De ‘Januari-blues’ overvallen ons jaarlijks, tenminste als het niet elfstedentocht-achtig vriest en er ook weinig door dikke pakken sneeuw valt te banjeren. Dan wordt het zoiets als “dom wachten tot het wél weer aardig weer gaat worden…” Natuurlijk is bij ‘dom wachten’ enige “ferdivedaasje” (Fries voor: ‘verstrooiing’) beschikbaar als tijdelijke oplossing, want zoals jullie weten: tussentijds iets ondernemen verkort de tijd wat. Ferdivedaasje-momenten inplannen dus: Allereerst besloten de gezusters Koudijs, met medeneming van de meesten hunner gade’s, een bezoek te brengen aan hun geboortedorp. Want daar, in Lunteren, bevond zich een expositie van tekeningen-uit-vroeger-dagen; waarop onder meer de fietsenwinkel van Opa Koudijs werd geportretteerd. Opa was destijds algemeen gekend onder de doeltreffende erenaam: Reijer Pruts(!). We zaten daarna ná bij café Floor, ook een hen bekende plaats: de ouders Koudijs vierden er hun 25 jarige bruiloft, zus vierde er haar trouwdag, enzovoorts.
Vervolgens doken wij tweeën vier hele dagen onder in het Zeeuwse stadje Oostburg > een zg. “Voordeeluitje” en “all-in” ook nog… We hadden er verrassend mooi weer, dat wil zeggen koud, maar fraai zonnig. We besteden er, al wandelend, ruime aandacht aan de omgeving, aan de kust bij Cadzand, aan het fraaie Zeeuwse grensstadje Sluis en aan het nog fraaiere Belgische Brugge – allen binnen een straal van zo’n 25 km. Óók merkten we, aan den lijve(!) dat “all-in” wellicht ook zo z’n nadelen heeft… Zoals wanneer je bijvoorbeeld tóch nog een toetje neemt als je al aardig vol zit vanwege de ruime á la carte keuze – of nog een tweede koffie mét een glaasje Grand Marnier laat uitserveren … (Voor de echte liefhebbers van achterklap onder jullie hebben we nog véél meer van dit soort -innemende- voorbeelden: men vervoege zich daartoe op de Vondellaan 104 te Veenendaal!)
OK, we buiken dus nu nog steeds uit. Intussen huisvestten wij mijn Filosofiegroep op een ochtend, ontvangt Hanneke morgenvroeg een hokvol Medebewoonsters, entertainden we natuurlijk een aantal keren onze Zonen, liep ik weer een paar keer met Wijkbewoners en ook -wat verder- met diverse ‘Wandelpoolers’. Recent haakte Hanneke ook nog in op een kleine buurt koffiegroep én maakte zij een afspraak met wat wijkdames die ze kent van ‘Jeu de Boulles’ voor een nieuw te starten ‘Museum-bezoek-clubje’. Gisteren waren we voorts nog in Apeldoorn om er “Coda” (volgens ons het merkwaardigste museum in ons lage landje) weer eens te bezoeken – én om in deze (mijn geboorte-)plaats te lunchen natuurlijk. Tenslotte is ons oude wandelmaatje F., nu bijna buurman, weer uitgenodigd voor een prettig avondmaal te onzent. Kortom: er is altijd wel wat te doen (NB: Ook zónder onnozele begeleidingskreten als: “AbbejajaJippieJippieJee”…)
Tóch lijkt ons de Lente nog (té) ver weg.
Welnu daar hebben we ’t volgende op gevonden: 1.We duiken nog een keer in de Kunstgroep op om ons te laten verwennen met de beeld en tekst van onze Wijkkunsthistoricus. 2.We gaan daarna met onze generatie aan Koudijsjes nog een keer sjoelen. 3.Vervolgens duiken we onder in het Veense Filmhuis om ons te laten vermaken met de NL-film “Neem me mee”. Tot zover de geplande ‘ferdivedaasje’ momenten van begin februari…
4. Op 15 februari a.s. nemen we echter veel krassere maatregelen: vanaf dan toeven in Portugal (!) in de, ongetwijfeld ook dan weer zeer zónnige, Algarve bij, laten we zeggen: een graad of 20. En dat dan meteen maar tót 21 maart…
Jawel: pas als de lente begint komen wij weer terug!!