En inderdaad: we zijn hier twaalf dagen achtereen gebleven (zie slotzin vorig bericht). Voor ons, “trekkers”, duidelijk langer dan gebruikelijk. Maar er waren voldoende redenen. Allereerst bleek het weer direct aan de Middellandse Zee duidelijk beter dan een honderd km. landinwaarts: we hebben bijvoorbeeld maar één keer een bui gehad – en dat nog ’s nachts. Verder is het, ook op de drie meer bewolkte dagen, eigenlijk niet onder de 20 graden geweest en in de zon was het vaak nog aanzienlijk warmer (zelfs ’s nachts is het nog zo’n 17 en nog geen dauw in de vroege ochtend). Voorts kan er in vele richtingen lekker gefietst worden en/of langs de waterlijn gedwaald (blootvoets en in flodderkleding) of over terras gevulde boulevards geflaneerd worden (slechts een ietsje meer aangekleed). We hebben de auto niet aangeraakt, maar wel bezochten we onder meer Béziers (langs Canal du Midi), Sête en Marseillan. Kortom: een feest der herkenning, al kwamen wij er destijds pas eind december en daarna weer begin april langs, zodat de zaak nu nog veel meer in blad zat en ook veel meer gevuld met nazomerende mensen. De onvermijdelijke Herfst begint hier nu ook langzaam meer kenbaar te worden: te beginnen met het papierdroge blad van de vele Platanen. Vrijdag aankomende zal het kwik hier dan ook voor meerdere dagen onder de 20 graden duiken en wordt er bovendien redelijk veel regenwater verwacht (hard nodig ook voor ’t “groen” hier, dat wel). Wij zagen dat de hoeveelheid verwacht regenwater iets noord-oostelijk van hier behoorlijk minder lijkt en we gaan mede daarom morgen vast een heel klein eindje op de “terugweg”: tot even boven Arles, dus ook vast mooi aan de “route du Nord”. Hoelang we daar blijven zal vooral van het weer afhangen. We verwachten wel eind oktober weer in ons kikkerlandje te arriveren – we zien nog wel wanneer precies.