Een Persoonlijke Sage.
In ónze Préhistorie was er eens een meisje -laten we haar ‘Hanneke’ noemen want zo heette ze toen ook al- die werkzaam was bij een groot instituut in de bossen van Huis ter Heide (nabij Soesterberg). Zij woonde daar ook en wel “intern”, in het Hoofdgebouw op de “zustergang”, zoals dat werd genoemd.
Ten tijde dat dit verhaal speelt was deze deern nèt 18 geworden, maar omdat zij al jaren eerder fraai van voorkomen bleek en niet geheel onprettig van karakter bovendien, mocht het geen wonder heten dat een jongeman -laten we hem ‘Joop’ noemen want zo heet hij tóch- haar reeds op haar 15de had overreed met hem te gaan verkeren.
Zodoende kwam hij dan ook te geregelder tijd, op een vrij basaal vervoermiddel eerst ‘Batavus’ en later ‘Zündapp’ genaamd, vanuit Barneveld naar Huis ter Heide geronkt teneinde dit ‘verkeren’ te onderhouden en daaraan gepast inhoud te verlenen. Daarbij ontmoette ons nijver opgroeiend duo echter een ontmoedigende belemmering: te dien tijde was men namelijk eerst met 21 jaar ‘volwassen’ en vóór die heerlijke, gerechtelijk ondersteunde, autonomie golden ter plekke de ‘Regels van het Huis’. Die Regels nu schreven onder meer voor dat men elkaar als louter jong-verkerenden uitsluitend ontmoette in de gemeenschapruimte, destijds eufemistisch met ‘huiskamer’ aangeduid. Men ‘verkeerde’ dientengevolge steeds in de nabijheid van, en onder de ogen van, derden. Gezellig, doch weinig besloten en daarmee wat schraal voor het onderhouden van het ándere ‘verkeren’, zoals een ieder die ooit óók verkeerde dadelijk begrijpt. Ter omzeiling van e.e.a. paste dit tweetal allereerst de, jullie allen vast wel bekende, “Typisch Nederlandse Uitleg van Regels” toe. (Die luidt : een regel geldt alleen wanneer en gedurende de preciese tijd dát hij actief wordt gehándhaaft…) Maar ja, de jonge Joop wist weliswaar de portier voldoende te vermurwen maar werd daarná toch meermalen uit de gangen geplukt met woorden als: “Wat moet dat hier?!” of iets van gelijke strekking – nog vóór hij haar kamer had bereikt. Verbanning naar de ‘huiskamer’ als ontmoetingsplaats was dan wederom hun beider lot. Nadere bestudering van de huisregels bleek echter een ontsnappingsroute te bieden: verloofden konden samen legaal in de eigen kamer toeven! Dát was dan ook de reden dat beide jongelieden -enigszins tegen de tijdsgeest in- terstond hun ouders, kennissen & anderszins betrokkenen maar vóóral: de direkteur van dit Instituut (!) een (zelfgemaakt) verlovingsbericht deden toekomen: m.i.v. 30-11-1969 ringden zij elkander!
En dát was dus eergisteren alweer 40 jaar geleden. Het wordt te onzent vandaag gevierd: want wij dragen die kleinoden -met vermelde datum daar als eerste in gegraveerd- nog steeds om de door traditie voorgeschreven vinger.