reis mogen noemen.

Onlangs kwam het verzoek vanuit de redaktie van de dorpskrant van Elahuizen (waarin ik zo’n 8 jaar lang maandelijks twee bladzijden vulde) om nog eens een stukje ‘Bruinsiaanse kopij’. Het daarop ingestuurde geleuter kan men ook via deze site tot zich nemen door in de kolom hier rechts onder “Verhalen” de titel ‘leven=bewegen‘ aan te klikken.

Gastronomie in de Avond

Wegens enige nattigheid in nacht en ochtend vertrokken we gisteren pas rond de middag (bij droog en toenemend zonnig weer weer) naar Charleville-Mézières. Daar aangekomen bleek men sedert vorig jaar oktober niet stil te hebben gezeten: een hele grote en prachtig aangelegde havenkom bleek plotseling hun rekreatieoever aan de Maas te verrijken! ’s Avonds zijn wij op het fraaie stadsplein (zie foto!) maar weer eens geweldig gastronomisch uit ons dak gegaan… ZUCHT.

Inmiddels toeven we aan de knusse oever van het dorpje Laifour; morgen wacht de niet minder kabouterige kade van Fumay (Op dit deel van de Maas waren we al eerder; we zoeken voor bezichtiging, overnachting en het verwijlen achter een goed glas vooral plekjes die op de heenweg ook al charmant leken, maar toch voorbij werden gevaren). Intussen zijn de dagen weer práchtig, mooi licht en behoorlijk warm. De hier hoog oprijzende en zwaar beboste oevers zijn zo mogelijk nóg prachtiger.

Toch alweer bijna in België; Dinant zal wel woensdag worden, Namen wellicht al donderdag in de loop van de middag…

Old Boys Network !

Met onze twee (ook alweer flink doorgerijpte-)Zonen trekken wij vanaf vandaag van dorp tot dorp (of stad: Verdun!) en van sluis tot sluis. Smolten wij met onze vorige gasten nog kompleet van het dek af met temperaturen boven de 35 graden C., nú is sprake van een veel beschaafdere 20 á 22 graden…

Alleen de koelkast moet tóch veel harder w***en (want die knapen laten zich stevig bijvoederen..) én natuurlijk: hólt de wijnkelder(-trap) achteruit!

Verder alles kids dus hier…

Het wordt drùkker aan boord…

Dat Nederland alweer wat dichterbij komt én de zomer ook de Noorderlingen in de kop slaat wordt merkbaar: het wordt drukker aan boord!   Vanaf zondag komen de Kids een klein weekje meevaren, daarna komt een duo Zus-en Zwagerlief langs en een goede vriendin heeft reeds een optie voor verderop in juni… Maar het spits werd afgebeten door onze Elahuizer overburen Wim&Tineke: zij namen een hotelletje in Toul en voeren vandaag een dagje met ons mee…

Dat betekende: van Toul naar Commercy, slechts 31 km. te water, maar wél eerst 12 sluizen óp (per 700 meter één), dan een tunnel (670 meter onder de berg/waterscheiding door) en daarna 5 sluizen omlaag. Dat is op zichzelf een Bereleuke en gevarieerde éxpierience, maar het was vandaag 35 tot 38 0 Celcius !!  Afzien dus ook…

We zitten nu alweer aan de Bovenmaas, dus vanaf hier gaan we uitsluitend nog omláág..

Charmant?

Vanmorgen waren we maar nét op tijd weg uit Epinal: de avond voor ons vertrek werden naast ons schip door een massa nadrukkelijk overjarige pubers ruim een gros ‘rally-cars’ gedumpt. [zie foto]

Hinderlijk schreeuwerig beplakte, betoeterde en vooral bekachelpijpte autowrakken (met ingebouwde rolbeugel) dus – waarmee men dit weekend een geheel eigen bijdrage aan de afbraak van de ozonlaag denkt te gaan plegen. Wij zijn gelukkig prettig daarvóór én aanzienlijk geruislozer weggeprutteld en inmiddels aangeland (een binnen onze dobberende leefstijl zeer letterlijk te nemen woord..) in Charmes. Degenen die ons ‘strak’ volgen én degenen die hebben opgelet bij ‘hogere topografie’ weten dat het Canal de l’Est, de Moezel namelijk volgend, daarlangs moet komen. Geschiedkundige kennis maakt duidelijk dat Charmes, liggend aan de westkant van de Vogezen, een bewogen historie achter de rug heeft: ‘grensplaats’ en ‘dus’ vaak platgebrand – tussen 1634 en 1944 vijf keer geheel in de Hens gestoken om precies te zijn. (Na 1870 – de ‘Frans/Duitse oorlog’- waren de Vogezen Duits, na ‘14/’18 weer Frans en daarvóór gingen ze ook eeuwenlang weinig vrolijk van hand tot hand tussen Bourgondiërs, Karel de Kale en zo meer…). Hoewel wij dus kunnen vaststellen dat Charmes door de eeuwen heen een aantal kloek herbouwende en van geen ophouden wetende inwoners heeft gekend ben ik van het voorlopig eindresultaat anno 2007 niet echt onder de indruk. Persoonlijk ben ik zeer deskundig op ’t gebied van Charmes, mijn vriendin bezit er vele!, vanuit díe deskundigheid zeg ik: “Charmes? Neuh…”Wat wél deugt is de boten en camper- accommodatie, dus gebruik Charmes gerust als onderweg-stopje. Méér is ’t niet.

Eerste ontmoeting met de Moezel

We zijn met de nodige nattigheid gearriveerd in Epinal en ontmoetten daar de Moezel. Die is hier nog volstrekt onbevaarbaar, maar stroomt naast ons verder mee. Wij blijven hier echter eerst even lekker liggen: we liggen hier charmant tegen een Moezel-omzoomd stadsparkje en Epinal blijkt een mooi gelegen stadje met de nodige façiliteiten. Het overnachtingstarief aan de plezierjachten kade is belachelijk laag: 4€ per nacht incl. stroom en water. Kom daar in ons geweldig kadenrijke landje eens om?!

Potentiële Bezoekers: opgelet!

Nu wij een zekere ‘dag-rijafstand’ weer lijken te gaan binnendobberen klinken er toenemend geluiden op van potentiële bezoekers.

Behoort ook U (mogelijk) tot dit illustere gezelschap? Klik dan op de titel “Aanwaaien of -monsteren?!” in de Verhalen kolom rechts!

Graag tot ziens

Frankrijk = gewoon door de Roest héénstoten !

Nu de (bevaarbare) Saône geheel is bedwongen, varen we kalmpjes aan het Canal des Vosges (het ‘Vogezenkanaal’ dus) op; dat de bovenloop van de Saône verbindt met het Franse Moezeldal: 45 sluizen, dus ca. 120 meter, óp – en 25 sluizen, dus zo’n 75 meter, weer naar beneden. Kalmpjes aan dus vooral omdat er een gemiddelde van één sluis per 1,25 km. telt. Voor de sluizen kregen we een afstandbediening mee: daarmee kun je, door naar een paaltje -dat zo’n 300 meter vóór de sluis staat- te richten, de sluis mededelen: ‘bereidt je voor want wij komen eraan’!  Schutten kost vervolgens zo’n 10 tot 15 minuten, al naar gelang of de vorige gebruiker je tegemoet voer of juist voor je uit vaart. (Voor landrotten: teken maar even uit wat een sluis nu feitelijk geacht wordt te doen..) De deuren worden automatisch aangestuurd in de volgorde van de schutting, maar uiteraard moeten we zelf nog even melden wanneer de boot vastligt en de feitelijke schutting verder dus kan plaatsvinden. Daartoe dient een blauwe stang krachtig omhoog te worden gestoten: de Franse versie van een schakelaar. Het krachtige wordt bepaald door het feit dat je in Frankrijk immer door een laag roest dient heen te stoten: van de mogelijkheid enig onderhoud te plegen vóórdat iets écht kapot is heeft men hier namelijk nog nooit gehoord.

Dat geldt, vrees ik, voor het ganse land: men is zéér herhalingsgeneigd (zeg maar: Aartsconservatief ) en verandering vindt alleen plaats indien die al tenminste 5 jaar onontkoombaar en voor elke dombo wordt afgedwongen door de feiten (!). Onlangs werd hier een nieuwe president gekozen. Degenen die mij kennen beseffen natuurlijk dat ik een uitgesproken voorkeur voor de dame in kwestie had: niet alleen omdat ze een vrouw is (dan was Frankrijk ons bovendien ook eens voorbij gestreefd..) maar ze was ook nog van enigszins linkerzijde – en dat is men naar mijn bevinding zélden té-zeer! Frankrijk als geheel beschouwende vrees ik echter dat hier tenminste twee ‘Tatchers’ Tien Jaar Tegelijkertijd dienen te worden geleden (huiver!); zodat men eindelijk wákker weer met de rest van Europa mee kan doen. Zo niet, dan hebben wij binnen twintig jaar in ons eigen kikkerlandje Fransen in plaats van Polen als Beunhaas-loodgieter… Dat alles neemt natuurlijk niet weg dat zij enkele van de allermooiste streken in Europa van oudsher al bezet houden – uit dankbaarheid daarvoor blijven wij daarom ook hier weer, dat is dit keer in “Fontanoy-le-Chateau”, een extra dag liggen teneinde morgen met een voettocht van rond de 16 km.(?) de Fabelachtige Schoonheid en Ongereptheid van deze omgeving récht te doen wedervaren. Dat wij dan in het verste punt – het fraaie bronnenstadje “Bains-les-Bains”- ons óók nog gaan vermeien met een ongetwijfeld vrij culinair aandoende lunch, genuttigd op een uiterst zonnig en uitzichtrijk terras ligt daarbij natuurlijk voor de hand; het leven mag immers gerust enige inspanning vergen mits het nimmer “áfzien” wordt…

NB.: Het behoeft geen betoog dat wij deze laatste stelling blijvend streng bewaken!