2 Philipenzen: 1 en 2

Na ons hoog-culinaire bezoek aan ‘Chez Philipe’ gisteren (op eerste Paasavond) was het gewoon verleidelijk voor mij bovenstaande titel te gebruiken, vooral voor de bijbelgetrouwen en/of bijbelopgevoeden onder u.. Hij dekt echter niet geheel de lading: want na ”Philippe” is men weliswaar voldaan maar van echte pénzen kan geen sprake zijn: de maaltijden zijn gelukkig gebaseerd op smaak en niet op hoeveelheid.

Intussen blijft het hier gewéldig weer: voor ‘t eerst ontbeet ik ook al buiten en moeten we al tamelijk snel daarna “in de schaduw”. Om dan tussen vijf en acht uur in de vooravond weer in de zon plaats te kunnen nemen. Heerlijk wandelen en fietsen dus ook. Ondermeer naar ‘Marseillan-Plage: een heel vrolijke kruising tussen Scheveningen en Harlingen…

Héét !

Vandaag 23 graden ‘vól in de schaduw’ en maar liefst 38 graden ‘vól in de zon’; dit laatste volgens onze thermometer – zelf waag ik me daar niet aan. Hoe dan ook: eerste dag van alweer buiten ontbijten en overdag onder het zonnedek schuilen.. Rond 20.30 uur (al een heel franse tijd) sluiten we deze prachtdag af met een visrijke salade, een glaasje koude witte en enórme -kreeftgrote- garnalen. ’t Blijft áfzien zo’n pensioen…

Weer op Zout Water

We zijn weer in zout water: in Marseillan (Aan de westkant van het lange, met de zee verbonden meer “Etang de Thau”)

Een prachtig plaatsje waar we ook zélf een zodanig prachtig plaatsje aan de oude kade vonden dat we hebben besloten tot volgende week woensdag te blijven liggen. Dat ‘het seizoen’ hier na 1 april weer begonnen is blijkt intussen ook uit de liggelden: die stegen van 12.50 per dag (tot 1 april) naar 24,70 per dag nu. De Zuid-Franse opvatting van een ‘april-grap’ zullen we maar denken en je krijgt er wel een uitbundig stukje buitenleven geheel gratis bij… Dit is de stad van de “Noilly Prat”, een bijzonder krachtige en niet zoete variant ‘Vermouth’ die uitsluitend hier wordt geproduceerd. Wij maakten eerder kennis met dit vocht tijdens de kookcursus met ‘chef-kok’ Jaap Sluis in Elahuizen.(Als ‘Jaques Écluse’ slijt ook hij zijn dagen nu hier in Zuid-Frankrijk zei het zo’n 300 km. meer naar het Oosten) Van hem is ook de dringende opdracht: ”Kom je ooit in Marseillant, ga dan beslist eten bij ‘Chez Phillipe’!” En wie zijn wij op dat te weerstaan? Sterker nog: wij zijn inmiddels overtuigde ‘Menu ïsten’. Een heel prettige levensovertuiging waarvan we bovendien kunnen stellen dat hij wereldwijd uitstekend kan worden gepraktiseerd. Dit Weekend zijn we dus ongetwijfeld “in” Phillippe…

Het Goede Leven…

Gisteren was ondergetekende uit een trein gestapt in Carcassonne om daar door het spectaculair bewaard gebleven Middeleeuwse stadsdeel te dwalen. Bij wijze van uitzondering was het er een regenachtige dag. (Onderwijl bleek Hanneke 100 km. oostelijker gelukkig in het zonnetje op het dek te kunnen blijven toeven). De prachtige 13de eeuwse muren én busladingen vol mensen (tot zelfs Japanners toe…), beiden druilerig, even ontvluchtend dook ik tussen de middag een klein etablissement in. Dáár ontstonden deze overdenksels én de beschouwing ‘Causerie Culinaire’.

Het leven is een Lust of een Last. Nogal wat mensen verkeren in de veronderstelling dat deze twee (uiterste) posities afhankelijk zijn van wat zij méémaken in hun bestaan. Langjarige observaties -ook binnen mijn werkzaamheden in de Gezondheidszorg- gekoppeld aan mijn eigen ervaringen leidden tot grote stelligheid in mijn oordeel: “Grotendeels Onzin!” De ervaring Lust of Last is veel minder het resultaat van ervaringen als wel van Keuze. Wij besloten, gaandeweg steeds overtuigder, dat het leven ontegenzeggelijk een Gave is en daarmee een Lust moet zijn. Mét Wim Sonneveld zou ik daarna willen zeggen: “En verdomd als het niet wáár is!” Van de vele lusten werk ik er hierbij één uit, een zéér innemende: omdat we die hier onontkoombaar nader hebben mogen verkennen. Bovendien is het een Lust waar wij wel pap van lusten. Lees er dus alles over in de korte beschouwing onder de titel: Causerie Culinairedie je in de kolom links hiernaast kunt aanklikken.

“Drooglegging” te Béziers…

Als we rond 20 maart (met Michiel) weer langs de beroemde sluizentrap (les 7 Écluses des Fonceranes) te Béziers willen, blijkt dat moeilijk te verwezenlijken: achter de sluizen ligt alles over een afstand van zo’n 3 km. droog. Gevolg van een onverwacht technisch probleem – dus wachten we braafjes tot 1 april, want men belooft ons dán weer te kunnen schutten… (We drinken er, dit ter geruststelling van onze achterban, geen glaasje minder om!)

Vanmiddag hebben we Michiel weer op de TGV gezet – want hij is nog (láng nog, zo verwachten wij!) gecommitteerd aan het W***-woord.

Weer -En Retour

Sedert Michiel hier is (vanaf zaterdagavond) waait het dagelijks tot 8 Beaufort uit het NNWesten (een soort uit de hand lopende Mistral..) en de temperatuur is daardoor gedaald naar een graad of 13( koud ! ). De discussie aan boord gaat nu natuurlijk over wie hieraan debet is: wij weblog-schrijvers “met véél te mooie verhalen” (aldus Michiel) of vooral Michiel zélf “omdat het duidelijk pas rotweer werd toen jij in de TGV ging zitten op weg naar hier” (aldus ondergetekenden). Intussen is het wel droog en deels zonnig, dus gewandeld, bezichtigd, geváren en ge-terras-d kan er gewoon wél worden. Géén man overboord derhalve. [Dat zou anders toch ook gewoon Michiel worden natuurlijk…] We zijn inmiddels weer zo’n 50 km. van Narbonne afgevaren – een héél klein beetje op de terugweg dus ook. Vandaar de titel.

Ik trof een kleine Hof…

Ik trof een kleine hof naast de kathedraal van Narbonne. Met onder grote Platanen twee beschreven stenen in het grind. De bovenste steen toonde een friestalig gedicht van Theun de Vries (1907-2005). Op de onderste steen de omzetting van Fries naar Frans. Een Fries gedicht ‘aan het eind’ van onze reis. Mij trof dat als sterke symboliek: aan het ‘begin’ ervan lieten wij immers onze stenen achter in het Friese. Oók naast de kerk. Hieronder de woorden die ik las vanaf een door Theun beschreven bank:

Hie ik in beam west –Dan hie ik stean wollen –Oan ien fan dy lytse tsjerkhôven –Omheind efter mânske liguster. Dêr komme hja dan sneintemiddies –Om nei de sarken te sjen, -Wat wilde gerzen wei te roppen –Of moas fan in namme te skrabjen. Ik woe harren wat tanúnderje –Sûnder dat se it fornamen, -En ien dy’’t it langst bleau –Ienlik, ûnferweechlik op har bank –Dimmen beskaadzje.

Een duif had plaatsgenomen op de zonnewijzer. Zoals ik tegen Wim en Tineke Fennis al schreef: het besef van de onlosmakelijke verbinding tussen ‘memento mori’ en ‘carpe diem’ maakt wezenlijk deel uit van onze onderneming…

“Non-Authorisé” naar Narbonne…

We hadden een afspraak met de VNF (vaarwaterbeheer) om vandaag vanaf 9.30 uur te schutten van Canal du Midi naar Narbonne; zo’n 16 km met 10 sluizen en een stukkie rivier (met zandbanken..). Maar toen we gistermiddag ca. 14.30 al aankwamen bij de eerste sluis bemerkten we dat die op ‘klaar om te functioneren’ stond (als ze ‘aan’ staan zijn het zelfbedieningssluizen). Dus dachten we: ze staan zeker door de weeks overdag bepaalde tijd sowieso aan, dan kunnen we wel vast de eerste vijf sluizen afzakken en in het dan aanliggende dorp overnachten. Dit kwam ons op een (vriendelijke) berisping te staan van diezelfde VNF: wij bleken te lijden aan “Naviguer Non Authorisé !”. Uiteraard werpen wij zulk (hier té) initiatiefrijk en regel-negerend gedrag op ons Buitenlands onbegrip en inmiddels zijn we (de volgende ochtend) lekker vroeg aangekomen in Narbonne. Ons tijdelijk adres luidt nu: Bateau ‘Sydsulver’, Quai ‘d Alsaces, Narbonne (France). Dat naar verwachting tot maandagmorgenvroeg – want Michiel plukken we zaterdagavond hier uit de TGV en dán varen we weer ‘omhoog’, om via het Canal du Midi richting Séte te kiezen.

Of dat ook kán is even afwachten: het heeft hier zó weinig geregend dat men moeite heeft voldoende water in de vaarwegen te houden – het laatste stuk, Canal la Robine, had slechts 90 tot 110 cm. water staan; en WIJ hebben 90 cm. diepgang…

O O W A

On Our Way again… Alle techniek is weer in orde (een zg. ‘Splitter’ laten vervangen) en dus gaan we zondagmorgen weer aan de zwerf. Zachtjes aan richting Narbonne, waar we Michiel op vrijdag uit de TGV hopen te trekken.

Back to Basi(c)s

Toen we na één dagje varen in het wonderschone gat ‘Le Somail’ aanlegden bleek dat onze gebruiksaccu’s niet meer waren bijgeladen. We hebben dus eerst even naar Colombiers gebeld, want het leek ons ’t handigst om terug te keren naar de jongens die ook de motor hadden gedaan – en véél ‘boottechnische firma’s’ zijn er hier niet. Daarna Somail besnuffeld: veel dieren, weinig mensen, geen winkels (of elektra aan ’t water). De dieren dat betrof naast vogels, honden en katten vooral veel ganzen, eenden –kleurrijk en veelvuldig bijgevoederd- EN daartussen ook een praktisch ‘tamme’ muskusrat met het formaat van een flinke kater en de kop van een kleine zeehond.

De volgende dag zijn we dus maar weer terug gevaren –geen straf: het is een adembenemende route- naar Colombiers.

We zijn nu in afwachting van elektrisch begaafde doormeters en hun conclusies.