Lunterse Leuterkoek …

Wat gebeurt er intussen toch in Lunteren; in- en om het Grote Woud – je weet wel: bij dat wat bewegelijke duo ?! Ik moet eventuele verwachtingen teleurstellen: WEINIG ! Michiel komt er langs, werpt zich in een deck-chair en blijft een nachtje over…  Joop loopt zich, richting Amersfoort, voor ’t eerst sinds járen een blaar op de hak en komt (super vlot) liftend weer terug…   Kasper komt even later ook eens langs, stort zich eveneens op een luie terrasstoel en blijft een nachtje pitten…  Hanneke fietst voorraad-onderhoudend (verschil moet er zijn!) tussen de winkels en de bomen heen en weer…  En ze is bezig met inpakken, want vanaf morgen gaat ze een weekje met een peloton vrolijk gehandicapten in Valkenburg zitten (of bussen).  Na haar in Arnhem (de opstapplaats) afgezet te hebben gaat ondergetekende vervolgens z’n vertrek voorbereiden: om vanaf zaterdag een weekje met m’n Oudste op de Friese wateren rond te gaan dobberen. Konklusie 1. Er gebeurt wél van alles, maar tóch is er niets aan de hand te Lunteren; in- en om het Grote Woud.  Konklusie 2. Op ’t water is geen Wifi-verbinding te verwachten, dus zul je tot volgend weekend geen ‘verse’ berichten op dit blogje ontwaren.  Maar dáár kom je wel overheen, tóch ?!

[ Overigens zijn we morgen alweer 39 jaar getrouwd. Vandaar links hiernaast, onder het kopje  ‘Niets‘, een paar woorden die ik n.a.v. onze ’30 jaar’ in 1999 opschreef ]

Héét, Hè ?!

Hoewel wij onder de vele bomen vast niet het slechtst af zijn wordt het óók te onzent regelmatig zó warm dat er van veel uitbundige beweging geen sprake meer kan zijn.  Amechtig hangen wij dan rond in dekchairs op ’t terras, ons verplaatsend met de dichtste schaduw en pogend élk zuchtje wind te vatten. Daarbij laven we ons zéér regelmatig met ijswater, prettig lichte mediterrane maaltijden en dergelijke. En lezen er eens in alle rust een boekje bij. Heel ERG  dus allemaal. Het echte Kabouterbestaan kent hoogte- en dieptepunten…  Natuurlijk moeten wij, beginnende bejaarden, zo nu en dan tóch in beweging komen teneinde onze kwijnende conditie niet op ’t spel te zetten.  Want wij ervaren aan den lijve: hoe ouder je bent hoe meer onderhoud je vergt. (Da’s eigenlijk net als met dingen – auto’s, fietsen, ..)  En wij willen nog graag wat ‘Fruitig’ blijven, dus sjouwen wij te pas en te onpas rond -doen zelfs wel eens te voet boodschappen in het aanpalende dorp- en/of springen ritmisch op de fiets voor een kilometertje of 50 tot 90…  Dit laatste deden we afgelopen zondag ook en daarbij troffen we tussen Otterlo en Ugchelen een stevige, kersvers aangereden Ever-beer aan langs het fietspad. De meldkamer beantwoorde ons telefoontje met de mededeling dat de Jachtopziener al onderweg was om ‘m daar weg te halen, dus we ontmoetten hem net op tijd om ‘m eens zorgvuldig te bekijken – want dat doe je toch ietwat geruster als ze goed dood zijn, nietwaar ?!

BOS Bericht

Zaterdag j.l. arriveerden we weer in ons geliefde boshutje. Dat ging niet geheel zonder slag of stoot (zie foto), maar we troffen alles er Weelderig Groen en aangenaam Vertrouwd aan. Nestelen dus.  Onze rondvaart door gans Midden-, Noord- en OostDuitsland (zie kaartje enkele berichten terug) duurde al met al 72 dagen.  In enkele getallen:  2120 vaar km’s = ca. 300 vaaruren, daarbij 111 sluizen -tussen 25 en 225 mtr. lang, tussen 6.5 en 42 mtr. breed en met een hoogteoverbrugging van tussen de 30 cm. tot 16 mtr.  [Daarbij nog de obligate 300 auto km’s naar en van onze thuishaven natuurlijk.] We hebben vanuit 47 verschillende ligplaatsen de omgeving verkend, van heel kleine rivier-Dorpjes  tot forse, historische en vaak voormalige Hoofd-Steden  (waarbij 5 overnachtingen in Berlijn zelf). Daarbij hebben we veel in ‘konvooi’ gevaren met onze toevallig opgelopen mede BrandsmaVletvaarders uit Grouw en er was sprake van diverse opstappers (Michiel, Jaap&Loes & Kea). We gingen op 28 april onderweg: mei was niet erg nat, maar gemiddeld koud (lang leve de prima kachel aan boord) en daarna was het onafgebroken Heet en Droog (leve de douche aan boord en de ‘slaapstoelen’ voor onder de Bomen aan de kant..!) Het WK werd (vooral door Hanneke) zowel bij ons aan boord beleefd als bijvoorbeeld bij Fokke&Sietske aan boord en ook in Duitse cafés bij de jachthavens… (foto) De laatste wedstrijd hebben we gisteren met onze knaapjes in Utrecht bekeken – tussen enkele onweersbuien door.

Vanaf heden zijn we dus weer (een tijdje) ingebed in de Jungle van Lunteren.  Zin in een “bakkie in ’t Groen?”  Doen! – je weet waar je moet zijn…

Terug in onze Lage Landen …

Na de Weser te zijn afgevaren (zie vorig bericht) voeren we even voorbij Bremen de “Untere Hunte” op.  Zowel de Weser als de Hunte zijn daar ‘Getijde-rivieren’, dus voeren we letterlijk de Weser af (met Eb mee) en de Hunte op (met de Vloed mee). Aansluitend is er dan het ‘Küstenkanal’, dat de Weser aan de Eems verbindt. Bijna aan ’t eind van de Eems, even voor Emden, hebben we nog een dag verwaaid gelegen, want er stond toen een NoordWester van 5 á 6 Beaufort door op de Dollard. Vandaag echter was het zeegat met zo’n 3 Bf. uit ZW prima over te steken. We zijn dus terug in Nederland: we liggen (weer binnengaats) in Delfzijl. De planning is: morgen Groningen (daar o.a. Kea op de trein mikken en afscheid eten met Fokke & Sietske) en dan vrijdag in één lange vaardag (60 km. met twee sluizen is ongeveer 7 uur varen) naar onze thuishaven Terherne. Vanaf zaterdagmiddag zijn wij vermoedelijk weer te vinden in de Boshut onder de Reuze Den…

Bremen

Even in ’t kort: We zijn inmiddels de Weser bijna afgevaren. Een heerlijke rivier, zeg maar een Super-IJssel. Morgen komen we in Bremen aan. Daar krijgen we als opstapper onze vriendin Kea aan boord. Na een dagje Bremen (en later vermoedelijk een dagje Leer) verwachten we in een vaardag of vijf, dus zo rond 7 á 8 juli via Delfzijl weer de ‘Eigen’ wateren op te varen.  Onze bijboot blijkt lek (te heet geweest?) – maar wij zijn nog fris en fruitig (hoewel, bij dagelijks boven de 30 graden..?)  NB: ik heb een heuse otter zien rondscharrelen op het gesteente van de waterkant !

En: m’n vriend Thijs werd opa via kersvers kleinkind Evis! (Maar dat past wel bij hem: hij hád al een ouwe kop…)

Wárm Weerom

Hoi allemaal. We zijn nu ruim 8 weken, zo’n 1500 km. te water en 94 sluizen en sluisjes onderweg, dus het zal jullie niet verbazen dat dit inmiddels onderdeel van de ’terugweg’ is… We zijn weer halverwege het Mittellandkanaal (Braunzweig) en gaan over twee dagen bij Minden naar het Noorden uit de Weser op. Vandaar tot net na Bremen, dan ten Westen uit naar Oldenburg en daar het Küstenkanal op. Via het stokoude en smalle Elisabethfehnkanal komen we dan in de getijdenrivier de Leda, die bij Leer weer in de Eems uitkomt. Vandaar willen we dan over de Dollart naar Delfzijl en zo, via Groningen, retour. Na verwachting een week of twee-en-een-half naar schatting.  Intussen fietsen we natuurgebieden door (foto), volgt Hanneke de WK en pitten we onder ons zonnescherm op ’t achterdek: ’t is alweer 14 dagen droog met temperaturen zo tussen 24 en ruim 30 graden – en dan nog beweren de Meteorologen dat het pas 4 dagen zomer is…

Ons neefje Jordy blijkt intussen weer thuis te zijn – hij heeft zijn akelig ontstoken blindedarm in het Hospitaal achtergelaten: Hup, Jordi Hup !

Berlijn !

We hebben Berlijn inmiddels aardig ‘afgegraasd’.  Eerst dus vanuit Berlijn NW (Spandau): met de regio trein (der Sbahn) naar ‘Berlin Mitte’ (Centrum), daar hebben we een aantal aanbevolen route’s gelopen die wij ‘aan elkaar hadden geknoopt’ (ruim 16 km. “Stadten”, dus: bék-af ).  Daarna zijn we dwars door Berlijn gevaren, over de Spree derhalve en vooral tussen de tientallen rondvaartboten door -wij stapvoets en zij met de sokken er in- tót in Berlijn ZO (Köpenicke).  Na de overnachting daar besloten we nogmaals die Spree te bevaren en daarbij ernstig te proberen nu een ligplekje nabij het centrum te bemachtigen.  Dat lukte, dus zwierven we rechtstreeks vanaf onze drijvende woning nogmaals de stad door. Onder meer naar het muur-museum, bij het voormalige “Checkpoint Charley” ( foto). ’s Avonds vielen wij nog met de neus in de Berlijnse boter: er bleek een “Gay Parade” te zijn – een zevental boten zwaar beladen met cult-uitgedoste ‘mannen’ (in onze ogen wel redelijk gekleed overigens) voeren tweemaal luidruchtig langs. Hanneke had even sjans met een geheel eigen Travestiet… De volgende dag voeren we de Spree weer af en koersten vervolgens ZuidWest uit over de Havel en tal van meren naar Potsdam.  Hier blijven we een dagje. (Dan mist Hanneke de tweede wedstrijd voor Nederland in het WK ook niet)  Het is al de hele week lang prachtig weer: élke dag zonnig en een graad of 24 ! En we zijn ook al ruim zeven weken onderweg, zo zachtjes aan is de terugreis dan ook eigenlijk begonnen…  (Hou vol Ruud/Magda..!)

Wél-varend

We zaten hier in het “OostDuits/Poolse” grensgebied enige dagen zonder 3G telefoon/internet/verbinding, dus jullie worden kort bijgepraat over een wat langere periode dan gebruikelijk. We voeren vanaf  Schwerin tal van dagen door het werkelijk fabelachtige merengebied van Meclenburg-Ostpommeren, dat ondanks z’n verdwaalde dorpjes en stadjes vol van historie, praktisch onbezoedeld lijkt. Otters en Bevers komen hier nog in ’t wild voor  (wij zagen heel wat Bever-knaag-sporen)… Via kleine rivieren en kanaaltjes die in een grijs verleden alles vooral voor ‘commerciële’ doeleinden (met een erg kleine C) aan elkaar verbonden belandden we in het oudste bevaarbare kanaal van Duitsland: het Fino-kanaal, dat tot 1913 Berlijn met de Oder verbond. Het bleek een buitengewoon interessante vaarweg waar de historie -inclusief véle industriële ruïnes- vanaf spatte. Hoewel slechts 33 km. lang deden wij er, vooral door de 12 vriendelijk bediende maar zeer trage sluisjes er in, zowat drie dagen over. [Het was hier die dagen trouwens ook bloedheet: dik boven de dertig graden.] We voeren aansluitend nog een km. of tien door naar Oderberg. Vandaar fietsten we enkele km.s naar de Oder, die nog steeds waanzinnig hoog staat: een sterk stromende watervlakte vol bomen, waarin hoofdstroom en uiterwaarden nauwelijks vallen te onderscheiden Wij hebben daar overigens enig voordeel bij, want door de extreme waterstand in de Oder is het aantal binnenvaartschepen tussen Polen en Berlijn sterk verminderd. Dat is gunstig voor onze voortgang, zoals we bijv. merkten bij het aanvaren van het Historische ScheepsHefwerk ‘Nieder-Fino”: een stalen constructie uit 1934 die schepen (in een grote waterbak) in slechts vijf minuten 36 meter rechtstandig omhoog kan tillen (foto). Wij konden er (met beide Brandsmavletten) direct in varen om opgetild te worden. Een belevenis! Dat was vanmorgen – inmiddels liggen we in Oraniënburg. Morgen varen we op naar Spandau-Berlin.

Lees op een andere wijze over onze belevenissen bij “Woorden” (linker kolom hier naast) onder de titels:  De Charme van Eenvoud en   Ernstig (-de laatste n.a.v. het feit dat de verkiezingen in Nederland onlangs zo’n beetje samenvielen met óns bezoek aan Ravensbrück..)

Varen met Hindernissen & Fietsen met Hert

We zijn nu ruim een maand achtereen te water en sluiten vandaag ook deze maand Mei af. Hoewel er nu en dan een aardige dag tussen zat (zie de ‘Ree-voor-de-fiets foto) was het toch doorgaans te miezerig en/of gewoon te koud voor de tijd van het jaar. Inmiddels wordt ons gemeld dat de zomer op donderdag a.s. hier toch echt zal uitbreken. We zijn benieuwd! Wat betreft de route tot nu toe: voordat we op het Mittelland-kanal op voeren vernamen we bij geruchte dat er een sluis tot (22 mei?) “uit lag” even rechts van Dömitz in het Elde Fahrwasser. Voordat we de Elbe naderden kwam er het bericht bij dat een nog verderop gelegen sluis (te Fürstenburg) dicht zat, mogelijk zelfs tot 16 juli… Na enig overleg en wat telefoontjes, die deden vermoeden dat het om uiterlijk 16 juni zou gaan, besloten we gewoon de gok te wagen en de extra tijd tevens te benutten door niet meteen de Elbe op te duiken maar via de prachtige rivier de Unter Havel te gaan (nog altijd samen op varend met Fokke & Sietske uit Grouw). Op het kaartje: de oranje routing i.p.v. de witte. De eerstgenoemde ‘probleem’sluis bleek per 12 mei weer te draaien, voor ons ruim op tijd. Nu we dichterbij de ‘Fürstenberg’sluis komen -langs de schitterende ‘Elde’- houdt men hier vol dat heropening op 6 juli gepland is. We zullen het (binnenkort) wel zien: we zijn nu in Plau – zie het kruis op ’t kaartje; de bedoelde sluis is het groene vierkantje. Morgen (of als het té vies weer blijft: óvermorgen) gaan we door naar de forse en interessante stad Waren. Vermoedelijk blijven we daar een aantal dagen.  Intussen staat de verwarming lekker aan en is ’t zéér knus in het Vooronder !

Nóch Moaier Fuort (nu ze thuis zo idioot doen…)

Hallo thuisblijvers: wat is het heerlijk om juist NU ’s buitenlands te toeven… Waarom?  Om het huidige Hollandse fenomeen dat ooit Verkiezingen waren – en nu ten onrechte nog zo heet. Voorheen ging dat over welke kant je als stemmer op wilt met het land op middellange termijn. Sinds enkele jaren gaat het echter in toenemende mate over wie het leukst en het stelligst ‘overkomt’ op de buis en vooral niet kan worden verdacht van gedegen denkwerk – want daar wordt de kiezer maar moe van.. Vorige week bestond men het óók nog om binnen de titel “toekomstige Premiers-debat” schaamteloos zélfs die Hopeloos Geblondeerde Narcist uit te nodigen wiens gedachtengoed het best kan worden omschreven als: “dat van Boer Koekoek, als die óók last van Xenofobie had gehad”. Nou, sindsdien ‘bin ‘k nóch folle moaier fuort’, zoals de Fries het plastisch uitdrukt.  Michiel heeft opdracht onze stemmen krachtig op duurzaam en fors genoeg links te deponeren dus daar hebben wij -en jullie- geen omkijken naar (en mocht het onverhoopt toch nóg erger worden dan nu al onder onze Minkukel met die Bril op en dat Haar erboven, dan kunnen we altijd nog duurzaam wegvaren…)  Inmiddels kabbelen we onvoorstelbaar stille en fraaie van roofvogels en bevers voorziene landschappen door met als voorlopige apotheose de schone stad Schwerin; ooit hoofdstad van de staat Meclenburg-Vorpommeren. Op de foto het ‘Efteling-achtige’ kasteel van voornoemde Meclenburgertjes – toevalligerwijze (de laatste keer) voltooid in hetzelfde jaar als onze voormalige pastorie te Elahuizen: in 1857 dus.