Saône …

De afgelopen drie dagen (waarin we moesten blijven liggen wegens onbediende sluizen) was er geen GSM signaal binnen bereik, dus ook geen mail e.d. Vandaag zijn we echter in de Saône aangeland (Pontallier sur Saône). Gevolg: weer échte ligplaatsen [met walstroom, mogelijkheden om water in te nemen e.d.] nog maar één sluis per pakweg 15 km., stroom mee, helderder water [= minder vaak de koelwaterinlaat doorblazen wegens verstopping], verschillende dieptes en breedte’s, enz.

We hebben nu 1030 km. te water afgelegd en 240 sluizen achter ons gelaten. De komende twee sluizen zijn nog even kort (38 meter), maar alweer 8 mtr. breeed in plaats van de 5.05 mtr. die tot hiertoe gebruikelijk was. Daarna worden de sluizen zo’n 120 x 11 meter en mogen wij alleen schutten met een zwemvest om (gelukkig hebben wij als voormalig kustzeilers licht te dragen zelfopblaasbare ‘worstjes’ ). Met een graad of 8 ’s nachts en zo’n 12 á 14 overdag (althans op zonloze momenten) is de kou alweer aardig uit de lucht, terwijl het daarvoor even wat vorstig was.

Omdat wij niet wisten dat de hetelucht-kachel niet op het blok lichtaccu’s maar op het blok motoraccu’s (start, boeg- en hekschroef én dus:kachel) aangesloten was, hebben we de accuspanning in dat blok onvoldoende in de gaten gehouden. Toen de kachel het als gevolg hiervan niet meer deed kwamen we daarachter (en achter nog wat meer technisch relevante details) via telefonisch consult met de onvolprezen hulp van Jachtwerf Goronzy uit Woudsend – die ook onze wasmachine en satellietvinder plaatste. Een vakman die Goronzy! Allen die bootgerelateerd advies, technische hulp, renovatie of zelfs nieuwbouw beogen: spoed u zonder verdere afweging spoorslags naar JWG te Woudsend !!

Zaterdag was een regenachtige binnenzit dag; maar gisteren hebben we bij prachtige luchten en –belichting een rondwandeling van zo’n 17 km. gemaakt in deze regio ‘Haut Saône’ met haar gebeeldhouwde natuur: hier is de afwisseling landbouw, wilde gronden en bos werkelijk zéér geslaagd te noemen. We hebben genóten! Daarbij vergeleken leven we na al die ‘ruilverkavelingen’ in een agrarisch volkomen káálgeslagen land waar de (ook nog ‘uitgeklede’-) plannen voor een “Ecologische hoofdstruktuur” toch maar héél mager wat aan pogen bij te prutsen.

Winterse Omstandigheden

De winter is nu ook in dit deel van Frankrijk ingevallen: vanmorgen voeren wij (rond 08.00 uur) weg met ijs en bevroren rijp op de dekken. Enig (gewoon keuken-)zout blijkt vooralsnog voldoende om achter ’t stuur en aan de bakboordzijde (de kant waarmee we in de sluizen afmeren) ons teakdek direct stroef te krijgen. Kouwe touwen maken ook ‘kouwe klauwen’ dus hebben we ons in Chaumont voorzien van leerbeklede werkhandschoenen. Onze knaapjes zijn vandaar alweer vertrokken en we konden dus dóór naar Zuid. Vandaag ‘namen’ we in 6 vaaruren 16 sluizen(!) á 3.50 meter, daarmee zijn we overigens maar 29 km. verder. Nog 9 sluizen omhoog (één relatief korte vaardag) en vanaf dán gaan we –tot aan de Middellandse Zee- alléén nog maar omlaag.

Hoewel we, hemelsbreed gezien, nu pas op de helft van Frankrijk zijn (en vanaf Friesland ongeveer op twee-derde van het totaal naar Zuid) hebben we meer dan 4/5de van de sluizen gehad. De eerste 45 na de waterscheiding (Langres, morgen) brengen ons vrij steil omlaag (hooguit vier vaardagen, 5.50 mtr. per sluis) waarna we (naar verwachting dinsdag volgende week, want zondags én op 11 nov. wordt er niet geschut) op de Saône zitten en met stroom mee en weinig sluizen naar verwachting lekker doorzwalken… Vermoedelijk is dit de laatste keer vóór die Saône dat we walstroom hebben, dus we laden alles goed op. (Accu’s, telefoons, spotlight, camerabatterij, elektrische tandenborstel, laptop, …)

Tussen de bedrijven door had ondergetekende weer eens last van de onstuitbare behoefte u (desgewenst!) in de gelegenheid te stellen kennis te nemen van een oprisping zijner gedachten (geheel voor eigen risico..) U vind deze in de ‘verhalen’ kolom rechts onder de titel “Loslaten is Hebben” Tót: een volgende keer.

Bijna Boven (en bezoek…)

Van zaterdag(laat in de-)middag tot maandag(vroeg in de-)middag onze beide zonen aan boord, uiteraard met verhalen en foto’s van Mexico/Guatemala –ze trokken daar een maand rond. We werden tevens bevoorraad met dingen als een extra gasfles (nu blijkt dat de Fransen pas bij een flesformaat beginnen dat niet meer in onze bun past), drop en kranten/tijdschriften. Ook de post en natuurlijk onze stemkaarten –die we nodig zullen hebben om de Nederlandse volslagen gekte om in meerderheid die Balkenende “betrouwbaar” of zelfs maar ‘salonfähig’ te achten te bestrijden. (Ik voor mij durf me in het buitenland sinds Balkenende niet eens meer als “Hollandais” te afficheren: je voelt je toch door de grond gaan met zo’n gereformeerde koorknaap als landsaffiche?! Dus tot jullie hem massaal hebben weggestemd kom ik uit Zweden of Denemarken.)

Het is trouwens al een wonder dat we hier in Chaumont liggen, want er was een (ongeplande) stremming: ter reparatie van een kapot (aangevaren?) brugfundament had men het waterpeil verlaagd van gemiddeld 1,60 meter naar gemiddeld zo’n 110 cm. Omdat we maar 0.90 zijn mochten we -na rijp beraad binnen de bureaucratie van de VNF (Voies Navigation Francais)- als enigen toch dóór omdat ik geroepen had “Samedi-matin des Visiteurs Hollandais” in Chaumont te verwachten; jaloers nagestaard door enkele niet-uitverkoren binnenvaartschippers. Dinsdag verder: nog 24 sluizen (gemiddeld 3,50 meter) omhoog naar Langres -twee vaardagen- daar door de 6,5 km.[!] tunnel onder de waterscheiding en dan 45 sluizen (gemiddeld 4,40 meter) omlaag naar de Saône (vijf vaardagen). Daarna gaat de tocht naar Zuid aanmerkelijk sneller: stroom mee en aanzienlijk minder sluizen… Alles onder voorbehoud van onverhoopte stremmingen of andere vrolijk te pareren onvoorziene gebeurtenissen, natuurlijk.

We hebben nu, hooggelegen en nog relatief Noordelijk in Frankrijk, sinds een dag of vier echt herfstweer: een nevelige koude en stille morgen (’s nachts zelfs al twee keer nachtvorst gehad) met een langzaam opklarende middag, waar de zon bij komt om ca. 15.00 uur, zodat we nog een uurtje of twee kunnen ventileren – want het wordt natuurlijk heel vochtig in een gesloten en verwarmde boot (zolang we blijven ademen en koken). Dus duidelijk tijd voor verder naar Zuid.

In Slakkengang ZZO

We varen nu over het kanaal tussen de Marne en de Saône, vooralsnog langs een alsmaar kleiner wordende Marne; we zijn nu in Joinville, ten Zuiden van St.Dizier. Daarmee hebben we ‘Noord Frankrijk’ verlaten en doorkruisen we ‘Midden Frankrijk’ in ZZOelijke richting. De doorgaans 3 meter opschuttende sluizen zijn hier vrij pittig: weinig en wijd uiteenstaande bolders bovenop de kant, nogal fors instromend water en dat water komt tot een cm. of vijf (!) onder de rand. Gelukkig waren we ook voor dat laatste al onderweg in Nederland gewaarschuwd (steeds betere voorbereiding door info-uitwisseling tussen watersporters) zodat we naast onze stootwillen (die laag-gehangen blijven drijven) ook een tweetal rubbermatten door de waterlijn heen hangen als extra boothuidbescherming bij controleverlies. We zijn zondermeer erg vaardig inmiddels: een woordenloze taakverdeling tussen Hanneke en ondergetekende waarbij elke sluis weer wordt getaxeerd op structuur (aantal en bereikbaarheid bolders, resterende randhoogte bij volle kolk, links of rechtsgeplaatst startmechanisme, enz.) en vervolgens wordt bedwongen via spannen en ontspannen van de landvasten (eerst achter en dan meelopend voor om de bolder gelegd door mijn Gade met de pikhaak) en de motor (door mij gebruikt om al te heftige scheepsbewegingen af te dempen en via roerstand en opstoot voorwaarts het schip steeds weer plat tegen één zijkant te leggen. Ter afronding brengt Hanneke het schip weer los van de wal in de laatste 30 cm. opwaarts. Er zijn hier veel heerlijke afmeerplekjes (een soort picknic veldjes met kade bij de kleine dorpjes) maar er is praktisch geen walstroom of water te krijgen. Nu hebben we bij normaal gebruik aan 500 ltr. water een week genoeg en bij zuinig gebruik wel drie weken, maar in ’t laatste geval kan er ook geen wasje worden gedraaid, of worden gedouched. Bij (bijna) dagelijks een (eind) varen is elektriciteit weer geen probleem –er is dan ook automatisch heet water- hoewel gebruik maken van 220 volt apparatuur dan wordt vermeden. Dat merk je ’t meest aan beperking in t.v.-kijken en in lap-top gebruikstijd. De automatische satelliet-schotel doet ’t geweldig: als ’t schip voldoende rustig ligt (hier op de kanalen na sluiting van de sluizen zelden een probleem) dan hebben we toegang tot alle Ned.zenders in een seconde of twintig. De sluistijden zijn nu (laagseizoen v.a. 6 november): ma. t/m za. 8.00 – 12.00 en 13.30 – 17.30 uur. We doen doorgaans zo’n 20 km. per dag, waarbij 8 tot 10 sluizen zijn inbegrepen. Zodoende bewegen we ons – zeker gemiddeld – met een heuse slakkengang: 1600 km. naar Zuid met zo’n 4 km/u… Lees over de geweldige kwaliteiten van de Slakkengang het zojuist geplaatste verhaal: De Slakkengang als Inspiratiebron (aan te klikken in de kolom rechts>)Eén effect van onze langzaam integrerende traagheid was al: we hebben de overgang naar de wintertijd geheel gemist, totdat die bleek uit de sluiswachtersreacties…Onlangs hadden we de vierde regenachtige dag sinds ons vertrek op 3 september, we hebben dus gulle medewerking van Bovenaf. (Al eerder geleerd: wie goden niet claimt of aanroept lijkt des te meer in hun gunst te staan)

Liefs aan allen, Joop

Bericht uit Reims:

De sluizen in deze rivier-verbindende kanalen (gemaakt in de tweede helft van de 19de eeuw) zijn werkelijk stokoud en hangen in elkaar van het oplappen door de decennia heen. Geen sluis is meer hetzelfde. Zo worden ze aangestuurd door een persoon in een hokje (heel weinig nog) óf door radar óf via een elektronisch oog óf door te draaien aan een boven het water opgehangen stok (!) of door een meegekregen afstandbediening in te drukken. Binnen in de sluizen zitten de aanlegbolders immer anders dan in de vorige óf zijn geheel verdwenen en niet vervangen… Het activeren van de stijging of daling gebeurt merkwaardigerwijs wel steeds gelijk: men duwe de blauwe staaf krachtig omhoog en de zaak neemt een aanvang. Maar al te dikwijls komt een sluis ook helemaal niet in beweging, aangezien de zaak mechanisch en elektronisch met kauwgom en plakband in elkaar zal zitten… De Fransen weten dat óók, want er rijden de hele dag onderhoudswagentjes langs de sluizen over speciaal daartoe geasfalteerde oude jaagpaden (gemiddeld eens per twintig minuten komt er wel een langs). De mannen daarin prutsen even ergens aan en HUP: de zaak draait weer – voor zolang als dat duurt. Onder le Chesne maakten we daarin het sterkste staaltje mee: de sluisdeuren gingen na de daling niet open, daarop komt er een (forse) dame uit een nabij gelegen woning, die neemt plaats boven op de splitsing van beide sluisdeuren en schud zichzelf én die deuren eens krachtig heen en weer… EH VOILÁ: de techniek hervat haar taak! Onze beide Zonen zijn gisteren weer veilig geland na hun reis door Mexico. Wij zijn inmiddels in Reims aangekomen vandaag (aan het ‘Canal de ‘l Aisne á la Marne) en hebben daar de binnenstad, met o.m. een magnifieke kathedraal, afgestruind. De planning voor de eerstvolgende dagen luidt nu: *Morgen door naar het ‘Canal lateral á la Marne’ (7 sluizen OP, tunnel van 2,3 km.(!) op de waterscheiding door, 8 sluizen NEER; 34 km.) *Overmorgen verder naar Châlon en Champagne (slechts 3 sluizen OP en 16 km.), daar zullen naar verwachting onze ex-overburen Wim en Tineke, onderweg van Zwitzerland naar Elahuizen, ons ‘aandoen’! *Vandaar gaan we op donderdag of vrijdag door naar Vitry-le-Francois (9 sluizen OP en 33 km.): daar begint het ‘Canal de la Marne á la Saône’ dat de onzichtbare klimaatgrens doorsnijd waardoor men ‘onder’ de voor Noord Europa zo vaak geldende depressie-effecten komt te verkeren… Zie verder vooral ook: de foto’s (Kasper heeft de zaak weer op gang gekregen)

Over menselijke kontakten, digitale Bugs en anderszins

Wij vermaken ons nog altijd prima op onze 40m2 – zowel samen/naar elkaar toe als ook met dit vrijgevochten en van relaxte improvisaties aan elkaar hangende leventje. We trekken langzamerhand op met een aantal bekende mensen die dezelfde kant op gaan. Met name een Duitser genaamd Dieter in een kleine zeilboot (met opgebonden mast) maar ook mét generator (levert ons soms stroom bij). Verder een wat slordig bij elkaar passend Nederlands/Vlaams duo in een werkelijk piepklein motorbootje (Walter en Jessica[?]) en tenslotte een Duitstalige Luxemburger genaamd: Jan; ook in een zeilboot -nog kleiner dan die van Dieter. We gaan wel dezelfde kant op, maar met volstrekt verschillende snelheden en navenante dagafstanden. Dieter ‘loopt’ met zijn 8 pk. éénpitter ca. 5 km/u, Jan en ook Walter/Jessica wel 7 km/u en wij ongeveer 9 km/uur – allen bij kalm toerental. Bovendien schut Jan ’t liefst alleen en is er soms enig commercieel vaarverkeer met voorrang. Met per vijf kilometer een (zelf te aktiveren) sluis leidt dat tot zeer wisselende dagafstanden. Maar als iemand dan weer ergens een dagje blijft -zoals wij in Charlesville- of een ander vaart door tot de sluisavondsluiting (19.00 uur) dan zie je deze of gene weer terug.Er blijkt zich een ‘bug’ voor te doen: recent ingeladen foto’s verschijnen plots niet meer op deze site. Als Kasper terug is uit Mexico (na 23 okt.) wordt daaraan ongetwijfeld iets gedaan – maar ik kan ’t niet vinden…Morgen gaan we met een sluisje of 8 nog zo’n 20 meter omhoog en gaan we van de maas af en de dag (of twee-) dagen daarna dalen we in één keer via een zogeheten “sluizentrap” [27 sluizen binnen 10 kilometer] zo’n 80 meter af in de richting van het dal van de rivier de l’Aise. Een prachtbelevenis –zo’n 7 á 8 uur in beslagnemend- binnen dit fabelachtige bijna onaangeraakte landschap.

Zo’n 16 sluizen Frankrijk in

Vanmiddag kwamen we aan in Charleville-Meziere, een prachtige stad waar de Maas zich in twee grote meanders door- en omheen slingert. Hier is weer volop stroom, dus draaien we wat wasjes weg, kijken bankzaken na en werken website en mail weer bij. Om ca. 15.40 uur arriveerden we en voor 17.00 uur zaten we met wijn en kaas alweer op ons zonnedek (tussen de eerste was: zie foto). Het varen wordt steeds interessanter: de maas wordt langzaamaan een smalle rivier, slingerend tussen stevige (zwaar begroeide en dunbevolkte) rotsflanken door. De sluizen stuwen worden veelvuldiger, meer verschillend –bijv. in hoogteverschil [van 1.07 mtr. tot boven 4 mtr.] en de kracht en snelheid van de waterinstroom- en ook steeds meer zelfbediening. Hanneke klom zonder nadenken een nat, glad en loodrecht smalstalen laddertje van een meter of wat op en verschoot toen van kleur toen ze boven weer omlaag keek naar ons schip. Gelukkig was dat schip even later weer op gelijke hoogte, zodat ze zo weer op kon stappen. We zullen hier wel een dagje blijven liggen want er is veel te zien aan oudheidkundige schoonheid, het oogt ook buitengewoon Frans én: er zijn véél fraaie terasjes… (Tja, prépensioen hé: ’t is hard consumeren!)

Ik vernam per mail dat het koor van nu-en-dan-meekijkers inmiddels is uitgebreid met enkele meiden-van-weleer; ik heb het dan over zeker twintig jaar terug > dus het zijn nu ongetwijfeld buitengewoon pronte dames. Welkom J, H & W !

Een uitwijk-manoeuvre

Inmiddels hebben we een overzicht van alle (geplande) werkzaamheden aan de Franse binnenlandse waterwegen en de daaruit voortvloeiende strem-mingen tot maart 2007. Op grond daarvan hebben we besloten niet te gaan jagen om de stremming op het Zuidelijk deel van het canal de l’ Est (heet ook wel: canal des Vosges) voor te blijven. Want dat zou betekenen dat we een gedurende 15 dagen een dagminimum van 35 km. met daarin 11 sluizen zouden moeten halen. We wijken dus uit en varen iets westelijker naar het zuiden: via het canal des Ardennes, het canal lateral á Marne en vervolgens het canal de la Marne á la Saône. Deze route is een 20 km. korter, en telt 20 sluizen meer. Hij voert ook over aanmerkelijk minder bevaren wateren en de sluizen zijn veel vaker (eigen-) handbediening. (Voor de liefhebber: zie een goede kaart van Franse wateren en de aangepaste ‘Route’ die je hiernaast kunt aanklikken)Verder maakten wij nader kennis met enkele mede-varenden. Onze Duitse achterbuurman bijvoorbeeld heeft nu een herrie-tweetakt-generator aanstaan t.b.v. een 220V vrieskist in z’n (kleine) zeilboot. Hij houdt daarbij 600 watt van de geleverde 800 watt over – en die ontvang ik nu om de ‘licht’accu wat bij te laden, dit bericht in alle rust te typen én enkele verse foto’s op de site te zetten.

En dan nog even dit: mijn vriend Thijs heeft zich inmiddels voorzien van een huurpand in Tavira (Algarve, Portugal), dat biedt dus uitstekende perspektieven voor andere overwinterings-reizen dan per boot. Het zou daarbij prettig zijn wanneer één onzer andere bekenden zich (desnoods: ten dele) vestigt bijvoorbeeld even ten noorden van Perpignan (boven de Pyreneën aan de Midd.Zeezijde). WIE ?!

Dolende in Frankrijk

We zijn nu in Frankrijk, in Givet, in afwachting van het moment dat we verder kunnen varen –maandag 09.00 uur a.s. Omdat we hier geen water- en stroomaansluiting hebben, leven we aangepast: bijv. de spullen uit de koelkast op de scheepshuid leggen, want: koelkast uit maakt het gemakkelijk mogelijk meer dan een week op één volle accu te leven. (Het zonnepaneel laadt al meer dan de radio bijv. kan opmaken.) Vanmiddag was het (alweer!) prachtig weer, zonnig en bloedheet – zoals we ervoeren toen we (weer eens) een weggetje probeerden dat doodliep in de weilanden; wij gaan dan aan het klimmen over prikkeldaad, dalen en stijgen min of meer consequent in de gewenste richting en… komen ook nog weer aan de goede kant uit. Zij het nogal eens borden passerend die melden dat iets –om bijv. militaire redenen- strikt verboden is. Gelukkig passeren wij zulke borden dan steevast vanaf de verkeerde kant, kunnen ze dus pas lezen als we eraan voorbij zijn en zijn derhalve volstrekt onschuldig… Wij kunnen het ook niet helpen dat men nooit iemand verwacht vanuit de kant waar wij juist vandaan komen.

Op het fotootje zie je hoe de kerncentrale die verderop in een bocht aan de bovenmaas staat een geheel eigen bijdrage levert aan de omgeving.

Á Guillaume: le Francais, ce n’ est pas un langue pour nous, mais un jeu.

Zondag 10 Oktober (laatste -zonovergoten- middag in Dinant)

Wat een onvoorstelbaar bestaan: we zitten redelijk schaars gekleed op ons zonovergoten dek vaag mee te bewegen met de deining van de vele, zo ongeveer eens per half kwartier langskomende, rondvaartboten. Dichter langs ons heen lopen over het geasfalteerde jaag-/fiets-/wandelpad langs de Maas een eindeloze stroom Zondagse Dinantenaren (‘Dinantiers’?) meerendeels gehuld in degelijke zondagse kledij, afgewerkt met vest en jas. Het is nu (16.30 uur) 23 C en onze instappers Riet & Bert zijn weer op huis aan; ik ben volledig doorgezwikt -met speelkaarten dus. Morgen gaat die langskeutelende meute weer aan de voor hen standaardweek beginnen. Wij daarentegen pruttelen naar een volgend omringend uitzicht. Maar eerst de plaatselijke Thai verkennen: die ziet er veelbelovend oorspronkelijk uit en de ZuidWaalse keuken deden wij al uitgebreid eer aan. (Nee, die overwaarde van ‘Tsjerkewei 7’ is nog niet op…)