Na twee regenachtige dagen in San Remo, Italië, zijn we -mede op grond van de verwachte weersontwikkelingen- in Sanary-sur-Mer beland (Middellandse Zeekust, grofweg tussen Marseille en Nice). Zeer terecht zo blijkt, want het is hier inmiddels zó warm dat zelfs Hanneke al om 11.00 uur de schaduw opzoekt met de koffie. Landschappelijk -we waren eerder in deze contreien- geweldig liefelijk. Vol cypressen, kleurrijke rotsen en zonnig uitziende huizen in charmante pasteltinten. Heerlijke stadjes en ook fiets- en wandelmogelijkheden te over.
Gisteren bezochten we het ons al bekende kuststadje Cassis -en toen bleek dat daar juist de (halve?) marathonloop ‘Marseille – Cassis’ finishte. Het was er niet alleen ongelofelijk druk, maar we moesten ook nog eens zo’n 5 km. heen en weer naar de auto; dichter bij de stad stond alles bomvol. Wel heel gezellig met straatmuzikanten e.d. Vandaag zouden we fietsen naar het naastgelegen Bandol en vandaaruit een kustwandelroute op, die zijn hier prachtig: vaak over de rotsen direct langs (en soms nauwelijks een meter of twee boven) het spattende zeewater. Omdat het nu wel erg warm is, hebben we dit plan maar doorgeschoven tot morgen. Tja, pensionado’s hé – nooit veel haast… Dat wordt dus boeklezen, kaartje op de post doen, Pastis achteroverslaan – aansluitend het dan opkomende middagtukje doen en wellicht nog een verse (vispasta?!)maaltijd op de kop tikken.
Kortom: heerlijke dagen, die loom langsglijden. Om weer toe te voegen aan de eerdere (zovele!) goede dagen. Zoals Van Morrison het uitdrukt “the beauty of the days gone (and goïn’) bye keep me young, while groïn’ old…” [de schoonheid van de dagen die vergleden (en verglijden) houden me jong terwijl ik oud wordt..] Een gedachte die wat mij betreft een schoonheidsprijs verdient.