Wij kozen zaterdag voor een wandeltocht die vanuit Houten NS, kronkelend langs vele landgoederen en landgoedjes, zo’n 25 km. verderop zou eindigen in Utrecht Centrum. En daar kwamen we dan ook, lichtelijk moegestreden -vooral omdat dit onze eerste 25 km. tocht van dit seizoen was, om een uur of vier aan. Na de ‘nazit’ (bij de Wandelpool gewoonlijk met iets meer dan de helft van de deelnemers en altijd reuze gezellig) zochten we Michiel op en lieten ons door hem een warme maaltijd voorschotelen. [Handig, zo’n zoon aan ’t eindpunt!] We bleven er overnachten en hadden ’t nóg genoeglijker op zondag, want toen was Kasper er ook. Een ouderwetse gezinsreünie dus en enige Sinterklaas-voorbereiding lag daarom ook voor de hand…).
Toen we ’s avonds laat weer bij onze boshut aankwamen bleek er vanuit de lucht een aanval op ons terras te zijn gepleegd: een zeer forse (lage) tak bleek uit onze terras-den te zijn gewaaid. Dat moet een forse smak zijn geweest, want het betrof zo’n zes meter tak en waar het (bovenbeen-)dikke uiteinde de stenen had geraakt zat een aardige deuk met een klont houtvezel in de stenen. Wondermooi gemikt, dat wel: want het ding had kans gezien werkelijk niets te raken. Potplantje, kaarslamp en beeldjes op de buitentafel, tuinstoelen en de kabouter aan de andere kant, de kap boven de voordeur – allemaal nét gemist. Ronduit keúrig in het lege midden van dit alles neergekwakt… Ik zei ’t al eerder: dat hebben wij weer – het glas blijft almaar gewoon vól.